Eén computer, vele webwinkels

Bedrijven uit de `oude' economie maken zich klaar voor het internettijdperk en investeren miljoenen in projecten op het wereldwijde web. Geld verdienen op internet, hoe gaat dat? Hagemeyer brengt een groot aantal webwinkels voor de zakelijke markt bij elkaar in één computersysteem.

Elektronisch zakendoen (e-commerce) heeft het leven van handelshuis Hagemeyer een stuk makkelijker gemaakt. De duizenden leveranciers en tienduizenden klanten van Hagemeyer bestellen hun producten al lang elektronisch, maar gebruiken daar allemaal verschillende computersystemen voor. Zo verschillend dat het aan elkaar koppelen van die systemen vrijwel onmogelijk is, of in elk geval een kostbare zaak.

Nu is er een universeel systeem waar iedereen op aangesloten is en waarvoor de toegang nagenoeg gratis is: internet. Een uitgelezen kans voor Hagemeyer om de bezem te halen door al die verschillende computersystemen en één grote, centrale database in te richten waar alle producten die Hagemeyer verkoopt — en dat zijn er honderdduizenden — in staan. Inclusief prijs, voorraad en levertijd.

,,We bouwen op dit moment zo'n systeem'', zegt Edo van den Assem, in de raad van bestuur van Hagemeyer onder meer verantwoordelijk voor internet en e-commerce. ,,Daar zijn enkele tientallen miljoenen mee gemoeid.''

Alle bestaande systemen blijven voorlopig ook nog functioneren, al is het maar tot alle kinderziektes uit het nieuwe systeem zijn. Bovendien zijn nog lang niet alle afnemers klaar voor internet. ,,Dat verschilt sterk per land. In de Scandinavische landen zijn veel van onze klanten al overgestapt op bestellen via internet, terwijl bijvoorbeeld in Duitsland nog vrijwel niemand van die mogelijkheid gebruik maakt.''

Als Hagemeyer al zijn databases bij elkaar heeft gebracht in één systeem, betekent dat niet dat er ook één Hagemeyer-winkel op internet komt. Elke sector krijgt zijn eigen gespecialiseerde winkel. Grote klanten kunnen zelfs een internetwinkeltje helemaal voor zichzelf alleen krijgen.

,,Het gemak voor de klant staat voorop'', zegt Van den Assem. Want een bedrijf dat maximaal tweehonderd verschillende artikelen nodig heeft hoeft geen catalogus met een half miljoen producten. Er komen dus een heleboel verschillende `voorkanten' met dezelfde `achterkant', namelijk het centrale systeem waar alle Hagemeyer-producten in staan.

Hagemeyer (omzet: 7 miljard euro) verkoopt, via zo'n twintig dochterbedrijven, producten aan bedrijven die niet direct verband houden met hun primaire productieproces. Aan een autofabriek levert Hagemeyer dus niet de onderdelen voor de auto's, maar bijvoorbeeld wel beschermende kleding, helmen en handschoenen voor de werknemers. Hagemeyer koopt dit soort producten grootschalig in en kan die daardoor goedkoper leveren — en met minder administratieve en logistieke rompslomp — dan wanneer afnemers ze zelf zouden moeten inkopen.

Dochters van Hagemeyer hebben inmiddels enkele tientallen websites opgetuigd waar klanten on line kunnen bestellen. Daarnaast kunnen ze via internet ook zien wat de status is van eerdere bestellingen. Waar bevindt de bestelling zich op dat moment? Wanneer worden de spullen geleverd? Welke nabestellingen zijn onderweg? ,,Dit soort informatie is voor klanten heel belangrijk'', aldus Van den Assem. En ze kunnen het in een oogopslag opzoeken via internet.

Zo biedt de Britse technische groothandel Newey & Eyre (omzet: 1 miljard euro) via zijn website www.neweynet.com 170.000 artikelen voor de constructie- en installatiesector te koop aan. Het Duitse Fröschl, in omzet iets groter dan Newey, verkoopt op www.etg-froeschl.de elektronica-apparatuur.

Cameron & Barkley, waarvan Hagemeyer de overname volgend kwartaal verwacht af te ronden, verkoopt in de Verenigde Staten voor zo'n twee miljard gulden per jaar artikelen aan onder meer bouw en auto-industrie verkoopt. Een aanzienlijk deel daarvan handelt de nieuwe Hagemeyerdochter af via zijn website www.cambar.com.

,,Je merkt dat het gebruik van internet in de VS al meer is ingeburgerd dan in Europa'', zegt Van den Assem. ,,Daar is de concurrentie van nieuwe, startende internetbedrijven ook het grootst.'' Hagemeyer heeft van zulke nieuwkomers volgens Van den Assem weinig te vrezen. ,,Die jongens bouwen een computernetwerk en zetten een catalogus op het net, en dan houdt het op. Maar in feite begint het dan pas.''

Het ontbreekt hen doorgaans aan de logistieke infrastructuur. ,,Je moet spullen op voorraad hebben, je moet snel kunnen leveren en je moet ook nog eens weten wat je precies verkoopt, zodat je met je klanten kunt meedenken.''

Bij beginnende internetbedrijven schort het daar vaak aan, zegt Van den Assen. ,,Klanten merken dat meteen. Ze bestellen wel spullen, maar die komen vaak niet. Of veel te laat.''

De meeste internetbedrijven zijn volgens Van den Assem te veel bezig met de technische infrastructuur. ,,Maar de technologie is het gemakkelijkst.''

Hagemeyer is dan ook niet van plan om succesvolle internetbedrijven over te nemen. ,,Wij bouwen ze liever zelf.''

Dit is deel zeven in een serie over zakendoen op internet. Eerdere afleveringen verschenen op 12, 14, 15, 19, 21 en 26 augustus.