Fischer vangt bot met idee over federatie

De Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Fischer, kreeg dit weekeinde tijdens informeel overleg van de EU-ministers van Buitenlandse Zaken geen steun voor zijn streven om een duidelijk einddoel voor de Europese integratie te formuleren. Fischer had dit in mei bepleit in een rede over Europa's toekomst.

De Franse minister van Buitenlandse Zaken, Védrine, had zijn collega's uitgenodigd om hun mening te geven om het debat niet langer tot Frankrijk en Duitsland te beperken. Hij toonde zich zeer tevreden nadat zijn collega's in vele bewoordingen hadden gezegd dat zij door willen gaan met de tot nu toe gevolgde zogenoemde methode-Monnet. Daarbij wordt niet gedebatteerd over het einddoel waartoe de stapsgewijze Europese integratie moet leiden. Hierdoor worden meningsverschillen omzeild over de vraag hoe Europa er op den duur uit moet zien.

De Duitse minister Fischer herhaalde nog eens dat volgens hem de methode-Monnet niet meer voldoet. De EU wil de komende jaren van vijftien tot ongeveer dertig lidstaten uitbreiden. Volgens Fischer levert dat veel problemen voor de bestuurbaarheid van de EU op. Die zouden alleen ondervangen kunnen worden als de EU een federatie vormt.

De Franse president Chirac, stelde in zijn reactie op Fischers pleidooi onder andere voor de EU van een eigen grondwet te voorzien, waarin de Europese Commissie aan macht ten opzichte van de EU-lidstaten zou moeten inboeten. De Franse breedlinkse regering van premier Jospin was niet gelukkig met de opstelling van Chirac. Franse diplomaten zeiden gisteren dat minister Védrine daarom zeer tevreden heeft geregistreerd hoe zijn EU-collega's hun bezwaren tegen een debat over de verdere toekomst van Europa uitten. Minister Van Aartsen noemde zo'n discussie ,,op dit moment niet verstandig''. De Britse minister Cook zei dat alleen al over de betekenis van `federalisme' dagenlang gepraat kan worden omdat het in verschillende landen uiteenlopend wordt geïnterpreteerd.

De Spaanse minister Piqué zei dat eerst de Economische en Monetaire Unie met de euro een succes moet worden voordat een gesprek over een politieke federatie zin heeft. De Fin Tuomioja klaagde dat een discussie over de bestuurlijke vorm van de EU over pakweg twintig jaar te vaag en te oppervlakkig is. De Deen Petersen waarschuwde dat de positie van de nationale staten behouden moet blijven, omdat zij ,,het cement van de volken zijn''. Cook zei dat niet geprobeerd moet worden om ,,een Europese democratie'' uit te vinden. Minister Van Aartsen hield zijn collega's voor dat het ,,pragmatisch uitbouwen van de EU'' het enige is dat zin heeft.

Alle ministers van Buitenlandse Zaken hamerden erop dat gesprekken over de toekomst van de EU geen belemmering mogen vormen voor de lopende Intergouvernementele Conferentie (IGC). Hierbij onderhandelen de EU-lidstaten over verdragswijzigingen ten behoeve van institutionele hervormingen. Zonder zulke hervormingen dreigt de besluitvorming in de EU de komende jaren na uitbreiding met Midden- en Oost-Europese landen vast te lopen.

Védrine zei gisteren dat er geen enkel schot zit in deze onderhandelingen, die in 1997 tijdens de top van Amsterdam ook zonder resultaat eindigden. De IGC moet in december afgerond worden door de Europese regeringsleiders tijdens een topbijeenkomst in Nice. Védrine zei dat ,,elke lidstaat van de EU zich bewust is van de uitzonderlijk negatieve gevolgen van een mislukking in Nice''.