Elke flauwiteit is een feestje in de Twentse Barbier

De belevenissen van de guitige kapper Figaro, graaf Almaviva en diens liefje Rosina lopen dit seizoen als een rode draad door het Nederlandse opera-aanbod. De Nationale Reisopera opende het seizoen met een nieuwe productie van Rossini's Il Barbiere di Siviglia. De Nederlandse Opera herneemt de opera in november voor de vierde maal in de veelgeroemde regie van theatermaker en Nobelprijswinnaar Dario Fo. En waar het verhaal van Rossini's opera ophoudt, begint Mozarts eerder gecomponeerde Le nozze di Figaro, eveneens bij de De Nederlandse Opera te zien in januari en juli.

De Reisopera gaat met Il Barbiere di Siviglia niet op reis en brengt de voorstelling alleen deze week in Enschede in het Saxion Opera Festival.

De Amsterdamse Il Barbiere di Siviglia van Fo is in elk opzichtonvergelijkbaar met de enscenering van Alexander Schulin bij de Nationale Reisopera. Schulins concept leunt zonder veel omhaal van decors of belichting op de kracht van de zangers/acteurs en een onophoudelijke vloed van grappen. De personages zijn in kostuums van Cornelia Brunn uitgedost als felgekleurde striphelden in een retro-look met een vette knipoog naar de jaren vijftig. Brunn tekende ook voor het decor, dat in karikaturale uitstraling nauw aansluit bij de kostuums. Een draaibare, schuin oplopende reuzenbank van vuil rood pluche domineert het podium en doet dienst als balkon (de leuning), liefdesnest en muziekkamer (de kussens), dienstvertrek (een kier tussen bodem en podium) en plein in Sevilla (de achterkant).

Voor een bijna drie uur durende voorstelling is Schulins keuze voor een karikaturale uitwerking van zowel de decors als de personages een mager concept. Een rollebollend liefdespaar, een wankel slaapwandelend mannenkoor, de komedianteske maniertjes van Graaf Almaviva in zijn fraaie vervormingen – alle komische noten worden tot het uiterste opgerekt, waardoor speelse lichtvoetigheid in sommige scènes omslaat in oppervlakkige grappenmakerij. Ook tal van originele vondsten kunnen niet verhelpen dat deze Barbier een rommelige indruk nalaat, zowel theatraal als muzikaal.

Alessandro de Marchi gaat het Orkest van het Oosten voor in een benadering van Rossini die rijk is aan onverwachte wendingen en cesuren. Die aanpak leidde vrijdagavond tot ongelijkheden tussen orkest en solisten, waardoor de muzikale elegantie die Rossini eigen hoort te zijn soms node werd gemist. Niettemin bezit deze Barbier muzikaal fraaie momenten en uitstekende solisten, van wie Mario Zeffiri (Almaviva), Mauro Utzeri (Bartolo) en Marian Pop (Figaro) de meeste indruk maken. Pop overrompelt als Figaro al in zijn opkomstaria Largo al factotum met een aangenaam foute zelfgenoegzaamheid, en maakt gedurende de gehele voorstelling van elke flauwigheid een feest. Anke Herrmann blijkt een minder geschikte vertolkster voor de rol van Rosina. Zij vult haar coloraturen in met gewaagde vocale buitelingen, maar mist daarbij vaak de nodige zuiverheid en de souplesse.Voor goed, komisch belcanto zijn scherts en stemacrobatiek vereisten, maar met een wat bescheidener hoeveelheid van beide ingrediënten zou deze Barbier de kern van Rossini dichter zijn genaderd.

Voorstelling: Il Barbiere di Siviglia van G. Rossini door de Nationale Reisopera en het Orkest van het Oosten o.l.v. Alessandro de Marchi. Gezien: 1/9 Twentse Schouwburg, Enschede. Herh.: 5, 9/9.