Van `Krieg' en `war'

De Belg Karel van Miert gold als Euro-commissaris voor de mededinging als een machtig man. Nu heeft hij een boek geschreven, over andere machten in Brussel.

De vroegere Europees commissaris voor concurrentiebeleid Karel van Miert heeft in zijn werk de meeste hinder ondervonden van Duitsland en Frankrijk. Beide EU-lidstaten gebruikten voortdurend zware politieke en diplomatieke druk om goedkeuring te krijgen voor grote fusies of staatssteunzaken. Dat schrijft de Belgische socialist in zijn gisteren verschenen boek `Mijn jaren in Europa'.

De meest ernstige aanvaringen in zijn elfjarige Europese carrière had Van Miert met de later omstreden Franse eurocommissaris Cresson, met wij hij persoonlijk zeer slecht overweg kon, en met de Duitse bondskanselier Kohl. Deze intimideerde hem via commissievoorzitter Santer in 1997 door te briesen dat er oorlog zou uitbreken tussen de Europese Commissie en Duitsland, als Van Miert niet akkoord zou gaan met de grote mediafusie Kirch – Bertelsmann. ,,Das ist Krieg'', zo zei de bondskanselier.

Kohl had zich persoonlijk sterk gemaakt voor de mediafusie op het gebied van betaal-tv als vriend van de Duitse tv-magnaat Leo Kirch, die de bondskanselier alle ruimte gaf op zijn commerciële zenders. Tegelijkertijd schetst de vorig jaar afgetreden eurocommissaris het beeld van Kohl als bewogen vader van de Europese gedachte. ,,Zonder standvastigheid, solide overtuiging en moed van Kohl zaten we nu nog op de euro te wachten.''

Van Miert kreeg het verder vaak aan de stok met Duitse regionale en federale politici, die vooral in de voormalige DDR veel staatssteun wilden verstrekken. Daarbij werden Van Miert en zijn ambtenaren vaak op het verkeerde been gezet. In het geval van misleidende informatie rond een hulpoperatie aan de scheepswerven van Bremer Vulkan spreekt de huidig voorzitter van de bedrijfsuniversiteit Nijenrode zelfs van een ,,walgelijke vertoning''.

Daarnaast was Frankrijk erg bedreven in het uitoefenen van zware druk, vooral bij de goedkeuring voor staatshulp aan de bijna failliete bank Credit Lyonnais. Volgens Van Miert trokken de opeenvolgende Franse ministers van Economische Zaken alle registers open.

Hooggeplaatste Franse commissie-ambtenaren werd, evenals in andere zaken, gedreigd met het dwarsbomen van hun carrière als zij niet hun invloed ten gunste van Frankrijk zouden aanwenden. Volgens Van Miert stonden de politici echter weer onder zware druk van de Franse bankvoorzitter Peyrelevade, die via staatssteun zware saneringen hoopte te vermijden.

Frankrijk oefende verder ook forse druk uit bij saneringsplannen voor de textielsector en de overname van een chemisch bedrijf in het Oost-Duitse Leuna door het Franse olieconcern Elf. De afgeblazen mediafusie Kirch-Bertelsmann, de zaak-Credit Lyonnais en de door Van Miert fors gewijzigde voorwaarden voor de fusie van de Amerikaanse vliegtuigbouwers Boeing en McDonnell Douglas waren voor de Europees commissaris de meest pittige dossiers.

Ook bij deze Amerikaanse overname-operatie werd zware politieke druk uitgeoefend, onder meer door president Clinton en minister van Buitenlandse Zaken Albright. Zij wilden koste wat kost voorkomen dat de militaire tak van het noodlijdende McDonnell Douglas in niet-Amerikaanse handen zou vallen. Clinton dreigde met een handelsoorlog, een `war'.

De grootste persoonlijke opoffering was voor Van Miert het voortijdige ontslag van de hele vorige Europese Commissie, maart 1999, na onafhankelijk onderzoek naar fraude door de Franse eurocommissaris Edith Cresson. Van Miert en zijn collega's kregen de indruk ,,met zijn allen te moeten sterven voor Edith''.

Hij steunt de over het algemeen als zwak ervaren commissievoorzitter Santer, die twee maanden daarvoor de handdoek al in de ring leek te willen gooien. In het boek staat wel een opmerkelijke uithaal naar diens woordvoerster Martine Reicherts. Santer had zich volgens Van Miert ,,veel onheil kunnen besparen door haar de laan uit te sturen''. De Belgische eurocommissaris voelde zich ook in de rug gestoken door Reicherts, toen deze publiekelijk afstand nam van uitspraken van Van Miert in de zaak Kirch-Bertelsmann.

In zijn boek wijst hij er verder op dat Nederland en België veel te lang diverse industriële kartels hebben laten voortbestaan. Uiteindelijk wist Van Miert de meeste kartels in zijn zeven jaar als commissaris voor de mededinging aan te pakken.

Ook haalt Van Miert uit naar de vroegere Britse Labour-europarlementariër Donnelly. Deze vervulde in de ogen van Van Miert een dubieuze rol in een in zijn ogen erg brutale actie van de autosportfederatie FIA om alle televisierechten voor autoraces in handen te krijgen. Ook deze commerciële coup wist Van Miert tegen te houden. Hij zegt te betreuren dat sport in alle opzichten steeds meer ,,big business'' is geworden.

Karel van Miert: Mijn jaren in Europa. Uitgeverij Lannoo; 49,50 gulden; ISBN 90 209 4150