Het spinnenweb ontmanteld

In de van oudsher sterk verstrengelde Nederlandse financiële wereld gaat langzamerhand ieder zijn eigen weg. De over en weer participaties van banken, verzekeraars en andere financiële instellingen worden ontmanteld. Beleggers en speculanten ontdekten de trend naar ontvlechting.

Kredietverzekeraar NCM werd verkocht. De Nationale Investeringsbank (NIB) heeft vorig jaar een andere eigenaar gekregen. Financier van veelbelovende bedrijven Alpinvest ging in februari van de hand en nu volgt NPM Capital.

,,De kruiselingse participaties van banken, verzekeraars en andere financiële instellingen in Nederland worden ontmanteld'', zegt een financieel analist bij een Amsterdamse zakenbank. Bedrijf voor bedrijf en aandelenpakket voor aandelenpakket verdwijnt de traditioneel knusse belangenbundeling van de Nederlandse financiële elite en de daarmee samenhangende combinaties van commissariaten.

Of niet? Wie het overzicht bekijkt, ziet nog steeds een financieel spinnenweb, waarin nog diverse grote partijen aandelenbelangen in elkaar hebben. Wat verandert is dat de banden wat losser worden en het aantal financiële instellingen dat door aandeelhouderscombinaties wordt beschermd wel aan het afnemen is.

NPM Capital stamt uit 1948, toen heette het de Nederlandse Participatiemaatschappij (NPM). Het was een van de nieuwe financiële instellingen die werden opgericht voor de nieuwe economie van de naoorlogse wederopbouw. De oprichters waren het financiële establishment en een andere nieuweling, de Herstelbank, later omgedoopt tot Nationale Investeringsbank, nu NIB Capital.

De NPM werd specifiek opgericht om te doen wat vrijwel geen enkele Nederlandse financiële instelling toen deed: investeren in aandelen van veelbelovende en/of familiebedrijven. Nu doen zij dat bijna allemaal. Zij zijn aandeelhouder, maar de meeste zijn ook concurrent. NPM Capital heeft inmiddels participaties in 175 bedrijven.

Instellingen als NCM, NIB, NPM en Alpinvest waren niet alleen beleggingen van het Nederlandse Finanzkapital, zij vervulden ook een nuttige functie voor de beslissers in de financiële wereld. Je zag elkaar nog eens. Je hoorde nog eens wat. Voor financiers, een gezelschap dat immer happig is op informatie, boden zulke commissariaten ook interessante doorkijkjes.

Bij NPM Capital zijn ze er allemaal. ING en NIB Capital zijn de twee grootaandeelhouders met ruim 29 en ruim 23 procent van het aandelenkapitaal van NPM, daarna komen Aegon (ruim 13 procent), Delta Lloyd (7 procent), F. van Lanschot Bankiers (6 procent), ABN Amro (5,5 procent) en Rabobank met 5 procent.

Beleggers en speculanten ontdekten de trend naar ontvlechting van belangen begin dit jaar. De Nationale Investeringsbank werd vorig jaar gekocht door de pensioengiganten ABP en PGGM, die hun bod twee keer moesten verhogen om dwarsliggende aandeelhouders onder leiding van ING over de streep te trekken. Begin dit jaar kochten dezelfde partijen Alpinvest. Toen overtroffen zij een bod van de Belgische financier Gimv.

Deze verkoop dreef direct de koers op van de aandelen NPM Capital. Vorige maand kondigde familiebedrijf SHV een bod aan op NPM ter waarde van 1,7 miljard gulden. De aandeelhoudersvergadering op 13 september, waarin over het bod van gedachten kan worden gewisseld, lijkt een formaliteit gezien de steun van de grote aandeelhouders voor het bod van SHV.

De verkoop van de NPM onderstreept het feit dat ieder zijn weg gaat in de financiële wereld. De daden van het financiële conglomeraat ING, dat met zijn aandelenpakketten een spin in het web van het bedrijfsleven is, onderstrepen de trend. ING wil zijn financiële vermogen harder laten werken en investeert zijn kapitaal liever in Amerikaanse levensverzekeraars dan in laagrenderende beleggingen in Nederlandse concurrenten. De afgelopen maanden heeft ING zijn pakket van iets meer dan 5 procent van de Aegon-aandelen verkocht, evenals ongeveer 5 procent van de Fortis Nederland aandelen. ING bezit overigens nog iets meer dan 10 procent van het Fortis Nederland aandelenkapitaal.

