Werkgevers zien doorbraak voor prestatieloon

Werkgevers signaleren een doorbraak in de acceptatie van prestatieloon. In 30 procent van de dit jaar afgesloten collectieve arbeidsovereenkomsten is een afspraak gemaakt over vormen van flexibel belonen.

,,Na jarenlang van vaak vruchteloos praten over het onderwerp flexibel belonen, kan nu van een echte doorbraak worden gesproken'', zei voorzitter B. Wientjes van werkgeversorganisatie AWVN gisteren op een gezamenlijke persconferentie met VNO/NCW.

In de CAO's waarin afspraken over prestatieloon zijn gemaakt gaat in het 60 procent om concrete regelingen. Bij 40 procent is alleen nog sprake van studies. Wientjes was erg opgetogen over deze cijfers en over het feit dat vakbonden hier steeds meer open voor staan. ,,CAO-partijen hebben een manier gevonden om dit onderwerp te behandelen, met spelregels waarmee werkgevers uit de voeten kunnen en die werknemers voldoende zekerheid bieden. Dat is een feestje waard.''

Hij haalde enkele bedrijven aan waar flexibel belonen is ingevoerd. Zo voert chemiebedrijf DSM Limburg een regeling voor personeelsopties in. Bij bankverzekeraar ING wordt de persoonlijke ontwikkeling en de behaalde individuele of groepsresultaten medebepalend voor het inkomen. Lucent Technologies breidt de winstuitkering uit naar lagere loonschalen. Elektronicaconcern Philips introduceert een systeem waarbij loonsverhoging afhankelijk zal zijn van het functioneren en voert een bonusregeling in met een individuele en een groepsdoelstelling.

Eerder dit jaar leidde de invoering van prestatieloon bij Philips nog tot een conflict met de vakbonden. Philips wilde bij de CAO-onderhandelingen in het voorjaar geen structurele loonsverhoging voor iedereen doorvoeren, maar een vorm van algehele, individuele prestatiebeloning. Uiteindelijk bereikten bonden en directie een akkoord over een compromisvoorstel dat zowel een generieke loonsverhoging behelsde als mogelijkheden voor individuele bonusregelingen.

Ook voorzitter J. Schraven van VNO/NCW is positief gestemd over de trend, maar hij vindt dat bij CAO-onderhandelingen nog te veel de nadruk ligt op algemene loonsverhogingen. ,,Ik had liever wat meer evenwicht gezien tussen algemeen en flexibel. Algemene loonsverhogingen verhogen blijvend het loonpeil. Keert de economische wind, dan is vermindering van het aantal werknemers vaak de enige correctiemogelijkheid op korte termijn voor een onderneming.''

Hij zei bezorgd te zijn over het feit dat de loonkosten per eenheid product in Nederland sneller oplopen dan in de rest van het Eurogebied. ,,Onze voorsprong brokkelt af. Ik heb geen reden in een tijd van prachtige groeicijfers de ontwikkelingen te dramatiseren. Ze bijten ons kennelijk nog niet erg. Maar structureel zijn het zeker geen tendensen zonder dreigingen'', aldus Schraven.