Zalm: Veiling UMTS had een noodrem nodig

Minister Zalm (Financiën) erkent dat de procedure voor de veiling van frequenties voor een nieuwe generatie mobiele telefonie (UMTS) niet flexibel genoeg was. De regels voor de veiling stonden niet toe dat de overheid kon ingrijpen toen bleek dat zich ingrijpende wijzigingen op de markt voordeden.

Volgens Zalm en staatssecretaris De Vries (Verkeer en Waterstaat) moeten toekomstige veilingen daarom een `noodremprocedure' krijgen. Zij zeiden dit gisteren tijdens de presentatie van een reconstructie van de UMTS-veiling.

Maar de Tweede Kamer is niet tevreden met de uitleg van de bewindslieden en wil een nader onderzoek. Eerder hadden Kamerleden forse kritiek op de veiling toen bleek dat de opbrengst in Nederland met 5,9 miljard gulden achterbleef bij veilingen in Groot-Brittannië (80 miljard gulden) en Duitsland (110 miljard).

De bewindslieden vinden het nog te vroeg om te oordelen over de opbrengst van de Nederlandse veiling. Die eindigde op 24 juli en biedt vijf bedrijven de mogelijkheid om mobiele telefoons met internetverbinding en videobeelden op de markt te brengen. Zalm en De Vries willen eerst de uitkomst afwachten van veilingen in een groot aantal andere landen. Zalm stelde dat hij, achteraf bezien, uiteraard graag meer geld had opgehaald met de veiling. ,,Ik had liever meer gehad, maar wat schieten we daarmee op?''

De Vries onderstreepte dat winstmaximalisatie niet het belangrijkste doel van de veiling was. ,,Uitgangspunt vormde de bestaande markt, die met vijf partijen al zeer competitief is. Daarnaast wilden we een optimale opbrengst, geen maximale opbrengst.'' Omdat de Nederlandse telecommarkt al vijf aanbieders kent die elkaar beconcurreren, was het volgens De Vries niet noodzakelijk de veiling zo in te richten dat nieuwkomers bijzondere voorrechten zouden krijgen.

Voorop stond het streven naar een goede marktwerking en een snelle invoering van nieuwe technologieën ter verbetering van Nederlands positie op de internationale telecommarkt. ,,Het eindresultaat voldoet aan de doelstellingen van het kabinetsbeleid voor de telecommunicatie'', schrijven de bewindslieden in hun nabeschouwing.

In de dagen voorafgaand aan de veiling daalde het aantal deelnemers snel van tien tot zes, slechts één partij meer dan het aantal beschikbare vergunningen. Een hoger aantal deelnemers had meer strijd en vermoedelijk een hogere opbrengst betekend. ,,De overheid was toen gehouden door te gaan'', aldus Zalm en kon geen `no-go'-besluit meer nemen.

Toekomstige veilingen moeten wel zo'n noodrem krijgen. De bewindslieden erkennen daarmee dat ze zich door de veiling te ontwerpen na uitvoerige consultaties met bestaande ondernemingen, gecombineerd met de wens om voorspelbaar en transparant te zijn, in een hoek hadden gemanoeuvreerd.

BRIEF: www.nrc.nl/DenHaag