Germaans gebruik: bomen vlechten

Een oud Germaans fenomeen wordt in ere hersteld: de vlechtheg.

Een milieuvriendelijk alternatief voor prikkeldraad.

,,Prachtig hè', zegt Thomas van Slobbe. Hij staart naar een vlechtheg op de Duivelsberg bij Nijmegen. Een experimentele heg, gevlochten uit hazelaar, meidoorn en wilde roos. Van Slobbe is laaiend enthousiast. De vlechtheg is mooi, handig én milieuvriendelijk.

Van Slobbe is als directeur van Stichting Waarde in Beek-Ubbergen onlangs een vijfjarig project begonnen. Doel: de herintroductie van traditionele vlechttechnieken bij heggen, hagen en houtwallen. Dat leidt volgens hem niet alleen tot fraaie, stevige heggen ter vervanging van prikkeldraad om vee tegen te houden, maar ook tot `de terugkeer van een karakteristiek landschapselement'.

Het vlechten van heggen heeft de potentie uit te groeien tot een rage, denkt Van Slobbe. In Engeland worden er jaarlijks kampioenschappen gehouden. Maar het aantal mensen in Nederland dat de techniek beheerst is minimaal. Na lang speuren bleken er in Limburg twee mannen te wonen die het kunnen.

En dat terwijl heggen vlechten vroeger reuze populair was, constateerde Julius Caesar na zijn veldtochten tegen de Germanen: ,,Deze mensen hakken dus jonge boompjes om, buigen ze en vervlechten de [...] takken, voegen doorn- en braamstruiken ertussen en zijn zo in staat deze heiningen tot een verschansing als een muur te vormen, zodat men er niet alleen niet door kan dringen, maar er zelfs niet doorheen kan kijken.'

Het is ook niet echt eenvoudig, om een vlechtheg te maken. Met een speciaal mes, een hiep, moet een boompje voor driekwart worden doorgehakt, de stam moet horizontaal worden gelegd en uit dit hout komen verticale scheuten op, die met de horizontale stammetjes vervlochten worden.

Om het in onmin geraakte vlechten te bevorderen is Van Slobbe's initiatief inmiddels uitgegroeid tot niets minder dan het `Nationaal stimuleringsproject gevlochten heggen, hagen en houtwallen'. Staatsbosbeheer, land- en tuinbouworganisatie LTO Nederland, de natuurgroep IVN, Vereniging Das & Boom en de Nationale Commissie Duurzame Ontwikkeling (NCDO) doen mee. Ook het ministerie van Landbouw is enthousiast en geeft subsidie. Vandaag maakt het bedrijf Intratuin bekend dat het op grote schaal vlechtheggen gaat verkopen.

Van Slobbe wil dat de vlechtheg een bijdrage gaat leveren aan de biodiversiteit van het Nederlandse landschap. Zeldzame, inheemse gewassen – zoals egelantier, wilde appel, rode kamperfoelie en gele kornoelje – moeten zeldzame insecten en vlinders aantrekken en het welzijn van bedreigde dieren bevorderen. De boomkikker, de sleedoornpage en de grauwe klauwier. Maar het allerbelangrijkste, zegt Thomas van Slobbe, is dat de vlechtheg een impuls geeft aan de ,,bevrijding van het landschap'.

In plaats van prikkeldraad komen er nieuwe kansen voor de ,,groene dooradering van het landschap'. In de stadstuinen, zegt Van Slobbe, kan de vlechtheg bovendien het begin zijn van de ,,opheffing van het onderscheid tussen privé-domein en publiek domein'.

Van Slobbe: ,,Er is een groot verlangen onder bewoners om uit hun tuintjes bevrijd te worden. Met de vlechtheggen creëer je iets waar de wind in z'n geheel doorheen kan blazen, maar dat toch een zekere mate van afscheiding geeft. En beetje common ground-achtig.'