DE LA SOUL

Toen De La Soul in 1989 aantrad, presenteerde het trio zich als de vriendelijke hippies van de hiphop. Het zal hun deels teddybeer-achtige, deels intellectuele uitstraling zijn geweest, of hun afkomst (geen grote-stadsgetto maar het relatief rustige sub-urbane Long Island). Lang hielden ze de positieve houding van het succesvolle debuut Three Feet High And Rising niet vol. Ze verzandden weliswaar nooit in de harde clichés van de gangsta rap, maar gaan dezer dagen wel wat hardhandiger te keer.

Om te laten zien dat ze aansluiting met de rest van de hiphop-scene niet hebben gemist, laten ze zich op hun vijfde album bijstaan door verscheidene beroemde gasten uit die hoek, zoals Freddie Foxxx, Busta Rhymes, twee Beastie Boys, Xhibit en anderen. Ook zangeres Chaka Khan trekt haar mond wijd open op het soulvolle `All Good?'

Dankzij al die gastbijdragen is het geluid gevarieerd en kleurrijk: er zijn verleidelijke r&b-tendensen, meer puristische, kaal geproduceerde hiphop-nummers en van alles daartussenin. Nummers als `Oooh' met een uitblinkende Redman als gastrapper en `The Art Of Getting Jumped' barsten dankzij pakkende instrumentaties van de hitpotentie.

Geheel in hiphop-stijl zorgen talloze kleurrijk benutte samples, `interpolations' en `replayed elements' van oudere nummers, van een kreetje van Chic tot complete refreinen, voor de link met het verleden. Het resultaat is de beste De La Soul-cd sinds het debuut.

De La Soul: Art Official Intelligence: Mosaic Thump (Tommy Boy, TBCD 1369, distr. PIAS)