Gaudeamus weer als vanouds

Wie dacht dat verbale instructies en notaties in uitklappartituren aan de jaren zestig waren voorbehouden, leert wel anders op de Gaudeamus Muziekweek met een aanbod van zo'n 300 partituren uit negentien landen. Vrijdagavond begon de week — in feite tien dagen — in de Beurs van Berlage met een zoals altijd weer opmerkelijk geëngageerd spelend Noordhollands Philharmonisch Orkest. Die nieuwe grafische notatie diende om de uitvoerder tot actie te stimuleren, een tot dan toe onbekend verschijnsel, en leidde niet zelden tot theatervormen zoals die vrijdag aan de orde zullen komen in het BIMhuis.

Vijfentwintig werken had de jury, bestaande uit Cornelis de Bondt, Nick Collins en Jo Kondo, geselecteerd. De orkestwerken, meestal aan het eind geplaatst, prijkten nu vooraan.

Het meeste aan de jaren zestig herinnerde Lentement traverse la maree van de Zwitser Christophe Meierhans in een zetting voor basfluit, altfluit en piccolo-solo tegen een fijnzinnig fond van traag pendelende bewegingen in het orkest. De fluit ondergaat steeds subtiele metamorfoses door lipglissandi en raffinement in diverse vingerzettingen. In het begin denk je: hoe vaak hebben dat al niet gehoord. Maar gaandeweg weet Meierhans je in te pakken, waar hij de grote lijn naast al die microverfijningen uitstekend in het oog houdt en de spanning groeit.

Dit leverde een groot contrast op met Change and Identity van de Mexicaan Vicente Barrientos Yépez in een zetting voor groot orkest, piano, celesta en de reuzenhamer uit Mahlers Zesde symfonie. Niets van verfijning ditmaal maar een krioelen van toonladders omhoog en omlaag door elkaar heen, naast stuiptrekkingen in repeterende noten. Hier werd je meteen gepakt om je na een tijdje te realiseren: dit dichtgemetseld geweld heb ik al eens eerder gehoord.

Uit op kleur en drama is de Zwitser Nadir Vassena in Otto danze di pietra die al eens bij Gaudeamus een soort van griezelexpressionisme tentoonspreidde en ook nu weer hoog en scherp inzette als een Japans gagaku-orkest. Fraaie mixtuurklanken in het verloop, goed van opbouw, iets te lang toch. De Amerikaans James Fei leverde vooral een onvervalst Gaudeamus-stuk af in For orchestra met akkoorden als betonblokken zonder tegenstemmen of bijzaken, dit naar een idee van Jean Tinguely: `Zogenaamde onbeweeglijke objecten bestaan alleen in beweging'. Helaas bleef het bij dit idee.

Eén compositie klonk twee keer. De dirigenten die deelnamen aan de Kirill Kondrashin Masterclass waren uitgenodigd bij het Radio Kamerorkest om Gaudeamus-inzendingen te dirigeren waarbij steeds twee kandidaten zich wijdden aan één stuk. Uit de twee die Apparition voor strijkers van de Zweed Mika Pelo dirigeerden had men niet weten te kiezen. Dat bood het grote voordeel dat men Pelo's klaagzang beter leerde kennen. Golvend en glijdend lijdt dit werk enigszins aan geelzucht, het tweede pizzicato-deel is beter, en dat houdt een belofte in.

Internationale Gaudeamus Muziekweek 2000 Noordhollands Philharmonisch en Radio Kamerorkest. Gehoord: 31/8 en 2/9 Beurs van Berlage Amsterdam. Uitzending Radio 4 6/9 rechtstreeks en 29/9 samenvattend.