De Grave: missies niet ter profilering

Minister De Grave (Defensie) voelt er niets voor om de krijgsmacht aan internationale vredesmissies te laten deelnemen om bezuinigingen op Defensie te voorkomen of om Nederland te profileren en ,,beter op de internationale kaart te zetten''.

Een besluit tot uitzending van militairen moet gebaseerd zijn op het belang van zo'n missie, bijvoorbeeld dat van de internationale rechtsorde of van de politieke stabiliteit in een bepaalde regio, en er moet altijd een goede risico-analyse aan voorafgaan.

Dit heeft De Grave gisteren gezegd in Warschau, na de eerste dag van een tweedaags werkbezoek aan zijn Poolse collega Komorowski, in antwoord op vragen over het maandag gepubliceerde rapport van de onderzoekscommissie-Bakker uit de Tweede Kamer over de besluitvorming aangaande uitzending van troepen voor crisisbeheersing.

Volgens de minister zal het kabinet de aanbevelingen van die commissie de komende weken `betrekken' bij een besluit over de eventuele Nederlandse deelneming met circa 500 man aan een VN-vredesmacht in het grensgebied tussen Ethiopië en Eritrea. Maar dat betekent niet dat het kabinet ook alle aanbevelingen van de commissie `één op één' uitvoert, zei hij.

Er moet volgens minister De Grave in elk geval eerst een goede risico-analyse zijn gemaakt. ,,Daarvoor moeten we ons niet onder tijdsdruk laten zetten. Een besluit kan wellicht over twee weken vallen, maar het moet zorgvuldig zijn en kan ook langer duren. De Nederlandse regering kan uiteindelijk ook negatief reageren op het VN-verzoek'', zei hij.

De Grave is het eens met het uitgangspunt van de commissie-Bakker dat haar rapport tot zorgvuldiger besluitvorming, maar niet tot minder bijdragen van Nederland aan internationale vredesmissies moet leiden.