IHC rekent op orders oliesector

IHC Caland verwacht dat de grote oliemaatschappijen dit jaar zullen beginnen met het opvoeren van de investeringen, en dat het Schiedamse bedrijf daar vanaf 2002 van zal profiteren. De bestuursvoorzitter van de bouwer van offshore-installaties en baggerschepen, J. van Dooremalen, sprak gisteren bij de presentatie van de halfjaarcijfers van een ,,stuwmeer'' van te verwachten opdrachten. IHC Caland had het herstel van de olie-investeringen eerder verwacht. De voorganger van Van Dooremaalen, C. de Ruyter, had in januari bij de bekendmaking van de resultaten over het vorige jaar al gezegd dat 2000 voor IHC Caland een overgangsjaar zou worden, maar dat nieuwe opdrachten die in de loop van dit jaar zouden worden gesloten vanaf 2001 aan de winst zouden gaan bijdragen. Gisteren zei de nieuwe bestuursvoorzitter dat ook het volgende jaar wel eens een overgangsjaar zou kunnen worden, omdat de investeringen ,,vooruit zijn geschoven.'' In de eerste zes maanden van dit jaar behaalde IHC Caland een nettowinst van 29,7 miljoen euro (65,3 miljoen gulden). Dat is een daling van 16 procent ten opzichte van dezelfde periode van 1999, toen er een nettowinst van 35,3 miljoen euro (77,7 miljoen gulden) in de boeken kon worden genoteerd. Van Dooremalen noemde de lage olieprijs in de periode voorafgaand aan de zomer van 1999 de belangrijkste oorzaak voor het uitstellen van investeringen. Ook de fusiegolf in de olie-industrie heeft de investeringsbereidheid op een laag pitje gezet, aldus Van Dooremalen.