Smachten naar recht

Bosnië is het land van de massagraven. Bosnië is ook het land van de oorlogsmisdadigers: niemand weet hoeveel mensen er rondlopen die in de oorlog anderen hebben vermoord, gefolterd, verminkt en verkracht. Het moeten er duizenden zijn. Pas ongeveer dertig zijn opgepakt en opgesloten in de Scheveningse cellen van het VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden.

De Franse documentaire In the name of Humanity geeft een beeld van de moeilijkheden en beperkingen van het Haagse VN-tribunaal sinds de oprichting in mei 1993. De film illustreert hoe gigantisch de taak is, en hoe beperkt de mogelijkheden. Een oorlogsmisdaad is snel gepleegd. Voor een tienduizendvoudige oorlogsmisdaad als in Srebrenica hadden de Serviërs maar een paar dagen nodig. Hoe ingewikkeld de taak van een rechtbank is om die zaken uit te zoeken, bewijsmateriaal te vergaren, getuigen hun relaas laten vertellen èn de verdachten op te laten pakken door een vredesmacht die daar lang de vingers niet aan wilde branden – dat is een heel ander verhaal.

De documentaire gaat op tal van die aspecten in: we zien de kopstukken van het tribunaal, de inmiddels vertrokken aanklager Arbour, de rechters Kirkpatrick en Corda, woordvoerder Chartier, die voor de hand liggende maar daarom niet minder valide noodzaken onderstrepen. We zien Tadeusz Mazowiecki, de VN-rapporteur voor mensenrechten die na het drama van Srebranica opstapte uit protest tegen het gebrek aan bescherming dat de moslims in dat `veilige gebied' was geboden. We zien verdachten als Duško Tadic en Goran Jelišic alias Servische Adolf. We zien een van zijn slachtoffers, die blij mag zijn dat Servische Adolf achter de tralies zit, Servische Adolf die hem zijn ribben brak en hem folterde tot hij voor dood bleef liggen, maar die weet dat talrijke collega's van Servische Adolf nooit gepakt zullen worden. We zien vrouwen die in verkrachtingscentra hebben gezeten en die alléén maar geen zelfmoord hebben gepleegd om misschien ooit, ná de nachtmerrie, de waarheid te kunnen vertellen.

En we zien een van de moeders van Srebrenica, een vrouw die in Tuzla haar zoon zoekt in de tunnel waar in witte plastic zakken tweeduizend nooit geïdentificeerde, uit massagraven opgedolven lijken uit Srebrenica liggen, en die morrelt aan de ritssluiting van zo'n lijkenzak waarin misschien wel het lijk van haar zoon zit, en die die lijkenzak niet kan openen omdat de ritsen van die tweeduizend witte plastic zakken in die tunnel in Tuzla inmiddels al zijn vastgeroest.

De documentaire laat zien waarom een tribunaal voor oorlogsmisdaden nodig is. Ze laat óók zien met welke handicaps het moet werken. En ze laat zien hoeveel spanning er tussen die twee gegevens bestaat. We zien die spanning voor alles in de beelden van die moeders van Srebrenica, die elke nacht de laatste woorden van hun verdwenen mannen horen en elke nacht de laatste beelden van die verdwenen mannen zien, en die die nachtmerrie elke nacht zullen blijven beleven zolang er geen zekerheid over het lot van de mannen is. Aan het tribunaal hebben ze niets. ,,Misschien is er een God.''

In the name of humanity – The Hague tribunal, Ned.3, 20.25-22.00u.