`Zuid-Amerika boert nu achteruit'

De Zuid-Amerikaanse top bleek vorige week vooral symbolisch. Professor Amado Cervo betreurt het dat de leiders niet hebben gesproken over economische integratie, te beginnen met natuurlijke grondstoffen.

De emoes lopen weer rustig over de uitgestrekte gazons voor het presidentieel paleis in Brasilia. Het stof is neergedaald van alle turbulentie rond het bezoek aan de Braziliaanse hoofdstad van elf Zuid-Amerikaanse presidenten, eind vorige week. In het Kubitschek-Plaza Hotel – genoemd naar de oud-president Juscelino Kubitschek die 45 jaar geleden de nieuwe hoofdstad in drie jaar tijd uit de grond liet stampen – kijkt professor Amado Cervo met gemengde gevoelens terug op de topontmoeting, die vooraf al door de regering ,,historisch'' werd genoemd.

Niet eerder kwamen alle staatshoofden van de landen van Zuid-Amerika bijeen. Maar concrete resultaten werden nauwelijks geboekt. Het `Brasilia Communiqué', het slotdocument van de conferentie, oogt als een opeenstapeling van goede bedoelingen op het gebied van democratie, mensenrechten, de toekomstige ontwikkeling van de infrastructuur en samenwerking bij het bestrijden van drugs en bij het ontwikkelen en verspreiden van kennis en technologie.

Cervo, hoogleraar geschiedenis van de internationale betrekkingen aan de universiteit van Brasilia, is dan ook geneigd te denken dat de topontmoeting voornamelijk van symbolisch belang was: ,,Door alle landen van de regio bijeen te roepen heeft Brazilië de rol van regionale leider de facto op zich genomen, ook al durft de regering dat niet zo hard te zeggen. Dit land was altijd een reus in de regio. De afgelopen, zeg, honderd jaar is de boodschap van de opeenvolgende regeringen van Brazilië steeds heel voorzichtig geweest dat wij niet uit zijn op de hegemonie over dit continent. Wel was er altijd de droom van verdere integratie'', zegt Cervo.

Die integratie was echter onmogelijk wegens alle onderlinge rivaliteit en wantrouwen tussen de verschillende landen van Zuid-Amerika. ,,Brazilië concurreerde met Argentinië, Argentinië met Chili, Chili met Peru, en ga zo maar door. De scherpe rivaliteit is nu afgenomen, maar gebleven is een sterk gevoel van soevereiniteit of nationalisme, dat de verdere integratie van de regio nu in de weg zit.''

Op de korte termijn kan Brazilië, volgens Cervo, de topontmoeting goed gebruiken in de onderhandelingen met de Verenigde Staten over de Free Trade Area of the America's (FTAA), de vrijhandelszone in Noord- en Zuid-Amerika die in 2005 een feit moet zijn. ,,De Amerikanen denken daarbij voornamelijk aan hun eigen belangen; namelijk het openen van een afzetgebied voor hun producten. Zij denken niet zozeer in termen van reciprociteit, van voor-wat-hoort-wat. De meeste kleinere landen van Zuid-Amerika zien voornamelijk de voordelen van goede banden met de VS. Maar de Brazilliaanse regering kijkt naar haar eigen belangen en die zijn makkelijker te verdedigen als aanvoerder van een blok.''

Cervo vindt het teleurstellend dat de presidenten niet gesproken hebben over wat hij noemt de ,,integratie van natuurlijke grondstoffen''. ,,Ik bedoel daarmee een samenwerking en bundeling van bedrijven op het gebied van bijvoorbeeld de exploitatie van olie in Venezuala en Argentinië, gas in Bolivia en van ijzer en staal in Brazilië. Dit land heeft de grootste ertsreserves van de wereld! Kijk naar de totstandkoming van de Europese Unie, dat is ook begonnen met de samenwerking op het gebied van exploitatie van kolen en staal tussen Frankrijk en Duitsland. Economische en politieke integratie van dit continent is onmogelijk zonder fysieke integratie van alle landen door snelwegen, spoorwegen, pijpleidingen en de ontwikkeling van telecommunicatie en de integratie van de natuurlijke hulpbronnen.''

De landen van Latijns Amerika kunnen leren van de manier waarop de Amerikaanse regering omgaat met economische belangen van het eigen bedrijfsleven, vindt Cervo. ,,Alle regeringen in deze regio werken sinds tien jaar in meer of mindere mate volgens het neo-liberale model dat dicteert dat de economie moet worden overgelaten aan de vrije krachten van het bedrijfsleven. De trend is daardoor op dit moment regressief, Zuid-Amerika boert achteruit. Overal is er een uitverkoop geweest van staatsbedrijven, met voornamelijk negatieve gevolgen, winsten verdwijnen naar multinationals in het buitenland en wij spelen in de globaliserende markt een marginale rol. Geen enkel Zuid-Amerikaans bedrijf speelt mee op wereldniveau. Als er geen politieke beslissing genomen wordt om het neo-liberale model te verlaten, blijft Zuid-Amerika voor de komende honderd jaar aan de randen van de wereldeconomie hangen. De Venezolaanse president Hugo Chávez is in dit verband interessant: in tegenstelling tot de andere staatshoofden is zijn lijn offensief.''

Cervo wijst op de VS waar de regering ,,logistieke steun'' verleent aan het eigen bedrijfsleven. ,,Dat moeten we hier ook doen: het invoeren van de logistieke staat die de belemmeringen van het nationalistische eigenbelang wegneemt en zorgt voor de integratie van natuurlijke hulpbronnen. Als dat niet gebeurt, blijft economische en politieke integratie in Zuid-Amerika een fata morgana.''