Vredesmissies slecht voorbereid

Politieke besluiten over deelname aan vredesmissies worden vaak genomen op basis van gebrekkige informatie. Er is sprake van slechte communicatie tussen ministers, parlementariërs, ambtenaren en top-militairen.

Dat concludeert de commissie-Bakker in het vanmiddag gepubliceerde rapport `Vertrekpunt Den Haag'. De Tweede-Kamercommissie onder leiding van Bert Bakker (D66) onderzocht de politieke besluitvorming rond de uitzending van militairen naar onder meer het voormalig Joegoslavië, Cambodja en Cyprus. De commissie signaleert dat het op alle niveaus (Verenigde Naties, NAVO, ministerraad, de Tweede Kamer, departementen) op belangrijke momenten ontbreekt aan een goede informatievoorziening. De commissie stelt vast dat de ministerraad niet altijd volledig en op tijd wordt geïnformeerd over motieven voor deelname. Ook is vaak onduidelijk wat de belangrijkste motieven zijn. Dat heeft te maken met de rivaliteit die bestaat tussen de ministeries van Defensie en Buitenlandse Zaken.

Toenmalig minister Joris Voorhoeve (Defensie) had niet op tijd alle relevante informatie over de gebeurtenissen in Srebrenica. Na de val van de moslimenclave in de zomer van 1995 kregen de betrokken ministers niet direct alle aanwijzingen aangereikt van de landmachtstaf over de mogelijk massale executies van moslimmannen.

Bij deelname aan de vredesoperatie in Cyprus nam minister Voorhoeve geen contact op met zijn collega Van Mierlo van Buitenlandse Zaken (,,Ja, dat was stout van Joris'', zei Van Mierlo in een gesprek met de commissie) en is er volgens de commissie sprake van ,,verhullende informatievoorziening'' aan de Kamer. In een aantal gevallen, zoals bij de luchtacties boven het voormalige Joegoslavië, stemt de Tweede Kamer in met besluiten waarvan ze de reikwijdte op dat moment niet lijkt te onderkennen.

De commissie besteedde tijdens de openbare verhoren, afgelopen voorjaar, veel aandacht aan de ontvangst van Dutchbat in Zagreb, na de val van Srebrenica. Voorhoeve drong aan op een ,,ingetogen bijeenkomst'', maar generaal Couzy organiseerde een feest waar ook minister-president Kok, minister Voorhoeve en kroonprins Willem-Alexander aanwezig waren.

Volgens de commissie ontstaat ,,achteraf ten onrechte de indruk dat de kroonprins en de politici hebben deelgenomen aan feestelijkheden''. In een vraaggesprek met deze krant zegt commissie-voorzitter Bakker dat de beelden van de zaterdagavond en de zondagmiddag ,,door elkaar zijn gaan lopen''. Zaterdagavond vierden de Dutchbatters met elkaar feest, ze liepen ook polonaise. Op zondagmiddag kwamen bewindslieden en de kroonprins op bezoek. Bakker: ,,Het was geen feest. Meer een receptie-achtige bijeenkomst.''

TEKST RAPPORT: www.nrc.nl