Sanctiebeleid tegen Irak faalt

Carolien Roelants stelt in NRC Handelsblad van 31 augustus dat alleen Saddam Hussein gebaat is bij de opheffing van sancties tegen Irak. Rapporten die berichten over een miljoen doden ten gevolge van de sancties, voor het grootste deel kinderen en ouderen, zijn gebaseerd op Irakese propaganda en als er al mensen lijden is dat de schuld van Saddam Hussein en niemand anders. Critici van de sancties laten zich zand in de ogen strooien en negeren het gegeven dat Saddam zonder economische sancties weer ongebreideld zijn gevaarlijke wapenimperium zal opbouwen, zo luidt kortweg haar betoog.

Roelants gaat hiermee voorbij aan vele rapporten van onafhankelijke organen als de WHO, het Internationale Rode Kruis en de VN, die een dramatisch beeld geven van de situatie van de bevolking in Irak, en laten zien dat de massale sterfte en ondervoeding het directe gevolg van de sancties zijn. De economie is vrijwel verwoest, de infrastructuur vernietigd of weggeroest, onderwijs en gezondheidszorg zijn teruggeworpen naar een middeleeuws niveau. Volgens een zeer recent VN-rapport van de sub-commissie voor mensenrechten hebben de tien jaar sancties tegen Irak geleid tot ,,een humanitaire ramp die te vergelijken valt met de zwaarste natuurrampen van deze eeuw.'' Door toedoen van de sancties ,,zijn veel doden gevallen en is de beslissing van de Veiligheidsraad om de strafmaatregelen toch voort te zetten – ook toen inmiddels bekend was dat de sancties sterfgevallen tot gevolg hadden – ontegenzeggelijk onwettig en in strijd met de humanitaire wetgeving.''

Roelants ontwijkt de cruciale vraag: zijn de sancties effectief? Eigenlijk komt haar betoog erop neer dat er geen alternatief is om Saddam te dwingen tot ontwapening, dus we moeten wel zo doorgaan. Tot in het oneindige?

Tien jaar sancties veroorzaakten een humanitaire ramp, terwijl Saddam steviger in het zadel zit dan ooit. Hijzelf, en zijn handlangers, verrijken zich met inkomsten uit lucratieve olie-contracten, legaal dan wel illegaal.

De pottenkijkers van de UNSCOM,de voormalige wapeninspecteurs, zijn sinds de bombardementen van 1998 het land uit. Zij waren effectief. Het arsenaal aan massavernietigingswapens en de mogelijkheid om deze wapens te maken, is enorm teruggebracht.

Het is van levensbelang dat werk af te maken, maar dat zal alleen lukken wanneer de inspecteurs weer toegang krijgen tot Irak. Saddam zwicht echter niet onder economische sancties. Van oppositie in eigen land heeft hij geen last. Die is vermoord, gevlucht of bezig met andere zaken, overleven bijvoorbeeld. De armen verkommeren, omdat de sancties juist hen treffen. De elite bouwt onbelemmerd verder aan haar paleizen. En de Veiligheidsraad? Die reageert zoals Saddam het wil: `Handhaaf de sancties en daarmee mijn onaantastbare positie.'

Al snel na het begin van de sancties in 1991 werd duidelijk dat ze een zware humanitaire tol eisten van de Irakese burgerbevolking. Uiteindelijk werd om politieke redenen een humanitair gedrocht ontworpen dat de gevolgen van de sanctiemaatregelen moest verlichten. De zogenoemde `Olie voor voedsel-resolutie' staat Irak sinds 1995 toe onder voorwaarden in periodes van dertig dagen voor een miljard dollar olie te exporteren en daarvoor via de VN-sanctiecommissie voedsel en medicijnen te kopen. In 1999 werd de resolutie verruimd door de limiet van 1 miljard los te laten. Het `Olie voor voedsel-programma' is echter niet meer dan een schaamlap gebleken. Het programma kan namelijk de schade van tien jaar sancties niet compenseren. Het voorziet niet in de wederopbouw van de civiele economie.

Irak is niet bij machte voldoende olie te produceren om de in elkaar gestorte economie op te krikken én de bevolking van voldoende basisbehoeften te voorzien. De olieproductie is door bombardementen in 1991 en 1998 grotendeels vernield. De import van vitale zaken voor wederopbouw van de infrastructuur en de olie-industrie, maar ook voor ziekenhuizen en scholen, worden door de sanctiecommissie stelselmatig gedwarsboomd. Vooral de VS blokkeert tal van leveringscontracten. Gevreesd wordt dat Irak de materialen zal gebruiken voor de productie van massavernietigingswapens. De Amerikanen slaan soms zo ver door dat vorig jaar de import van een Franse fokstier werd geweigerd. Wat dat met massavernietigingswapens te maken heeft, is ons een raadsel.

Veelvuldig wordt de oorzaak voor het slecht functioneren van het `Olie voor voedsel-programma' bij Saddams regime gelegd. Pakhuizen vol met medicijnen blijven onaangeroerd. Natuurlijk is Saddam hiervoor verantwoordelijk. Maar besef dan ook dat voor de distributie van deze goederen koelwagens en trucks nodig zijn; goederen die door de sanctiecommissie geblokkeerd worden. Uit officiële VN-publicaties blijkt overigens dat 91 procent van de hulp aankomt op de plaats van bestemming.

Nederland kan niet langer om het lijden van de Iraakse bevolking heen. Natuurlijk is Saddam Hussein daarvoor aansprakelijk. Het is een schande dat hij paleizen bouwt en geen gezondheidscentra. Maar we weten allang dat een dictator van zijn allooi niet om de eigen bevolking geeft. De Irakezen worden dubbel getroffen, door een nietsontziende dictatuur en zware economische sancties.

Natuurlijk, alles moet er aan gedaan worden om Saddam te dwarsbomen in zijn verwerpelijke agressie-politiek. De aanwezigheid van wapeninspecteurs is daarom noodzakelijk. Maar de economische sancties kunnen op dit punt geen doorbraak forceren. Hef deze sancties op, maar houd het wapenembargo intact. Boycot goederen die gebruikt worden voor de fabricage van massavernietigingswapens. Dwing de toelating van wapeninspecteurs voortaan af door `slimme' sancties, die de leden van het regime en hun familieleden treffen, zoals het bevriezen van buitenlandse tegoeden, het niet verlenen van visa en een embargo op import van luxe goederen, waar alleen de elite van profiteert. De veroordeling van Saddam en zijn handlangers door een internationaal tribunaal kan hier ook aan bijdragen. Nederland dient hier als voorzitter van de sanctiecommissie en, in november van de Veiligheidsraad, werk van te maken.

A. van Lookeren Campagne is medewerker van de fractie van GroenLinks in de Tweede Kamer, M.B. Vos maakt deel uit van deze fractie.