Schrijven tegen een onzichtbare vijand

Louis Stiller, hoofdredacteur van het Tijdschrift Schrijven, probeert een discussie op gang te brengen over de vraag of schrijven iets is dat je kunt leren. Hij gelooft heilig in schrijfonderwijs. Ik ook trouwens, maar in zijn geval wordt dit geloof mogelijk versterkt door het feit dat zijn blad voor een belangrijk deel gevuld wordt met advertenties waarin allerhande schrijfopleidingen worden aangeboden.

Er is niets tegen in te brengen als mensen zich willen bekwamen in een vak. Wie zou willen beweren dat aspirant-schrijvers niet gebaat zijn bij kennisoverdracht, scholing en training? Niemand, maar Stiller wil nu eenmaal een polemiek over het door hem bepleite schrijfonderwijs en moet dus vijanden daarvan ten tonele voeren. ,,Op de een of andere manier is er een onzichtbare loeizware lobby in ons land op gang gekomen'', schrijft hij in Schrijven, ,,die blijft volhouden dat je het als literair schrijver helemaal alleen moet doen. Hulp van buiten is uitgesloten en bij voorbaat verdacht.''

Onlangs schreef Stiller in de Volkskrant woorden van gelijke strekking, zonder duidelijk te maken wie deze `loeizware lobby' vormen, wat de lobby nastreeft en waarom en wanneer hij op gang gekomen is. Een cursus `journalistiek schrijven' (wie, wat, waar, wanneer, waarom?) zou voor deze hoofdredacteur dus geen kwaad kunnen. Dat neemt niet weg dat Stiller wel degelijk reden heeft tot bezorgdheid over de toekomst van het schrijfonderwijs.

De Raad van Cultuur heeft namelijk geadviseerd geen subsidie toe te kennen aan de in Amsterdam gevestigde schrijversvakschool 't Colofon, omdat men betwijfelt of het bestaan van die school de kwaliteit van de Nederlandse letteren wezenlijk beïnvloedt. ,,Zonder 't Colofon'', aldus de Raad, ,,zou het literaire landschap er waarschijnlijk niet anders uitzien.'' Dat valt uiteraard niet te meten, maar wat wel vaststaat is dat je – tot op zekere hoogte – schrijven inderdaad kunt leren. Zo hebben de sinds enkele decennia bestaande opleidingen voor journalistiek de kwaliteit van de schrijvende pers aanmerkelijk verbeterd. Ook schrijven journalisten over het algemeen beter dan wetenschappers of ambtenaren die tijdens hun studie nauwelijks of geen onderricht in schrijfvaardigheid hebben genoten.

In het hoofdredactioneel commentaar van Schrijven vermeldt Stiller naar aanleiding van een enquête onder de lezers van zijn blad dat van de vijftien procent die eraan heeft meegedaan bijna zestig procent vrouwen zijn van gemiddeld iets boven de de veertig. Bijna zeventig procent heeft HBO of een academische opleiding. Vooral dat laatste is onthullend: je zou verwachten dat hoogopgeleide veertigplussers de technische vaardigheden om zich schriftelijk uit te drukken tijdens hun studie of verdere loopbaan (over het algemeen het onderwijs of het bedrijfsleven) hebben opgedaan en dat ze daar Schrijven niet voor hoeven raadplegen. Maar blijkbaar is het helaas niet zo dat het reguliere onderwijs mensen in staat stelt zich schriftelijk uit te drukken op een begrijpelijke wijze.

De belangrijkste waarschuwing die het jongste nummer van Schrijven geeft aan (toekomstige) auteurs, is dat het vrijwel ondoenlijk is het vak in je eentje te leren. Veel schrijvers zijn ooit begonnen als journalist om het handwerk onder begeleiding van ervaren collega's onder de knie te krijgen. Eenmaal literator, blijken zij vaak veel baat te hebben bij redacteuren van hun uitgeverijen. Als voorbeeld wordt onder anderen Frans Kotterer (49) opgevoerd, die in een reportage van Angela van der Elst vertelt over zijn overstap van verslaggeverij naar literatuur. Hij begon in de jaren '70 bij Het Parool waar hij, na veel geploeter, leerde schrijven. De krant was dus eigenlijk zijn schrijversvakschool. In 1997 nam hij ontslag om zijn thriller Blow Baby Blow te gaan schrijven waarbij hij streng gecoacht werd door Luitingh-Sijthoff. ,,Toen het contract met de uitgever getekend was, heb ik het boek in nauwe samenwerking met de redacteur herschreven.''

Ook Elle Eggels (53) zei eind jaren negentig haar loopbaan als modejournaliste vaarwel om een roman te schrijven (Het huis van de zeven zusters) die een commercieel succes werd, maar door de literaire kritiek volledig werd gekraakt. In de reportage van Van der Elst wordt niet vermeld dat Eggels zich liet omscholen tot `literator' door schrijversvakschool 't Colofon, want die mededeling zou in één klap het hele betoog van Louis Stiller onderuit halen en de vermeende `loeizware lobby' tegen schrijfonderwijs in het gelijk stellen.

Tijdschrift Schrijven, augustus-september 2000. Jaargang 4, nr. 4. Uitg. Stichting Schrijven. Prijs ƒ9,95