Russische zwakte bedreigt veiligheid

In zijn artikel over de malaise van de Russische strijdkrachten geeft Kees Homan zichzelf over aan apolitieke en dus gevaarlijke bespiegelingen over het ontmantelen van de nucleaire slagkracht van de Russische Federatie (Opiniepagina, 21 augustus). Hij beschrijft hoe slecht het er voorstaat met zowel de nucleaire als de conventionele takken van de Russische krijgsmacht. Maar waarom zou de Russische regering op grond hiervan opeens bereid zijn om het laatst overblijvende symbool van zijn supermacht status prijs te geven?

Er is de afgelopen dertig jaar met immens geduld een veiligheidstelsel van verdragen opgebouwd dat helaas is gebaseerd op een balans van terreur: de wederzijds verzekerde afschrikking. In de ogen van beide zijden betekent het eenzijdig nucleair ontwapenen hetzelfde als overgave aan de politieke willekeur van de ander. In dat licht gezien is het een absurde fantasie dat Rusland hiertoe zou overgaan terwijl de nucleaire slagkracht van de Verenigde Staten en andere landen behouden zou blijven.

Aan beide zijden staan nog steeds duizenden kernwapensystemen gereed om binnen luttele minuten gelanceerd te worden. Aan de Russische kant haperen niet alleen de lanceersystemen zoals de onderzeeërs, maar ook de waarschuwingssystemen voor een vijandelijke aanval. Begin dit jaar verschenen berichten in de pers dat de Amerikaans lanceersilo's alleen een deel van de dag door Russische satellieten in de gaten worden gehouden. Daardoor zou in een crisissituatie grote onzekerheid over de Amerikaans intenties bestaan: een onzekerheid die snel kan uitmondden in een nucleaire oorlog. Men wil immers niet riskeren dat men de eigen kernwapens verliest. Zo gezien biedt de zwakte van Rusland geen enkele garantie voor grotere veiligheid: integendeel, de kansen op een kernoorlog nemen juist toe.

In die situatie is het zaak om zeer snel tot verdere onderhandelingen te komen om het aantal kenwapens te verminderen. Rusland heeft (vermoedelijk uit noodzaak) al verklaard dat het zijn strategische lanceersystemen naar 1500 zal verminderen. In antwoord daarop dreigen de Verenigde Staten met het aanleggen van een raketschild waarmee de nucleaire balans nog verder verstoord wordt. De mogelijkheid voor een `first strike' wordt immers uitgebouwd. Het is dan ook zeer naïef om te praten over hulpprogramma's voor Russische ontwapening, zonder dat deze gekoppeld worden aan ontwapeningstappen aan de Amerikaanse kant.

Karel Koster is Nederlands vertegenwoordiger in het Project on European Nuclear Non-proliferation.