Met de ontmanteling van de wederzijdse en individuele aandelenbelangen geven financiers als ING ook aan dat zij geen vanzelfsprekende beschermheren zijn van concurrenten tegen biedingen van kapitaalkrachtige buitenlandse concerns. De Nederlandse thuismarkt was decennialang te belangrijk voor de winstgevendheid om buitenlandse concurrenten met majeure marktaandelen te dulden. Nationale markten waren verdeeld onder nationale marktleiders.

Toen zes jaar geleden een meerderheidspakket van 80 procent van de aandelen van de kleine, maar chique F. van Lanschot Bankiers op de markt kwam, vormden zes Nederlandse financiële instellingen een syndicaat dat de aandelen kocht: Friesland Bank, Nationale Investeringsbank, verzekeraar Delta Lloyd, ABN Amro en de financiële conglomeraten ING en Achmea. Vorig jaar kreeg Van Lanschot een eigen beursnotering, maar iets meer dan de helft van de aandelen is nog in handen van Friesland Bank, NIB Capital en Delta Lloyd.

De aandelenpakketten worden de laatste jaren verminderd, maar de dubbelfuncties waren onder meer onder druk van de toezichthoudende Nederlandsche Bank al beknot. Tien jaar geleden kon je nog commissaris zijn bij een bank, bij een verzekeraar en bij een vermogensbeheerder. Doordat steeds meer financiële instellingen bank-, verzekerings- en beleggingszaken zijn gaan doen zijn er nauwelijks nog overlappende commissariaten denkbaar: er zijn te veel (potentiële) belangentegenstellingen.

Het Nederlandse financiële bedrijfsleven staat niet alleen met de ontvlechting van de wederzijdse financiële banden. Ook de verknoopte Duitse financiële sector is op drift, aangespoord door een wijziging van de belastingwetgeving die het voor het eerst mogelijk maakt om aandelenpakketten in andere bedrijven zonder prohibitieve belastingaanslag door te verkopen. Twee van de grootste spinnen in het web, Deutsche Bank en verzekeraar Allianz, zijn begonnen hun participaties in elkaar te reduceren.

Na het bod op NPM Capital vroegen kiene kapitalisten zich af: wie volgt? Afgezien van Van Lanschot Bankiers zijn er nog vijf zelfstandige financiële instellingen met een opmerkelijke concentratie van Nederlandse financiële aandeelhouders. De Triodos Bank, waar onder meer Rabobank en pensioenfondsen ABP en PGGM tot de grotere aandeelhouders behoren, is niet aan de effectenbeurs genoteerd en is ook niet te koop.

Bij de Kas-Associatie, een financier van de effecten- en optiehandel, zijn onlangs twee beleggingsfondsen als aandeelhouder ingestapt, nadat ABN Amro al zijn aandelen heeft verkocht. Nu het op de internationale beurzen rommelt sinds het vijandige bod van het Zweedse OM Gruppen op de London Stock Exchange is het de vraag wat elders in Europa gaat gebeuren. Bij het financiële handelshuis Van der Moolen is bijna een derde van de aandelen in handen van vier financiële partijen: ING, ASR, NIB en Van Lanschot. Bij zakenbank Kempen & Co hebben verzekeraars ASR en Delta Lloyd en de financiële machtsblokken ING en ABN Amro substantiële aandelenpakketten.

Bij verzekeraar ASR (onder meer Stad Rotterdam) bezit ING bijna 20 procent, Fortis ruim 11 procent en Achmea 10 procent, terwijl de Duitse herverzekeraar Münchener Rück meer dan 10 procent bezit. ASR is goed beschermd tegen bieders die de directie niet accepteert en toch een van de oudste overnamekandidaten op de Amsterdamse effectenbeurs. Eens..