Hoge grondprijs bedreigt natuur

De grondprijzen zijn zo sterk gestegen dat het rijk 4 miljard gulden extra nodig heeft voor de aankoop van terreinen voor het milieubeleid. Dat staat in de Natuurbalans 2000, een jaarlijks rapport over de toestand van de natuur in Nederland.

Het kabinet zou tot het jaar 2018 de resterende 90.000 hectare grond moeten kopen voor de aanleg van grote natuurgebieden. Maar dat wordt een kostbare zaak nu de grondprijzen de afgelopen vijf jaar met meer dan 60 procent zijn gestegen. De grond is zo extreem duur geworden door onduidelijkheid over de bestemming van de grond rondom de steden en door de felle concurrentie op de grondmarkt.

De strijd om de ruimte bedreigt de aanleg van nieuwe natuur, aldus de Natuurbalans, het rapport van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM). De aanleg van extra groen in de Randstad is vrijwel tot stilstand gekomen. Kleine gemeenten voelen er weinig voor om groenprojecten aan te leggen voor bewoners uit de grote steden.

Het milieubeleid heeft de afgelopen decennia belangrijke vorderingen gemaakt, aldus de Natuurbalans. Desondanks zal de beoogde natuurkwaliteit in meer dan de helft van de gebieden van de zogeheten Ecologische hoofdstructuur niet worden gehaald als gevolg van verzuring, vermesting, verdroging en versnippering. De Ecologische hoofdstructuur is het plan van de rijksoverheid om een aaneengesloten netwerk van natuurgebieden te creëren.

In een reactie op de Natuurbalans wees staatssecretaris Faber (Natuurbeheer) er vanmorgen op dat zij al afspraken heeft gemaakt met de grote steden om iets te gaan doen aan het groen rond de steden. Zij erkent de problemen in de Natuurbalans, maar ze is ervan overtuigd op de goede weg te zijn. Over het tekort van 4 miljard zegt ze: ,,Daar hebben we in het kabinet al afspraken over gemaakt. Er is al overeenstemming over 1,6 miljard gulden aan maatregelen.'' Natuurbeschermers zeggen dat zij die 1,6 miljard al hebben verdisconteerd.

VRAAGGESPREK pagina 7