`Heb je die bloedspatten wel gezien?'

In de films van de Japanse regisseur Takeshi Kitano wordt zoveel geweld gebruikt dat het lachwekkend wordt. Op het Filmfestival Venetië gaat zijn nieuwe, `Brother', in première.

Bij Omar Epps is het verschil niet te zien. Zoals hij met zijn zonnebril op op een stoel zit, zo zou hij ook als Denny in Brother op een stoel kunnen zitten. Bij Takeshi Kitano, regisseur en ster van de film, is het anders. In Brother is zijn lichaam weer een waakhond. Nooit leunt het achterover in een stoel, nooit maakt het een onwillekeurige beweging, zoals nu, als hij vlugger dan hij het in een van zijn films ooit gedaan heeft zijn ogen opslaat op het terras van hotel Excelsior. Kitano beweegt in zijn films net zo weinig als Clint Eastwood in de zijne. De Japanse ster, aan wie het Filmmuseum deze zomer onder de titel `Bloemen en Bloed' een retrospectief wijdde, won in 1997 de Gouden Leeuw in Venetië voor Hana-Bi. Nu is hij terug op het Lido met het buiten competitie vertoonde Brother. In zijn negende film speelt Kitano weer het van hem bekende, meestal zwijgende personage, dat geweld zo vaak, zo onverwacht en zo inventief gebruikt dat je er om lachen moet. Kitano maakte al vaak films over de Yakuza, de Japanse mafia. In Brother speelt hij een gangster die zijn geluk in Amerika gaat beproeven. Al snel heeft hij vanuit de kleine drugdeals van zijn al in Los Angeles wonende halfbroer een imperium opgebouwd. Als zijn enige rivaal blijft uiteindelijk de Italiaanse mafia over.

Brother is de eerste productie die Kitano buiten zijn eigen land heeft gemaakt. Het komt goed uit dat zijn personage een man van weinig woorden is, want Kitano spreekt nauwelijks Engels. Met de internationale pers spreekt hij op het terras van Excelsior middels een tolk. ,,Op Europese filmfestivals werd ik altijd gebombardeerd met vragen over de yakuza'', zegt Kitano. ,,Films daarover zijn ook hier populair. Ik dacht daarom dat het wel interessant zou zijn om een Japanse gangster in het buitenland aan het werk te laten zien.'' Maar Kitano waakt ervoor om de belangrijkste tegenstelling in de film er een tussen Japanners en Amerikanen te laten zijn. ,,De Yakuza zijn in Japan een van de weinige groepen die vast hebben gehouden aan traditionele Japanse waarden, of je die nu goed of slecht vindt. De rest van Japan heeft zich na de oorlog over gegeven aan de Amerikaanse cultuur.''

De gang van Kitano in Los Angeles bestaat naast Japanners vooral uit Afrikaans-Amerikanen. De belangrijkste van hen wordt gespeeld door Omar Epps. ,,Door deze keuze speelt Kitano met de vooroordelen die over allerlei etnische groepen bestaan'', zegt Epps. ,,Met een witte Amerikaan in mijn rol was de film minder rijk geweest.''

Brother zit vol met modern en ouderwets, Amerikaans en Japans geweld. Het regent regelmatig kogels en er worden vaak vingertopjes afgesneden. Meestal kun je er in dit uiterst gestileerde stripverhaal om lachen, soms vergeet je even hoe het ook al weer mogelijk is dat geweld als amusement kan gelden. ,,Misschien lachen mensen wel omdat ze zich niet op hun gemak voelen als ze het zien'', zegt Epps. ,,Maar het meeste geweld in Brother is satirisch. Soms maakt Kitano er ook kunst van. Heb je het patroon van die bloedspatten op het plafond gezien?'' Kitano zegt dat geweld een prominentere plaats in de film heeft gekregen dan hij van plan was. ,,Toen ik klaar was met het monteren van de film, duurde hij drie uur. Onder druk van mijn producenten heb ik er een uur uit moeten halen.'' Het werken in Amerika is Kitano maar matig bevallen. ,,In Japan ben ik in staat om precies op mijn manier te werken. Ik neem alle scènes bijvoorbeeld op in de volgorde waarin ze in het script staan. Dat geeft meer ruimte aan de acteurs om in hun rol te groeien. Het verhaal neemt tijdens het draaien vaak een andere wending. Mijn films hebben bijvoorbeeld altijd een ander einde dan in het script was voorzien. Met deze film was het door allerlei restricties niet altijd mogelijk om op mijn eigen manier te werken.'' Epps vond toch dat Kitano's methode veel verschilde van wat hij in Amerika gewend is. ,,Kitano heeft meestal maar een take nodig, terwijl ik gewend ben aan tien tot twintig opnames. Kitano weet precies wat hij wil.''

Kitano beschouwt zichzelf als regisseur als een autodidact. ,,Ik ben geen cinefiel. Toen ik voor het eerst naar Europa kwam, werden mij allerlei vragen over Japanse films gesteld die ik nog nooit had gezien. Thuis ging ik dan snel op video naar het werk van Kurosawa kijken. Maar ik kijk eigenlijk liever niet naar films van anderen. Ik wil niet overdonderd worden en de kans lopen dat ik denk dat ik zelf maar beter met regisseren op kan houden. Als ik toch een film van een ander zie, zoek ik altijd naar dingen die niet goed zijn gegaan, naar artistieke en technische fouten.''

Kitano is in Japan nog steeds vooral bekend als tv-presentator en komiek. Pas sinds kort wordt hij er ook als filmmaker gewaardeerd. ,,Japanners zagen mij als een amateur. Dat veranderde pas nadat ik de Gouden Leeuw kreeg voor Hana-Bi. Volgens mij is er alleen weinig verschil tussen Hana-Bi en de films die ik daarvoor heb gemaakt.''

Bij de yakuza is Kitano nu ook geliefd. ,,Ze zien mij als een lid van de familie op afstand. Door een yakuza uit het zuiden van Japan ben ik een keer gevraagd of ik een van hun rituelen wilde filmen. Dat verzoek heb ik beleefd afgewezen.''