Buitenlandse concurrentie rond HSL

De Nederlandse Spoorwegen moeten het bij hun pogingen om de contracten voor de exploitatie van de HSL-Zuid in de wacht te slepen opnemen tegen een alliantie van twee Europese vervoersgiganten, het Britse Arriva en de Deutsche Bundesbahn.

Arriva Nederland, dat zich in Noord-Nederland en in Limburg al bezighoudt met de exploitatie van bus- en treindiensten, en Deutsche Bahn bevestigden vanmorgen dat ze gezamenlijk een bod hebben uitgebracht op de HSL-Zuid. De alliantie mikt zowel op het contract voor de internationale lijn van Amsterdam naar Brussel en Parijs als op dat voor binnenlandse HSL-verbindingen.

Arriva neemt 40 procent van het bod voor zijn rekening en DB, het grootste spoorbedrijf van Europa, 60 procent. Arriva wijst erop dat het intussen de nodige ervaring heeft opgedaan met spoorvervoer in Nederland, hetgeen een van de voorwaarden is voor mededinging om het HSL-contract. DB exploiteert al tien jaar hogesnelheidstreinen in Duitsland.

Het ministerie van Verkeer en Waterstaat wilde vanmorgen geen commentaar geven op het bod van Arriva-Nederland en DB. De termijn voor de definitieve aanmelding voor de HSL-contracten loopt op 15 september af.

Een woordvoerder van de NS verklaarde vanmorgen dat het bedrijf ,,kennis had genomen'' van het concurrerende bod. ,,Dat hoort bij de aanbestedingsprocedure, waarvoor de minister heeft gekozen'', aldus de woordvoerder. Ze wilde echter geen nadere mededelingen doen.

Tot dusverre gold de NS als de meest kansrijke partij om de HSL-contracten te bemachtigen. Van de gegadigden werd namelijk een zeer grondige kennis van de Nederlandse vervoersmarkt verwacht én de garantie dat er een goede aansluiting zou worden gegeven op het vliegtuig. De NS was de afgelopen maanden mede hierom in gesprek met Schiphol en de KLM over een gezamenlijk bod. Schiphol heeft zich echter intussen teruggetrokken.

Een handicap voor het bod van Arriva en DB zou kunnen zijn dat Duitsland niet voldoet aan het criterium van wederkerigheid, waaraan vooral de Tweede Kamer belang hecht. Dit houdt in dat bedrijven die uit landen komen, die zelf hun spoormarkt niet of nauwelijks hebben opengesteld voor buitenlandse concurrenten, ook geen gooi mogen doen naar contracten in Nederland.

De Duitse spoormarkt is in de praktijk tot dusverre nauwelijks open geweest voor buitenlandse concurrentie.