Titelkwestie beheerst nieuw academisch jaar

Studenten moeten niet stoppen na hun bachelorsdiploma maar doorgaan met de masterfase, vinden universiteitsbestuurders.

De studenten die dit jaar een universitaire studie afronden, worden nog gewoon doctorandus, of meester of ingenieur. Maar over enkele jaren zullen er aan steeds meer universiteiten alleen bachelors en masters afstuderen.

Verschillende universiteitsbestuurders stonden vandaag, bij de opening van het academische jaar, dan ook stil bij de veranderingen die invoering op korte termijn van het Angelsaksische bachelor/masterstructuur, kortweg `bama-model', in het hoger onderwijs teweeg zal brengen. De universitaire studie zal dan bestaan uit een brede bachelorsfase van drie jaar, al dan niet gevolgd door een meer gespecialiseerde masterfase van één à twee jaar.

Het invoeren van het bama-model betekent veel meer voor universiteiten dan het doormidden knippen van de studie en het gebruiken van Angelsaksische titels. Vooral over de relatie met de hogescholen, die ook de Angelsaksische tweefasenstructuur zullen invoeren, en de bekostiging van de studie door de overheid, hebben de universiteitsbestuurders veel vragen.

Vragen stelden de bestuurders vanmiddag niet, ze deelden het publiek mee hoe het volgens hen zou moeten. En vooral hoe het niet zou moeten. Hogescholen en universiteiten gaan weliswaar beide bachelors en masters opleiden, maar het verschil tussen de instellingen mag in geen geval verdwijnen. Want op een dergelijke nivellering zit niemand te wachten, stelde bestuursvoorzitter Yvonne van Rooy van de Katholieke Universiteit Brabant (KUB).

Toch dreigt dat gevaar als studenten het universitaire bachelorsdiploma na drie jaar gaan zien als eindstation in hun studie. Van Rooy vindt dat universitaire studenten een echte wetenschappelijke graad in de wacht dienen te slepen, namelijk de mastertitel. Dat is volgens haar ook belangrijk met het oog op de arbeidsmarkt. Werkgevers hebben behoefte aan HBO'ers én academici.

Vertegenwoordiger van die werkgevers, voorzitter Jacques Schraven van VNO-NCW en gastspreker aan de KUB, beaamde dat. ,,Omdat de meerwaarde van een academische vorming in drie jaar niet is te realiseren, zou de HBO-bachelor met nog betere papieren eindigen dan een academisch half-fabrikaat.''

Minister Hermans (Onderwijs), vanmiddag gastspreker aan de Universiteit van Amsterdam, vindt eveneens dat het diploma universitair bachelor geen einddiploma mag zijn. Al zal het volgens hem onvermijdelijk zijn dat sommigen na hun bachelor ,,ervoor kiezen de arbeidsmarkt te betreden''.

Binnenkort maakt Hermans zijn plannen over de bama-structuur bekend, maar hij tilde vast een tipje van de sluier op. Voor de masteropleiding mogen universiteiten studenten selecteren, zei hij. ,,Dat is nodig omdat masterprogramma's meer studenten zullen aantrekken die afkomstig zijn van andere universiteiten in binnen- en buitenland.'' Daarnaast herhaalde hij een eerdere toezegging dat de overheid – ook in financieel opzicht – verantwoordelijk blijft voor het wetenschappelijk onderwijs tot en met het masterniveau.Het is maar de vraag of dat bestuursvoorzitter Jan Veldhuis van de Universiteit Utrecht geruststelt. Hij vindt namelijk dat de academische masteropleiding twee jaar moet duren. Daarmee zou een universitaire studie in totaal vijf jaar bedragen, een jaar langer dan de meeste studies nu. De overheid zou dat extra jaar moeten bekostigen, meent Veldhuis, maar krijgt daar wel wat voor terug: internationale waardering voor de Nederlandse universitaire opleiding. Want die wordt bepaald door de kwaliteit en het prestige van een goede masteropleiding. De rector magnificus van de Groningse Universiteit wond er helemaal geen doekjes om. Een volledig gefinancierde wetenschappelijk studie van vijf jaar, ,,zo hoort dat te gaan in een land dat zich van zijn schreeuwende behoeft aan hoogwaardige kennis bewust is.''