Bellen

De mobiele telefoon is niet alleen handig in het telefonische contact, hij is ook onmisbaar aan het worden in het sociale verkeer. Zo heeft hij in korte tijd een belangrijke functie van de sigaret overgenomen.

Sigaretten rook je immers óók om je een houding te geven. Een tijd lang hebben ex-rokers zich afgevraagd hoe ze hun, opeens zo pijnlijk lege, hand moesten vullen. Het glas (of de fles) water beleefde een stormachtige opmars. Vooral jongeren zetten overal in het openbaar de fles aan de mond. Op de tv is het glas water voor presentator en gast nog steeds het aangewezen middel om hun verlegenheid te camoufleren. Ze moeten wel, omdat de tv-studio zo langzamerhand de enige plek op aarde is waar je geen gsm mag dragen.

Maar in de gewone wereld kan niemand ons meer iets maken, als we maar dat telefoontje tegen ons oor gedrukt houden. Je loopt er fier mee over straat of op kantoor en je hoeft niemand meer te groeten aan wie je een hekel hebt. Sorry, ik ben aan het bellen, ik zie je niet.

Ook biedt de gsm een schitterende mogelijkheid om een vervelend gesprek voortijdig af te breken. Vroeger moest je eerst minutenlang van het ene been op het andere gaan staan terwijl je verwilderd om je heenkeek in de hoop op redding. Tegenwoordig begint je gsm na een paar minuten praten driftig te jengelen, en jij hebt het perfecte alibi om je omgeving onmiddellijk aan haar lot over te laten. Smoezen zijn niet meer nodig, de gsm is de telefoongeworden smoes.

Maar een mens kan nog veel meer met zijn mobieltje doen. Hij kan er ook mee manipuleren, de ander aftroeven op een onverwachte manier.

Ik zag een vrouw van een jaar of veertig in een park op een bank zitten. Ze had wat papieren op haar knie die ze doorkeek. Ik zat op een ander bankje, vijf meter verderop. Opeens trad een man van haar leeftijd nader. Hij ging niet op mijn bank zitten plaats genoeg maar nam op háár bank plaats, zij het keurig op het hoekje. ,,Vindt u het goed dat ik hier ga zitten?'' vroeg hij eerst nog voor de vorm. Zij deed alsof ze het niet gehoord had en ging door met lezen.

Dat was de eerste, niet geringe tegenslag voor de man. Een knikje, hoe vaag ook, had betere perspectieven geboden. De man begon nu vertwijfeld alle tactische openingsvarianten na te gaan.

Hij kwam er niet uit. Elke seconde dat hij langer wachtte, werkte in zijn nadeel. Hij wist dat en je kon aan hem zien dat hij dat wist.

Toen sloeg de vrouw toe. Ze opende haar tasje, haalde er een mobiele telefoon uit en begon druk te bellen. Haar stem klaterde als een kristalheldere beek in de koele avondlucht. Allemachtig, wat had ze een interessante zaken te bespreken met die onzichtbare derde, ongetwijfeld een man.

Eindelijk, eindelijk (dacht de man op de bank) verbrak ze de verbinding. Hij leunde vermoeid achterover. Hij was verslagen. Wat kon hij nog doen? Hij haalde zijn gsm uit zijn jasje, toetste een nummer in en maakte zich bellend uit de voeten.