Ongeluk

Hij moest een pakje wegbrengen. Naar Schiphol. Zijn laatste pakje van die dag. Misschien had hij daarom zoveel haast gehad.

Hoe hard hij precies reed met zijn bestelautootje, hij kan het zijn rechters niet zeggen. Tachtig, negentig kilometer per uur, zoals de getuigen zeggen? Dat kan hij zich niet voorstellen. Bij die kruising op de Willemsparkweg in Amsterdam nam hij hij geeft het toe een verschrikkelijke beslissing. Twee grote verkeersborden beduidden hem dat hij rechts om de vluchtheuvel moest heenrijden. Maar hij ging rechtdoor, de trambaan over.

De fietser die uit de Cornelis Schuytstraat kwam, had hij niet eens gezien. Het was de bekende schilder Jaap Hillenius. Zijn vrouw en een vriendin fietsten een stukje achter hem. Het was 26 augustus 1999, half zeven 's avonds. Ze kwamen van een partijtje tennis in het Vondelpark. Misschien had Hillenius de auto niet zien aankomen. Hij zal op die plek midden op de trambaan – in ieder geval geen auto hebben verwacht.

Hij was vrijwel meteen dood. De auto schepte hem en wierp hem zo'n vijftien meter door de lucht. Ook dat wijst volgens de deskundigen op de veel te hoge snelheid van de auto. `Werpafstand' noemen ze zoiets. De pijlen op de borden die de koerier negeerde, heten `dwangpijlen'. Het is bij een rechtszaak het klinische, maar onvermijdelijke jargon van de specialisten. Zij moeten de verschrikking terugbrengen tot nuchtere feiten.

De strafkamerpresident begrijpt hoe moeilijk die zakelijkheid te verenigen is met de gevoelens van de nabestaanden. Er zit een zoon van het slachtoffer in de zaal. Als het u te machtig wordt, kunt u rustig weglopen, zegt de president tegen hem. Hij vraagt hoe het nu met zijn moeder is. Niet goed, zegt de zoon, ze kon er niet bij zijn.

De verdachte is een man van 32 jaar. Op het eerste gezicht geen roekeloze wildeman, eerder een bedeesd mens. Hij reed al acht jaar als koerier. Niet lang voor dit ongeval was hij voor de eerste keer beboet voor het rijden met te hoge snelheid 70 kilometer – in de stad. Wat hem die avond had bezield? Hij kan het niet zeggen. In eerste instantie had hij tegen de politie gezegd dat het met haast te maken kon hebben dat laatste ritje. Tegenover de rechtbank uit hij zich veel vager.

Hij houdt het op verblinding door de ondergaande zon. Maar de politie had de volgende dag vastgesteld dat de zon niet bijzonder hinderlijk kan zijn geweest. Misschien was Hillenius wat onvoorzichtig overgestoken, probeert de advocaat van de verdachte nog. Nu wordt de officier van justitie boos. Dit was rijden als een gek, zegt hij, en hij eist een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden en twaalf maanden ontzegging van het rijbewijs.

Buurtbewoners hebben bij het laatste paaltje van de vluchtheuvel bloemen neergelegd. Om het paaltje hebben ze een wit papier bevestigd met de naam van Hillenius.

Dood, voorgoed dood, vanwege een pakje.