Klappen

Nou nou, hamer, zaag en snijbrander, de verhuurster had wel eens mogen zeggen dat er vlak naast dit apartement een heel nieuw huis wordt gebouwd. Een mooi gezicht is het wel. De voor- en achtergevel op de Sint Maartenstraat en de Vredesstraat staan nog overeind en daartussen was alles weggehaald en nu wordt het weer gevuld.

Het lijkt wel een schilderij van Fernand Léger, de bouwvakkers die tussen de stalen balken lopen en hoog boven hen een hijskraan waar 's nachts enorme gewichten aan worden gehangen die niet naar beneden moeten vallen, want dan ben ik er geweest. Er staan geen radio's aan op het werk en dat is een wonderbaarlijke zegening in Spanje, het land van het lawaai.

Het lokale treintje had de hele reis muziek. Het Weense repertoire, de vloek van mijn kindertijd. Ik herken de Donau, de Moldau en de edelweiss. ,,Overheidsmuziek, om iedereen in een prettige overheidsstemming te brengen'', zegt mijn reisgenote. In de kasteelruïnes die we net bekeken hebben waren ook al van die opdringerig vrolijke walsen te horen.

Een openingsscène van een film, een beetje plagiaat misschien, maar dat noemen we dan een hommage. Nederlandse forensen in de trein op weg naar hun werk. Uit de luidsprekers stroomt de mooie blauwe Donau, als een gifgas. Je zou meteen weten dat er een staatsgreep was gepleegd, de politici naar huis gestuurd en de macht nu ook formeel aan de managers van het bedrijfsleven.

Er zou eens onderzoek gedaan moeten worden naar de effecten die langdurige blootstelling aan achtergrondbehangmuziek op de hersenen heeft. Veel meer dan een spons blijft er na een paar jaar niet over, denk ik. Over twintig jaar de enorme schadeclaims van de slachtoffers, als die dan nog de geestkracht hebben om een advocaat te vinden. Misschien zie ik het te dramatisch. De mensen in de trein gedragen zich normaal en zien er niet uit als zombies met een spons in hun hoofd.

Je kan je vergissen. Aan die bouwvakkers schreef ik een hoge vorm van waardigheid toe. Ambachtslieden met een natuurlijke beschaving die hen onvatbaar maakt voor de verleiding van het radioriool.

Toen was er een die in de gaten kreeg dat er een vrouw op het dakterras naast de bouwplaats zat, die naar hen keek. Hij sloeg de hand aan zijn broek en maakte weidse masturbatiegebaren. Die natuurlijke beschaving viel een beetje tegen.

Ze schrok, maar wilde zich toch niet laten kennen, dus ze ging niet weg, maar draaide alleen haar stoel om, zodat ze de masturbant niet meer kon zien.

,,Als ik een vrouw was en het was mij overkomen, dan had ik het uitgevochten'', zeg ik. ,,Gewoon blijven kijken, met belangstelling en een beetje spot, en dan zien wie het het langst volhoudt.'' Ze gelooft het niet erg. ,,Als je een vrouw was die een man was, dan zou je dat misschien doen, maar niet als je een vrouw was.''

Als man voel ik toch de behoefte aan een tegenzet. Wat zou ik kunnen doen? In het woordenboekje opzoeken wat `lekker kontje' in het Spaans is, en dat dan de belhamel wellustig toeroepen en de ferme bewegingen maken die zijn eigen laffe symbolische getrek doen verbleken en hemzelf ook.

Nee, dat doe ik toch maar niet. Noem het mijn natuurlijke beschaving of noem het schijterigheid. Je weet niet waar het toe leidt. De betonnen blokken die 's nachts aan de hijskraan hangen iets minder goed vastgemaakt, de kraan zelf iets in onze richting gedraaid... We zijn in een vreemd land en aan een escalatie van onaangenaamheden kan ik beter niet beginnen.

Er was ook echte muziek in de stad. Op het Plein van de Maagd schijnen televisielampen, het plein staat vol stoeltjes en er zijn er nog net twee vrij. Er is een festival van folkloristische muziek en dans.

Eerst wordt er veel gepraat door twee presentatoren en door een politicus, misschien de burgemeester, die het over terrorisme en democratie heeft, en dat moet zijn omdat de Baskische ETA net weer een gemeenteraadslid heeft neergeschoten. Ik herken het woord minuut en verwacht dat er een minuut stilte voor het slachtoffer zal zijn, maar dat is het niet, de mensen staan op en applaudisseren een minuut lang voor de democratie.

We zien de Argentijnen, de Russen en de Cubanen. Nederlandse volksdansers zijn er niet en dat is goed. We wachten op de Senegalezen, die inderdaad zo indrukwekkend zijn als we hadden gedacht.

Om een uur of drie 's nachts worden we wakker door een groot vuurwerk, de afsluiting van het festival. Dit is een stad van knallen, heb ik in een reisgids gelezen, en de reisgids heeft gelijk, want op alle momenten van de dag en de nacht kan je opeens vuurwerkgeknal horen, wat misschien niet helemaal ongevaarlijk is, want er schijnt in deze streek een traditie te zijn van vuurwerkoorlogen tussen rivaliserende groepen jongeren die pijlen op elkaar afvuren.

Ik ben een week in de stad en ik kan de geluiden van het overheidsvuurwerk en het vrije vuurwerk van elkaar onderscheiden. De klokken van de toren van de kathedraal op het Plein van de Koningin en die van de andere kerktorens in de buurt hebben een eigen klank gekregen en ook een eigen tijd, want de hele en halve uren vallen niet voor elke klok op hetzelfde moment.

Ik ken de stappen van de buren en de manier waarop ze hun deur in het slot gooien, de bouwvakkers hebben een individuele stem gekregen en de zaag op de binnenplaats klinkt anders dan die op de vijfde verdieping.

Ik heb een fototoestel, waarmee ik heb geprobeerd om een Léger te maken, maar de volgende keer zal ik geen fototoestel maar een bandrecorder meenemen en als ik dan later de band afluister en het aanslaan van de ijskast hoor, zo anders dan thuis, zal ik zeggen: ja, Valencia.