Oude muziek met veel straatrumoer

De 19de jaargang van het zondag afgesloten Festival Oude Muziek in Utrecht dat 50.000 bezoekers trok, 2000 minder dan vorig jaar, bood vooral een grote diversiteit aan programma's uit tal van eeuwen. Het slotweekeinde varieerde van Machaut en Monteverdi via Tsjaikovski tot Cage.

Ongewoon was zeker de produktie Chauncecleer, a Medival Circus on the Canterbury Tales in een concept van regisseur Tom Hannes. In 1387 begon Geoffrey Chaucer aan zijn onvoltooid gebleven Canterbury Tales en in 1979 begon John Cage aan —, a — Circus on, een methode om welk boek dan ook in een muzikaal-theatrale vorm te gieten. Vrijdagmiddag in Tivoli kwam de verbintenis over zes eeuwen heen tot stand. Hannes droeg in het midden van de zaal zijn teksten voor en de musici van Zefira Torna lieten, om hem heen verspreid, middeleeuwse muziek lieten horen, gelardeerd met 2000 geluidsfragmenten, ontleend aan de tekst van Chaucer, uitgebraakt door 16 luidsprekers.

Uiteraard beluisterde men vooral de dichter-componist Guillaume de Machaut, die aan het begin van Chaucers carrière de belangrijkste inspiratiebron is geweest. Nu wil je een complex motet van Machaut graag ongestoord en volledig horen, zonder pittoresk babygekrijs en varkensgeknor op de band. Een Engelse Deo Gracias, madrigalen van Jacopo da Bologna: dàt kan nog wel met straatgeluiden. Kortom, hier werd een methode aangereikt om een hoog niveau van lager te onderscheiden en over het niveau van deze environmental extravaganza – zwierig en soms humoristisch – had men in ieder geval niet te klagen.

Wat meer extravaganza had de concertante uitvoering van Johann Christian Bach La clemenza di Scipione (1778) wel kunnen gebruiken. Weinig viel er aan te merken op de bijdragen van Rheinische Kantorei (gedisciplineerd) en Das Kleine Konzert (iets minder goed toegerust), evenmin op dat van het viertal solisten. Maar wàs er maar wat op aan te merken geweest, hàd men maar risico's genomen in halsbrekende tempi, gedurfde overgangen en gewaagde cadenzen, waar het in wezen allemaal om te doen is.

Sopranist Jörg Waschinski voegde wel iets karakteristieks toe, maar een echte theatersfeer heb ik nauwelijks opgesnoven. Dat lukte gelukkig beter op de slotavond bij het bruisend koor uit Namur en La Stagione Frankfurt in het Stabat Mater van de Mannheimer Franz Ignaz Beck (1734-1809). Beck handelde dom. Want als deze briljante leerling van Johan Stamitz in Mannheim was gebleven dan had hij daar de neergang van de Mannheimse stijl kunnen tegenhouden.

Nog dommer was het om domicilie te kiezen in Frankrijk. Het punt is: daar houden ze niet van instrumentale symfonieën waarin hij excelleerde. Beck raakte verbitterd en wanneer men hem om nieuwe werken vroeg antwoordde hij steevast `bah!' Maar dat is absoluut niet de passende reactie op zijn fraaie Stabat Mater, dat zich gemakkelijk kan handhaven naast dat van Pergolesi of Haydn. Deze pre-klassieke Sturm und Drang-componist is een herwaardering zeker waard, een te vroeg geboren romanticus, emotioneel spontaan die niet paste in een tijd waarin de helderheid gold als hoogste ideaal .

Holland Festival Oude Muziek Utrecht: Zefira Torna, Rheinische Kantorei en Das Kleine Konzert, Choeur de Namur en La Stagione Frankfurt. Gehoord 1-3/9 op diverse plaatsen in Utrecht.