ANDREW HILL

Sommige muzikanten zijn zo schuw of bescheiden dat je bijna zou denken dat ze allergisch zijn voor spotlights. Pianist Andrew Hill is zo iemand. De oud-leerling van componist Paul Hindemith en protégé van Rashaan Roland Kirk maakte in 1964 met Point of Departure een van de belangwekkendste jazzplaten van de jaren '60, speelde met grootheden als Eric Dolphy en Charlie Parker en slaagde er toch in vrijwel onzichtbaar te blijven voor het grote publiek. Twee jaar geleden herontdekte een aantal jonge musici uit New York de veteraan en bewoog hem Dusk op te nemen, zijn eerste album in tien jaar. Dusk wordt gekenmerkt door de voor Hill typische mengeling van bedachtzame introspectie en verrassend harmonische uitbarstingen. In het titel- en openingsnummer huilen en jubelen de blazers in donkere klanken, en verzorgen bas en drum het losse raamwerk waar Hill zelf doorheen struikelt en hakkelt. Met de solo `Tough Love' laat hij zich van een meer contemplatieve kant horen, maar ook hier zoekt hij voortdurend het schuurvlak op tussen bitterzoete melodie en norse dissonanten. In `Sept' en `15/8' moeten de blazers alle zeilen bijzetten om hun vervlochten partijen in ongebruikelijke maatsoorten te proppen. En in het laatste nummer `Focus' laat Hill horen dat hij een muzikale vondst net zo goed in minder dan een minuut als in een kwartier kan neerzetten. Met dit simpele maar doordachte slot bevestigt Hill definitief dat de visionaire maker van Point of Departure nog steeds onder ons is.

Andrew Hill: Dusk (Palmetto Records, PM 2057) Distr. Culture Records.