Meteen chaos bij vuurwerkramp

Chaotische taferelen in de eerste uren, irritaties en meningsverschillen tussen de verschillende diensten in de dagen erna. Dat beeld doemt op uit het logboek van het regionaal coördinatiecentrum waar de hulpverlening werd gecoördineerd na de vuurwerkramp van 13 mei in Enschede. Het logboek is aan deze krant gezonden door de brandweer regio Twente, na een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur.

Het logboek begint op zaterdag 13 mei, 15.02:14, als de eerste melding binnenkomt van een omwonende. ,,Vuurwerkhandel in brand. Op de achtergrond van het gesprek zijn explosies te horen.'' Op 15.03:57 volgt de alarmering van de brandweer, volgens het logboek. En 15.05:07: ,,Uitruk (uitruktijd 1:10 minuut)''.

Tien over vier in de middag wordt het regionaal coördinatiecentrum (RCC) ingericht, waar zich bij de hulpverlening betrokken diensten zich melden om informatie uit te wisselen en adviezen te geven. De eerste uren zijn het vooral snippers informatie en (vergeefse) pogingen om de juiste mensen te bereiken, zo blijkt uit het logboek. Hoe moeizaam het gaat, blijkt als om 17.50 uur genoteerd wordt: ,,Het RCC heeft nog steeds onvoldoende beeld.'' En om 18.25 uur heet het: ,,De schattingen lopen uiteen van 10 tot 200 doden.'' Het zouden er uiteindelijk 21 blijken te zijn.

Als de hulpverlening loopt, verschuift de aandacht naar gevaarlijke stoffen in het gebied. De Bioreactor aan de Beekweg zit vol methaangas, op het Grolsch-terrein staat een ammoniaktank en om de hoek bij het ontplofte bedrijf SE Fireworks, aan de Roomweg nummer 6, blijkt een tweede opslag van vuurwerk te liggen. Om 20.40 uur op zondag worden daar ,,kleinschalige ontploffingen'' geconstateerd. Een uur later is de ,,vuurwerkbunker Roomweg 6 onder water gezet''.

In de loop van de dagen ontstaan enkele irritaties tussen de diensten. De GGD bijvoorbeeld ,,heeft zich ernstig gestoord aan het blijven liggen van menselijke resten in opdracht van het Recherche identificatieteam'', meldt het logboek in de vroege nacht van dinsdag 15 mei.

Maar de meeste verwarring blijkt te hebben bestaan over de ernst en de omvang van vrijgekomen asbest. Zondagnacht, om 03.15 uuur, meldt de brandweer: ,,Mogelijkheid vrijgekomen asbest: wordt morgen bekeken''. Daarna volgen dagen van tegenstrijdige berichten, een dringend gevraagd maar uitblijvend Plan van Aanpak en discussies over de vraag hoe groot het afgesloten gebied moet zijn en wanneer daar de eerste bewoners naar binnen mogen. De verschillende inschattingen leiden tot irritaties over en weer.

Op maandag 15 mei verzwaart de Arbeidsinspectie het asbestprotocol voor de hulpverleners. ,,De operationele leider (de heer Steffens) heeft doorgegeven geen voorstander te zijn van een verzwaard protocol (naar aanleiding van de meetgegevens)', meldt het logboek om 16.45 uur. En dinsdag 16 mei, 08.35 uur, ,,Burgemeester Mans heeft geklaagd over de berichtgeving met betrekking tot de asbestproblematiek, met name de berichtgeving van de GGD.''

Andere terugkerende items in het logboek zijn meldingen van mogelijk levende slachtoffers onder het puin. Op zondag: 8.12 uur ,,In de Renbaanstraat nr. 20 zitten mogelijk kinderen in de kelder.'' Op dinsdag 16 mei, 8.20 uur: ,,Melding in de binnenring over hulproepen uit het puin. Is meteen onderzocht met sondeapparatuur: niets gevonden.'' En later die dag meldt de GGD: ,,De geluiden van vanmorgen: niets gevonden. Waarschijnlijk dierengeluiden.''