Vergrijzing gaat ook met immigratie door

Immigratie helpt niet tegen vergrijzing, zo blijkt uit een vandaag gepubliceerde studie. Nederland wordt voller en ouder.

Nederland is demografisch gezien een buitenbeentje in Europa. Door de lang aangehouden babyboom (tot eind jaren zestig) heeft Nederland een relatief jonge bevolking. Daardoor is er nog steeds een groot geboorteoverschot van zo'n 60.000 per jaar. Ter vergelijking: West-Europa als geheel heeft een sterfteoverschot van 100.000 personen per jaar.

Toch neemt de bevolking van dit deel van de wereld niet af. Dat komt door immigratie – van arbeidsmigranten, gezinsherenigers, repatrianten en vluchtelingen, van legalen en illegalen. Een aanzienlijk deel van het vandaag aan staatssecretaris Cohen (Justitie) aangeboden rapport Bevolkingsvraagstukken in Nederland anno 2000 is gewijd aan immigratie. Dat is ook de reden dat dit rapport van het Werkverband Periodieke Rapportage Bevolkingsvraagstukken aan hem wordt aangeboden, en niet zoals gebruikelijk aan de minister van Onderwijs en Wetenschap.

Het werkverband, waarin het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut, het Sociaal en Cultureel Planbureau, het Centraal Planbureau, de Rijksplanologische Dienst en het Centraal Bureau voor de Statistiek samenwerken, brengt eens in de drie jaar een rapport uit over de belangrijkste demografische vraagstukken.

Nederland is een immigratieland. Dat is al tientallen jaren lang zo, en uiteindelijk in de tweede helft van de jaren negentig door het kabinet als zodanig erkend. Onder invloed van de krappe arbeidsmarkt en de aankomende vergrijzing wakkert de discussie aan over het al dan niet werven van nieuwe gastarbeiders.

In de afgelopen jaren is behoorlijk wat empirisch onderzoek gedaan naar de relatie tussen de ontwikkeling van de werkloosheid en de immigratie. Die relatie blijkt keihard: hoe minder werklozen, hoe meer immigranten. [Vervolg IMMIGRATIE: pagina 6]

IMMIGRATIE

'Nadelen en risico's'

[Vervolg van pagina 1] Samen met een beperkt aantal andere invloeden – toename van de wereldbevolking, betere transportmogelijkheden en enkele politieke beslissingen zoals over de onafhankelijkheid van Suriname – kan daarmee maar liefst 94 procent van de variatie in immigratie van buiten de Europese Unie naar Nederland worden verklaard. Toename van het werkloosheidspercentage met één procentpunt leidt tot een afname van de immigratie met vier- à vijfduizend personen. Voor immigratie vanuit de overige EU-landen is het effect zwakker: 800 immigranten per procentpunt verandering in de werkloosheid.

Immigranten komen dus hoe dan ook bij krapte op de arbeidsmarkt. De vraag is hooguit of het er nóg meer zouden moeten zijn, om de vergrijzing tegen te gaan, of om vacatures te vullen. Dat eerste is in elk geval een bij voorbaat verloren race, becijferde het CBS. Om het percentage bejaarden constant te houden, is een immigratieoverschot van 150.000 per jaar nodig (nu ligt dit rond de 40.000). Dit zou ertoe leiden dat Nederland aan het eind van deze eeuw vijftig miljoen inwoners zou tellen. Bovendien worden die immigranten natuurlijk ook ouder. Immigratie is geen remedie tegen vergrijzing.

Heeft het dan wel zin om op grote schaal gastarbeiders te werven? De onderzoekers pogen de vraag te beantwoorden wat de werving in de jaren vijftig en zestig Nederland economisch heeft opgeleverd.

Onderzoeken in andere landen leveren zeer uiteenlopende resultaten op, die samenhangen met de grote verschillen in regelgeving. Zo maakt het nogal wat uit of de gastarbeiders pensioenpremie betaalden (zoals in Duitsland) of niet (zoals in de Verenigde Staten).

Zeker is dat in Nederland aanvankelijk sprake was van voordeel, maar het is zeer de vraag of daar nog wat van over is, gezien de grote werkloosheid onder de voormalige gastarbeiders en hun nakomelingen. Pleidooien voor het werven van buitenlandse arbeidskrachten hebben vooral betrekking op hoger opgeleiden. Dit kan verschil maken. Maar of dat ook geldt voor degenen die in hun gevolg later immigreren, zoals partners en kinderen, is nog maar zeer de vraag. De onderzoekers pleiten voor een `behoedzaam beleid', omdat met de import van arbeidskrachten niet alleen voordelen zijn te behalen, er zijn ook `nadelen en risico's'.

Immigratie leidt tot immigratie. Dat was zo met de gastarbeiders uit de jaren zestig, dat is ook zo met de asielzoekers uit de jaren negentig. De 100.000 asielzoekers die in de periode 1990-1996 naar Nederland kwamen, genereerden nu al ruim 22.000 `volgmigranten'.

Het rapport haalt uitvoerig internationaal onderzoek aan waarvoor zowel in enkele emigratielanden als in enkele immigratielanden duizenden mensen zijn geïnterviewd, zowel blijvers als migranten. Opmerkelijk vaak duiken dezelfde patronen op. Zo zijn het in de regel jonge mannen die het eerst migreren. Vrouwen migreren meestal om mannen te volgen in het kader van gezinshereniging of gezinsvorming.

Voorkeuren voor een land van bestemming blijken sterk te verschillen per land van herkomst. Turken willen het liefst naar Duitsland, Marokkanen naar Frankrijk, Italië of Spanje, Senegalezen naar Italië, Ghanezen naar de Verenigde Staten en Duitsland. Koloniale geschiedenis, nabijheid, taal en migratietraditie vormen verklarende factoren. Is de bestemming eenmaal bereikt, dan is die veelal behoorlijk stabiel. Zo willen maar heel weinig Marokkanen vanuit Spanje of Italië doormigreren naar andere landen in Europa.

Geboorte en sterfte vallen in de demografie redelijk te prognosticeren, hoewel nog onlangs is gebleken in Oost-Europa dat plotseling enorme niet-voorspelde veranderingen kunnen optreden. Immigratie is veel moeilijker te voorspellen. Daarom is de factor immigratie in de gangbare prognoses voor de ontwikkeling van de bevolking in Nederland constant. Dat is misschien het makkelijkste bij gebrek aan detailkennis over de toekomst, maar wel in strijd met een aantal opmerkingen in Bevolkingsvraagstukken in Nederland anno 2000.

Zo wordt meer dan eens opgemerkt dat de immigratie is toegenomen als gevolg van verbeterde transport- en communicatiemogelijkheden. Welnu, die mogelijkheden nemen nog steeds toe en het einde van die ontwikkeling is nog lang niet in zicht. Voor Schiphol is de komende jaren een aanzienlijke groei in het aantal passagiers voorzien. Zou het percentage immigranten onder hen de komende jaren áfnemen? Ook de gevolgen van de op stapel staande uitbreiding van de Europese Unie blijven onderbelicht. Zeker, vooralsnog staan de miljoenen werkloze Duitsers niet te trappelen om werk in Nederland te zoeken.

Maar zal dat straks ook gelden voor de Polen, voor wie de potentiële winst veel groter is? Nederland zou de komende decennia wel eens voller kunnen worden dan de rekenmeesters nu voorzien.