Kabinet wil informatie verbeteren

Premier Kok staat `welwillend' tegenover de roep om meer informatieverschaffing omtrent de uitzending van Nederlandse militairen naar VN-vredesmissies. Hij zei dit in een reactie op het rapport-Bakker.

Maar Kok wijst erop, dat binnen de internationale verhoudingen niet altijd alles openbaar kan worden gemaakt, en in crises niet altijd de risico's ,,op een tekentafel in kaart kunnen worden gebracht''. Kok zei dit gisteren tegenover het NOS-journaal, in een reactie op het zojuist verschenen rapport van de commissie-Bakker.

In het rapport wordt onder meer gepleit voor een grondiger, openbare informatieverschaffing door het kabinet aan de Tweede Kamer over toekomstige vredesmissies. Kok is graag bereid ,,te kijken hoe dat inderdaad beter kan'', maar hij heeft ook bedenkingen: ,,De feiten zijn vaak, op het moment dat ze zich voordoen, wat onoverzichtelijker dan zodra de mist daarna is opgetrokken. Je hebt soms ook te maken met internationale verhoudingen en afspraken. Niet alles is onmiddelijk vrij voor publiciteit''.

De partijen in de Tweede Kamer hebben het rapport van de commissie-Bakker gisteren algemeen geprezen om zijn grondigheid en de in het document vervatte aanbevelingen over betere informatie en helderder besluitvorming omtrent uitzending omarmd. Alleen twee kleine partijen, de SP en de SGP, meenden dat het rapport aanleiding is tot meer terughoudendheid over de uitzending van Nederlandse troepen. De PvdA mist in het rapport een volledige weergave van ,,het totaal van de door Nederland gepleegde inspanningen (..) na de val van Srebrenica'' en wil daarover met de commissie spreken.

Bij de publicatie van het rapport kwam gisteren voor het eerst een voorgesprek van de commissie met voormalig minister van Buitenlandse Zaken Van Mierlo naar buiten. Van Mierlo kon wegens ziekte niet in het openbaar worden gehoord. Van Mierlo zegt onder andere dat er ten tijde van de val van Srebrenica ,,op Defensie een overweldigende dominantie was van het gevoel: de jongens moeten er uit, die moeten het leven houden''. Minister van Defensie Voorhoeve zelf was het echter met hem eens, zegt Van Mierlo, dat onder deze omstandigheid de bescherming van de burgerbevolking in Srebrenica ten minste even belangrijk was als de bescherming van de Nederlandse troepen.