Strateeg van de guerrilla tegen de Nederlanders

,,Jendral Besar (vijf-sterren-generaal) Abdul Haris Nasution heeft ons om half acht verlaten'', zei de nieuwslezer van de staatstelevisie vanmorgen. ,,Indonesië heeft een vader en leidsman verloren.'' Voordat Johanna om elf uur de lijkwade over het gezicht van haar man legde, wierpen tal van prominenten een laatste blik op de dode generaal. Zijn oude opperbevelhebber, Soekarno, is al 30 jaar dood, maar oudste dochter Megawati, sinds vorig jaar vice-president, nam de honneurs waar. Voor haar vader en voor president Wahid, die in het buitenland is. Nagenoeg de voltallige generale staf van de strijdkrachten trad aan en generaal b.d. Soeharto, die zijn presidentschap dankte aan de overledene, liet zich vertegenwoordigen door zijn dochters Tutut en Mamiek.

Voordat hij vanmiddag met militaire eer werd bijgezet op de heldenbegraafplaats Kalibata in Jakarta-Zuid, lag Nasution opgebaard in zijn woning aan de Jalan Teuku Umar 40, in de villawijk Menteng. In de rouwkamer hing nog steeds het geschilderde portret van zijn dochtertje Adik Irma. Toen militairen in de nacht van 30 september op 1 oktober 1965 diezelfde woning binnendrongen om toenmalig chef-staf en minister van Defensie Nasution op te pakken, werd het vijfjarige meisje driemaal in de rug geschoten. De generaal wist te ontkomen door over de tuinmuur te klimmen, maar het meisje bezweek een paar dagen later in het ziekenhuis.

Die nacht deden linkse officieren een gooi naar de macht door zes generaals van hun bed te lichten en om te brengen. Nasution was de nummer zeven op hun lijst, maar bleef wonderwel gespaard. Hoewel hij op dat moment 's lands hoogste militair was, liet hij het aan luitenant-generaal Soeharto, toen commandant van de Strategische Reserve, over om de opstand neer te slaan. Een jaar later was Nasution voorzitter van het Voorlopige Volkscongres dat president Soekarno ontsloeg en Soeharto aanstelde als opvolger. De generaal heeft dit later, toen hij met pensioen was en met lede ogen aanzag hoe het leger zich onder Soeharto meester maakte van de staatsmacht, diep betreurd.

Nasution werd geboren op 3 december 1918 in Zuid-Tapanuli, Sumatra. Vader Haji Halim Nasution, een boer en vrome moslim, was actief in de Sarekat Islam, bakermat van de nationalistische beweging, en bracht zijn zoon het besef bij dat het Nederlandse koloniale bewind niet eeuwig kon duren. De jonge Nasution werd onderwijzer, want de kweekschool in Fort de Kock (nu Bukittinggi) was destijds de enige voortgezette opleiding voor `inlanders' op Sumatra. Als jongeman verslond hij boeken over de Tachtigjarige Oorlog, de Franse Revolutie en de veldtochten van Napoleon. ,,Ik wilde helemaal geen onderwijzer worden, maar officier'', zei hij in 1992 tegen deze krant, ,,ik besefte dat je de vrijheid nooit verwerft als je de gewapende strijd niet aanvaardt.''

In mei 1940, toen Nederland werd bezet door de Duitsers, kwam zijn kans. In het zicht van de Japanse opmars in Azië opende de regering van Nederlands Indië in Bandung, West-Java, een opleiding voor reserveofficieren. `Inlanders' die de middelbare school hadden afgemaakt, konden daar een plaatsje krijgen. Onder de honderd sergeant-cadetten die na een jaar doorgingen naar de militaire academie waren maar zeven Indonesiërs. Nasution was een van hen. Hij was net begonnen aan het derde jaar – met de rang van vaandrig – toen de Japanners binnenvielen. De academie ging dicht en Nasution werd ingezet in Surabaya. Daar zag hij hoe Hollandse `stadswachten' de benen namen tijdens de Japanse bombardementen. Nasution in 1992: ,,Toen leerde ik: een leger dat niet gesteund wordt door het volk heeft bij voorbaat verloren.'' Na de capitulatie van het Koninklijk Nederlands-Indische Leger (KNIL) weigerde Nasution zich samen met de Nederlandse officieren over te geven aan de Japanners: ,,Ik zei: ik ben geen Nederlander, ik ben Indonesiër.''

Nasution heeft, anders dan Soekarno, de Japanse macht nooit geaccepteerd. Tijdens de bezetting gaf hij militaire trainingen aan Indonesische jeugdgroepen en bouwde hij aan een ondergrondse organisatie op Java. Toen Soekarno en Hatta op 17 augustus 1945 de Republiek Indonesië proclameerden, activeerde hij dit netwerk. Nasution werd dé strateeg van de guerrilla tegen de Nederlanders – zijn handboek hierover is in vele talen vertaald – en klom na de soevereiniteitsoverdracht op tot chef-staf van de strijdkrachten.

In de jaren vijftig, toen Indonesië een parlementaire democratie kende, raakte Nasution teleurgesteld in de bekvechtende burgerpolitici. In 1952 liet hij troepen oprukken naar het parlement en dat kostte hem zijn bevelhebberschap. In 1957 braken in de buitengewesten militaire opstanden uit tegen het centralisme van `Jakarta' en president Soekarno riep de noodtoestand uit. Nasution werd herbenoemd tot chef-staf en lanceerde toen zijn doctrine van dwifungsi, de politiek-militaire dubbelrol van de strijdkrachten. Die rol hield het midden tussen militaire regeringen als in Latijns-Amerika en de politieke passiviteit van de strijdkrachten in het Westen. De grondwet van 1945 bepaalt dat in het Volkscongres, het hoogste politieke orgaan, ook `maatschappelijke groeperingen' zijn vertegenwoordigd. Welnu, zei Nasution, het leger is daar een van en moet meebesturen.

Na zijn pensioen (in 1971) zei hij dat militairen alleen moeten deelnemen aan de zittingen van het Volkscongres en zich niet mogen bemoeien met de politiek van alledag, maar Soeharto, inmiddels stevig in het zadel, dacht daar anders over. Onder diens Nieuwe Orde verwerd `dwifungsi' tot een vrijbrief voor officieren om sleutelposten te bezetten in regering en bureaucratie, met alle machtsmisbruik van dien. Nasution werd dissident en mocht jarenlang het land niet uit. Hij is er nog net getuige van geweest hoe de mannen in uniform, zij het aarzelend, de strategische terugtocht aanvaardden naar de kazernes.