Poetin weet Rusland in Azië weer op de kaart te zetten

Het gisteren afgesloten bezoek van president Poetin aan Japan maakt deel uit van een breder Russisch beleid voor de gehele Aziatische regio, een beleid dat tot doel heeft het Kremlin tegen minimale financiële kosten nieuwe invloed in Azië te verschaffen en dat met grote bekwaamheid wordt gevoerd, meent Jonathan Eyal.

Moskou en Tokio zijn realistischer geworden over de Koerilen

Rusland en Japan hebben al in 1956 bij een `gezamenlijke verklaring' formeel de onderlinge staat van oorlog beëindigd. Maar het tekenen van een vredesverdrag was destijds niet mogelijk omdat beide regeringen de hakken in het zand zetten. De Sovjet-Unie hield staande dat er geen territoritale kwestie bestond, terwijl Japan de Russische voorstellen om betere relaties aan te knopen afwees totdat de kwestie van de betwiste Koerilen zou zijn geregeld.

Inmiddels zijn beide partijen realistischer geworden. Moskou weet dat het uiteindelijk zal moeten onderhandelen over het toekomstige bestuur van de eilanden en in Tokio begrijpt men beter de historische Russische vrees voor afbrokkeling van het grondgebied. Merkwaardig is hierbij dat beide partijen interim-oplossingen aandragen die zijn ontleend aan het Britse koloniale verleden. Tokio stelt een `Hongkong-optie' voor, waarbij de Russen de teruggave van de eilanden zouden accepteren, maar de overdracht nog een aantal jaren zou worden uitgesteld. Moskou komt met een `Falklands-optie': gezamenlijke economische ontwikkeling van de betwiste eilanden zonder de territoriale status quo aan te vechten, in de geest van wat de Britten en Argentijnen thans doen met de Britse kolonie in de zuidelijke Atlantische Oceaan. Aan beide zijden weet men dat er een oplossing moet komen, want dit oude territoriale geschil zinkt in het niet bij het grote strategische spel dat thans in Azië wordt gespeeld.

Poetins voorganger Boris Jeltsin zei graag dat de koppen van de adelaar op het Russische wapenschild altijd zowel naar de Atlantische als naar de Stille Oceaan kijken. Hij meende dat Rusland recht had op een plaats in Azië op grond van zijn omvang en geschiedenis. Poetin houdt zich verre van dit soort frasen en begrijpt dat Moskou er een zware taak aan zal hebben zijn invloed in Azië te herwinnen. Zijn nieuwe beleid, waarvan zijn bezoek aan Japan de jongste uiting is, heeft dan ook een goede kans van slagen.

Alleen dit jaar al heeft Poetin China, Kazachstan, Kirgizië en Tadzjikistan, Noord-Korea en Japan bezocht, en bezoeken aan India en Zuid-Korea staan nog voor dit jaar op het programma. Uiteraard zijn bezoeken op zichzelf niet zo belangrijk; Jeltsin was er dol op en beging in het buitenland gewoonlijk de ene diplomatieke faux pas na de andere. Poetin daarentegen weet wat hij wil; hij plant zijn Aziatische initiatieven op de juiste ogenblikken en voert ze zorgvuldig uit.

Tot op heden vormen Poetins contacten met Noord-Korea zonder twijfel het pièce de milieu van Moskou's nieuwe Aziatische politiek. Zowel Moskou als Peking, nog altijd de onofficiële steunpilaren van Pyongyang, heeft de betrekkingen met Zuid-Korea allang genormaliseerd. Toch is China steeds het land met de meeste directe invloed in Noord-Korea geweest. Poetin is vast van plan hierin verandering te brengen. Zijn recente bezoek aan Pyongyang – het eerste in de geschiedenis van een Russisch staatshoofd – moest de Noord-Koreaanse leiders ervan doordringen dat het verdwijnen van het communisme in Rusland nog niet hoeft te betekenen dat Moskou niet meer als beschermer van Noord-Korea kan optreden. Poetin heeft onofficieel kritiek geuit op de diplomatie van Jeltsin, die in Poetins ogen het schiereiland aan Washington en Peking overliet. Het Kremlin wil zich nu in deze driehoeksverhouding dringen.

