Problemen bij proef huisarrest

Het experiment met een vorm van elektronisch huisarrest voor jongeren dat minister Korthals (Justitie) op 1 januari lanceerde, heeft te weinig deelnemers om het succes van de proef te bepalen.

Aan deelname worden strenge eisen gesteld. Jongeren moeten volgens Justitie zijn veroordeeld tot een straf van minder dan zes maanden in de gevangenis, ze mogen niet verslaafd zijn aan verdovende middelen en de thuissituatie moet stabiel zijn. Dat zegt een woordvoerder van het ministerie van Justitie. Vooral de eis ten aanzien van stabiliteit in de thuissituatie blijkt in de praktijk problemen op te leveren. De noodzakelijke begeleiding door de ouders van de proefpersoon blijkt nogal eens te ontbreken, zo is de ervaring van justitie.

Deze problemen zijn ontdekt bij de eerste ervaringen van het experiment dat in het arrondissement Rotterdam wordt uitgevoerd. Volgens een woordvoerder van het ministerie van Justitie is het nog te vroeg om te zeggen dat de proef nu ook is mislukt. ,,Medio volgend jaar gaan we evalueren. Dan worden de resultaten bekend.'' Het ministerie overweegt wel naar aanleiding van deze eerste ervaringen het gebied waarbinnen de proef wordt uitgevoerd uit te breiden, zodat meer jongeren aan het detentie-experiment kunnen deelnemen.

Doel van het elektronisch huisarrest is te voorkomen dat jonge veroordeelden hun studie moeten afbreken of hun baan verliezen door gevangenschap in een reguliere penitentiaire inrichting. Een elektronische enkelband geeft de veroordeelde enige bewegingsvrijheid. Tegelijk kan Justitie controleren of deze jongeren na schooltijd of werk daadwerkelijk thuis zitten.