Nazi laat operette opvoeren over Anne Frank

De muzikanten dragen streepjespakken, bespottelijke zakkige pyjama's. Dat deze arme donders concentratiekampbewoners zijn, dat zie je ook aan hun geschoren koppen. Aan hen de taak een operette te begeleiden die een nazi heeft bedacht. Een operette over Anne Frank.

Realistisch is het niet om Anne Frank, die pas ná Auschwitz bekend werd, al ìn Auschwitz (of Majdanek of Bergen-Belsen) op de voorgrond te plaatsen. Emotionerend is het wel, want Anne moet voor de nazi haar benen spreiden. Een witte duif, een echte, fladdert boven haar schoot en schijt op haar maagdelijke onschuld.

Met de theatervoorstelling An die Musik wakkert regisseur Pip Simmons onze verontwaardiging aan. Wat haten we die nazi, die zijn gevangenen ook nog hemelse liefdesbetuigingen uit Wagners opera Tannhaüser laat zingen en het magistrale Alle Menschen werden Brüder uit Beethovens Negende en het tedere Schubert-lied An die Musik. Die een bevend slachtoffer Shylock laat spelen, de wraakzuchtige jood uit Shakespeares Koopman van Venetië. Aan de ene kant de nazi met zijn perverse bevelen, aan de andere kant de joden met hun verlammende doodsangst: een combinatie die slechte kunst voortbrengt, want de prestaties van deze artiesten zijn niet om aan te zien en klinken nergens naar.

Hoe anders dan in Joshua Sobols stuk Ghetto, in Nederland opgevoerd door Toneelgroep De Appel, een jaar of vijftien geleden. Daarin zorgt de doodsnood juist voor geweldige creativiteit, en alle deelnemers genieten – zowel de nazi die zich een groot kunstenaar waant als de joden die zich in hun spel en muziek en dans vastklampen aan de idee dat zij nog mensen zijn en dat hun waardigheid hen nog niet is ontnomen. Ghetto zette je aan het denken. Omdat je zag dat kunst een noodzaak is en toch niet in staat de mensheid te redden. Omdat je concludeerde dat barbaarse onderdrukking heel goed kan samengaan met oprechte artistieke gevoeligheid. Sobol stelde kunst en humanisme ter discussie, ja, hij zette een vraagteken achter de complete westerse beschaving.

Simmons stelt niets ter discussie, hij klaagt alleen maar aan. In een interview zegt deze Brits-joodse theatermaker dat hij tegenover de holocaust-kitsch uit Hollywood harde non-kitsch wil stellen, als protest tegen onoplettendheid en nieuwe vormen van racisme. An die Musik ging in 1975 in Rotterdam in première en werd toen choquerend gevonden. Misschien omdat de nazi het publiek rechtstreeks aansprak en het zo medeplichtig maakte. Ook nu, vijfentwintig jaar later en alweer in Rotterdam, treedt de nazi op als gastheer terwijl de tribune op het podium staat, dus we kunnen ons voorstellen dat we mede-nazi's zijn die in het concentratiekamp een theateravondje beleven.

Dat is akelig maar niet voldoende. Want afkeer is tevens afweer. Ons denkvermogen gaat op slot en zo stompen de Pip Simmons Theatre Group en de spelers van het Jewish State Theatre of Bucharest ons eerder af dan dat zij activeren.

Voorstelling: An die Musik, door Pip Simmons Theatre Group en het Jewish State Theatre of Bucharest. Regie: Pip Simmons; idee: Ruud Engelander; muziek: Chris Jordan. Gezien: 2/9 Rotterdamse Schouwburg. Op 5 en 6/9 in Amsterdam (020-6242311) en op 7 en 8/9 in Haarlem (023-5121212).