UMTS-veiling

Onder de kop `UMTS-veiling is polderrommel' geeft de Amsterdamse hoogleraar Sweder van Wijnbergen een kritische analyse met betrekking tot de recente veiling van de UMTS-frequenties (NRC Handelsblad, 25 augustus). Naar de mening van Van Wijnbergen leiden opzet en verloop van deze veiling tot vragen over (in-)competentie bij de organisatoren en over tekortschietend mededingingsbeleid.

Het ongerijmde in het betoog van Van Wijnbergen is dat zijn conclusies gebaseerd lijken te zijn op een gebrek aan kennis van en inzicht in de Mededingingswet en de daaruit voortvloeiende mogelijkheden tot ingrijpen door de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa).

Hij gebruikt de gang van zaken met betrekking tot de UMTS-veiling (en met name het niet corrigerend optreden nadat Telfort een `dreigbrief' naar Versatel had gestuurd) als basis voor vergaande conclusies over tekortschietend mededingingsbeleid.

Het handelen van Telfort jegens Versatel komt echter niet in de buurt van misbruik van een economische machtspositie of van een verboden mededingingsafspraak in de zin van de Mededingingswet. Wanneer daar geen sprake van is, kan ingrijpen door de NMa niet serieus in beeld komen. De Mededingingswet is niet het geijkte middel tot ingrijpen in elk (civiel) concurrentiegeschil tussen ondernemingen op de Nederlandse markt. Net zo min als het EG-verdrag en het Amerikaanse kartelrecht die mogelijkheid bieden voor elk geschil tussen ondernemingen op de grotere Europese of Amerikaanse markt.

Daar vervolgens uit concluderen dat het bergafwaarts gaat met (de uitvoering van) het mededingingsbeleid, is ongefundeerd en misleidend. Het werk van de NMa dient te worden beoordeeld op basis van haar handelen op terreinen waar zij bevoegd is.