Ook de Russische betrekkingen met China ondergaan een snelle gedaanteverwisseling. In al hun recente contacten hebben Moskou en Peking het totstandbrengen van wat zij noemen een `multipolaire wereld' als het eerste doel van hun buitenlands beleid omschreven. Wat beide duidelijk willen maken is dat de Verenigde Staten niet 's werelds enige supermogenheid kunnen blijven of als zodanig kunnen blijven optreden, en dat de Chinezen en Russen moeten worden geraadpleegd over alles wat Washington in de regio van plan is.

In werkelijkheid verachten de Chinezen de Russen (die zij beschouwen als mislukkelingen en als Europese indringers op het Aziatische continent), en wantrouwen de Russen de Chinezen hartgrondig. Het komt beide landen echter het beste uit te doen alsof ze het samen goed kunnen vinden.

Japan hoort tot een geheel andere categorie. Het land is in al zijn internationale activiteiten afhankelijk van de Amerikaanse veiligheidsparaplu. Toch bepleit ook Japan `evenwichtiger' betrekkingen tussen Washington, Peking en Moskou. Dat de Japanners het liefst een vierkantsvergelijking zouden zien waar ook Tokio deel van uitmaakt, is weinig verwonderlijk. Poetin ziet er geen been in dit Japanse belang te bevorderen, vooral omdat de Russen weinig te verliezen hebben: met uitzondering van het territoriale geschil met Japan over de Koerilen heeft het Kremlin geen moeilijkheden met Japan, in tegenstelling tot Peking.

Toch is er, afgezien van de geopolitieke belangen, nog een ander element dat als rode draad door alle onderdelen van Poetins Verre-Oostenpolitiek loopt: de export van energie, waarvan Rusland grote hoeveelheden in voorraad heeft. De tijd dat Japan de enige belangrijke importeur van energiebronnen in het Verre Oosten was, behoort al bijna tot het verleden. Met de hoge economische groeicijfers in Azië, die zich wellicht binnenkort zullen herstellen, is het olieverbruik de afgelopen tien jaar met zestig procent toegenomen. China, voorheen een kleine olie-exporteur, is sinds zeven jaar een netto-importeur. De afhankelijkheid van olietoevoer uit het Midden-Oosten is in Japan opgelopen tot 86 procent en in Zuid-Korea tot tachtig procent.

Naast het zoeken naar nieuwe olieleveranciers is ook vergroting van het belang van aardgas als energiebron belangrijk voor de Aziaten. Poetin heeft tijdens zijn Aziatische reizen niet nagelaten erop te wijzen dat een derde van 's werelds aardgasreserves zich bevinden in het Aziatische deel van Rusland.

Russische functionarissen hebben onofficieel al voorgerekend dat de huidige afname van 1 miljoen ton Russische olie per jaar door China zou kunnen oplopen tot 20 à 30 miljoen ton wanneer de voorgenomen aanleg van een pijpleiding is voltooid. En de ontwikkeling van het Kovyktinsk-veld in de Russische regio Irkoetsk zou het mogelijk maken jaarlijks vele miljarden kubieke meters gas naar China en Zuid-Korea te pompen, waar het bovendien in vloeibare vorm naar Japan zou kunnen worden verscheept. Daarnaast wordt overtollige hydro-elektrische energie uit de Siberische rivieren door de Russische regering als extraatje aangeboden.

Veel van deze projecten kunnen alsnog op niets uitlopen. Aziatische landen zijn er niet van overtuigd dat Russische pijpleidingen economisch zinnig zijn, en ook als de aanleg doorgaat zal die vele jaren in beslag nemen. Dat neemt echter niet weg dat Poetin, door economische belangen te combineren met een onnadrukkelijk maar zeer consequent gedragspatroon, Azië een veel samenhangender beleid voorschotelt dan enige andere Russische leider sinds lange tijd. Rusland is onder Poetin vastbesloten zich in Azië weer te doen kennen als een belangrijke regionale factor.

Jonathan Eyal is verbonden aan het Royal United Services Institute in Londen.