Mensensmokkelaars werden soms gevolgd

De politie volgde de `Dover'-verdachten. Maar niet als `Dover'-verdachten, en in een oriënterend onderzoek. Dus was de politie er even niet toen het erop aankwam. De Rotterdamse recherchechef legt uit.

Het zou natuurlijk mooi zijn, zegt commissaris Henk Jansen, hoofd van de Rotterdamse recherche, als de praktijk van het politiewerk even vlotjes verliep als op televisie. Dat je verdachten hebt die altijd de dader blijken te zijn. Dat je rechercheurs dagelijks 24 uur voorhanden hebt. Dat je nooit voor de keuze komt een bepaalde dadergroep niet te volgen – want altijd personeel genoeg.

,,Maar wij zitten met een aanzienlijk tekort aan mensen'', zegt Jansen. En vooral bij de observatieteams (OT's in jargon, vroeger zeiden ze: de volgerij) wreekt zich dat, licht de recherchechef toe. ,,Dus worden er keuzes gemaakt bij de inzet van dit schaarse middel. Actieve opsporing in zware zaken heeft prioriteit. Maar het onderzoek dat achteraf connecties bleek te hebben met de `Dover'-zaak, had een oriënterend karakter, en draaide om oude feiten die de rivierpolitie geactualiseerd wilde hebben. Dan zet je het OT bij voorkeur niet in het weekeinde in, want anders zijn je mensen door de week niet meer inzetbaar.'' Zo bezien was het alleszins logisch dat in het `Dover'-onderzoek de observatie niet werd voorgezet toen het er op aankwam: in het weekeinde van 17 en 18 juni, toen de Chinezen in Rotterdam verbleven als laatste tussenstop voor hun reis naar het Verenigd Koninkrijk, die 18 juni in Dover eindigde met de ontdekking van 58 lijken.

Jansen: ,,Als wij een dadergroep hebben en er zijn aanwijzingen dat ze met dergelijke zware strafbare feiten bezig gaan, dan hebben we wel degelijk capaciteit om te observeren. Maar in dit geval speelt ook dat die aanwijzingen er niet waren.''

In het justitiële dossier van de `Dover'-zaak wordt het uiteengezet. De Rotterdamse rivierpolitie deed al sinds maart een zogenoemd `oriënterend' onderzoek naar een dadergroep in verband met Koerden-smokkel naar Engeland. Aanleiding was de aanhouding in 1998 van acht illegale Koerden in het Verenigd Koninkrijk, die het land in een jacht binnekwamen. Dat jacht, leerde een eerste onderzoek, was te linken aan een Nederlander van Turkse origine, O. (34), die daarom sinds maart dit jaar onder observatie stond, aldus het dossier.

Jansen: ,,Als een orënterend onderzoek loopt, en je nog betwijfelt of je bij de juiste dadergroep zit, kunnen wij zo'n groep gezien de huidige bezetting onmogelijk permanent volgen. Ondenkbaar'', zegt hij. ,,On-denk-baar!''

Dus is de groep, met Koerden-smokkel in het achterhoofd, de laatste maanden onregelmatig geobserveerd. Vastgesteld werd daarbij, aldus het justitiële dossier, dat het Rotterdamse hotel New York favoriete vergaderplaats van de dadergroep was. Op de parkeerplaats bij het hotel wisselden ze soms `witte enveloppen' uit, aldus een observatie-verbaal. Het team stelde ook vast dat nog op 15 juni, drie dagen voor de fatale overtocht, in de Schiedamse woning van de eerder in Dover aangehouden chauffeur Lammert N., een bijeenkomst plaats had waarbij hoofdverdachte O. aanwezig was, alsmede de in Dover aangehouden chauffeur Perry W. Waarover ze spraken stelden de OT'ers niet vast. Omdat ze in een oriënterend onderzoek werkten, stonden geen zware opsporingsmiddelen – zoals telefoontaps – ter beschikking.

Met deze gegevens ter beschikking, zeggen de advocaten P. Doedens en J. Boone, kan het niet anders of de politie wist van het aanstaande Chinezen-transport, en heeft het transport bewust doorgelaten. Justitie ontkent het in alle toonaarden. Jansen: ,,Wie alleen televisieseries bekijkt, die denkt: ze volgden die club, ze waren er niet toen het echte werk begon, dus is er doorgelaten. Het is een waanidee, gebaseerd op verkeerd inzicht in het politiewerk. Wij kunnen niet iedere handeling van iedere potentiële crimineel op ieder uur van de dag volgen - daarvoor hebben wij de mensen niet. En zeker niet in het weekeinde.''