Een laatste groet

Ik snap het niet. De felicitaties, de schouderklopjes, de geschenken en de hartelijkheden. Niemand die mij waarschuwt of streng toespreekt. Alsof ik met de snelheid van honderd kilometer per uur naar een afgrond rijd, terwijl iedereen die mij dierbaar is mij toejuicht.

Ik ga migreren. Voor de tweede keer in mijn leven. De eerste keer kon ik het enthousiasme begrijpen. Een dag voor vertrek nam ik de bus naar de stad. Zo'n `soulbus', met flikkerende blauwe lampjes en oorverdovende muziek van Isaäc Hayes. Twee corpulente zwarte dames namen plaats in voor vier, doordat ze wijdbeens zaten en met waaiers koelte waaiden aan de plaats tussen hun dijen. Ze lachten er zelf om, om alle anderen voor te zijn.

Ik was negentien en vond dat ik geen dag te laat dit onbeschaafde land verliet. Ik moest alleen nog een koffer aanschaffen, een `valies' zeiden we in Suriname.

In de winkel waar ze valiezen verkochten raakte ik van slag door de ruime keus. Al die maten en al die kleuren, ik had gedacht dat het eenvoudiger was. Na lang twijfelen koos ik een oranje koffer van geperst karton voor de prijs van twintig gulden. En toen pas realiseerde ik me dat ik het ding niet kon laten inpakken. Ik moest met een lege koffer door heel Paramaribo, waardoor iedereen mijn voornemens kon raden.

Het begon al bij het afrekenen. Het meisje dat mijn twee tientjes aannam, vroeg guitig of ze mee mocht naar Holland. Wie in die tijd in Paramaribo een koffer kocht, ging natuurlijk naar Holland. Drie keer per week kwam een groot vliegtuig van de KLM om alle verstandige Surinamers mee te nemen.

Toen ik de winkel verliet, begonnen de verkoopsters spontaan te klappen. Ik was een held omdat ik mijn land ontvluchtte. Dank u, dank u, ik ga daar studeren en ben zo terug. Met een titel voor mijn naam, eventueel een blanke vrouw en twee bediendes die mijn verwende blanke vrouw alle werk uit handen zouden nemen.

Het liep anders. Ten eerste ging ik niet terug, ten tweede was er geen blanke vrouw en ten derde waren er geen bediendes. Ik zou mijn vuile borden zelf moeten afwassen.

Dat hoeft straks niet meer. Ik ga naar een land waar ik nooit meer een bord hoef af te wassen. Maar het is nu heel anders. Ooit vertrok ik met een oranje koffer en nu met, o wonderlijk toeval, een oranje container. Daarin heb ik alles laten stoppen wat ik in twintig jaar tijd verzameld heb. Nog keken de verhuizers mij meewarig aan. Is dit alles? De container is twaalf meter lang, meneer, en we hebben nu vijf en een half gevuld. Moet er echt niets meer mee? Nee, want meer heb ik niet.

De verhuizers waren enthousiast. Naar India, zeiden ze, wat een avontuur! Okee, het zijn maar verhuizers, dacht ik bij mezelf, maar toen kwamen alle vrienden. Naar India, wat een avontuur! Ja, zei ik schaapachtig, ik ben er nu aan toe. Het is `een uitdaging', ik word voor drie jaar de correspondent van NRC Handelblad in New Delhi, ik ga met mijn hele gezin migreren, ja, avontuur bestaat nog!!!

De waarheid is een tikje anders. Ik wil niet verhuizen, ik wil niet naar een ander huis in een ander land in een ander continent. Hier ben ik aangekomen, in dit dorp vlakbij Amsterdam, en ik wil er niet weg, jongens, geloof me toch. Maar nee, ik krijg applaus omdat ik naar India ga. India, daar zijn toch je wortels, zeggen mijn dierbare vrienden, en het woord dierbaar ga ik zo meteen schrappen. Mijn wortels zijn hier, beste mensen, ik dacht dat jullie het leuk vonden dat ik in Nederland woonde.

Het wordt mij pijnlijk duidelijk hoe weinig mensen geven om dit land. Ze zeggen dat hier niets meer te beleven valt en dat ik de juiste beslissing heb genomen, waar ze jaloers op zijn. Ik ga met met mijn hele gezin, een zoon van negen en een dochter van dertien, naar India. Dat is dapper, applaus.

Hoe meer applaus ik krijg, hoe beledigender ik het vind. Weten ze wat het betekent?

Ik ontvang sinds een week geen krant meer. Ik mis het journaal van acht uur omdat je daarvoor een toestel nodig hebt dat nu in een doos ergens op zee dobbert, in een oranje container. Ik kwam met een oranje valies, en vertrek met een oranje container, is dat een noemenswaardige vooruitgang? Ik woon in een leeg huis en alles ontgaat mij. Branden er torens in Moskou? Heeft Herfkens besloten alle Nederlandse ontwikkelingswerkers te ontslaan? Is de vermiste Evelien van elf jaar terug gevonden? Het spijt me, maar ik heb zwaarwichtige zaken aan mijn hoofd. Willen jullie weten waar ik nu mee bezig ben? Met deze zin uit een brochure: `Een huurder is courtage verschuldigd indien deze een woning wil huren via een makelaar die niet dezelfde is als de makelaar die de woning aanbiedt.'

De betekenis van deze zin probeer ik te ontcijferen. Ik heb geen telefoon, geen krant, geen servies en geen beddengoed, want alles zit in die oranje container richting India, en het kan drie maanden duren voor ik zelfs maar zekerheid krijg dat het schip met mijn container niet is gezonken, en iedereen in Nederland feliciteert mij met mijn besluit om naar India te gaan, ja dank u.

Willen jullie zo graag dat ik vertrek? Je gaat naar India, dat is toch geweldig? Nee, daar is absoluut niets geweldigs aan. Eén keer migreren is al stom genoeg.

Toen ik Suriname verliet, kon ik het applaus begrijpen. Het was nu eenmaal een zielig en armzalig landje waar ieder verstandig mens uit weg moest, maar Nederland? Dit heerlijke en welvarende land met zoveel voorzieningen dat het mij een volle maand kost om ze allemaal op te zeggen, is het raadzaam om hier weg te gaan? Is het raadzaam om al die heerlijke zekerheden en geneugten in te ruilen voor een land als India? Waarom geeft niemand mij de goede raad om er van af te zien en te blijven waar ik gelukkig kon zijn?