Digitale hulp bij horen

Nederland wordt doof. De trend is twee hoor- apparaten, in elk oor één. Volgens audiologen kunnen slechthorenden met de nieuwe digitale hoor- toestellen met meer plezier naar een receptie of feestje.

Van de 540 miljoen Europeanen hebben er minstens 48 miljoen een mild tot ernstig hoorprobleem dat met een hoortoestel is te verminderen. Nog geen derde van die slechthorenden heeft zo'n apparaatje en gebruikt het ook. De gemiddelde leeftijd van hoortoestelgebruikers is 75 jaar. Gehooronderzoeker (audioloog) dr. A. Davis van de Britse Nottingham University vindt dat mensen veel te laat een hoorapparaat nemen, zei hij vorige week op het 25ste International Congres of Audiology in Den Haag.

Rond 30 procent van de slechthorenden vindt dat hun gehoorkwaliteit er behoorlijk op achteruit is gegaan, vertelde Davis' Deense collega dr. A. Parving. Nederlands onderzoek leverde op dat slechthorenden net zoveel last hebben van hun handicap als artritispatiënten van hun gewrichtspijn en bewegingsproblemen.

Ondanks deze cijfers onderkennen steeds meer mensen de last van een afnemend gehoor. De vergrijzing van de bevolking en de prijsstijgingen voor de nieuwe generaties hoorapparaatjes droegen er verder aan bij dat de uitgaven van de Nederlandse ziektekostenverzekeraars voor gehoorapparaatjes de laatste jaren met 20 tot 30 procent per jaar stegen. De overheid vindt dat wel wat veel en wil nu van de samenwerkende Nederlandse audiologie-onderzoekers weten wanneer de verzekeraar twee hoorapparaten per persoon moet vergoeden. Want de trend om in elk oor een hoorapparaat te nemen betekent een verdubbeling van de markt.

In elk gehoorapparaatje, hoe klein het ook is, zit een microfoontje, een geluidsverwerkende chip, een luidsprekertje, een batterij en vaak een ontvangspoeltje dat in concertzalen, congrescentra of kerken een elektromagnetisch signaal uit een ringleiding opvangt. Dat geeft een betere geluidskwaliteit omdat het omgevingsgeluid minder doorkomt.

Gehoorapparaatjes versterken het geluid aangepast aan het gemeten gehoorverlies van de patiënt. De apparaatjes werken tegenwoordig bijna allemaal met digitale signaalverwerking, leggen in Den Haag twee van de congresorganisatoren, de audiologen dr. J. Verschuure (Academisch Ziekenhuis Rotterdam) en dr. J.A.P.M. de Laat (Leids Universitair Medisch Centrum) uit.

Het eerste digitale hoorapparaatje kwam ruim vijf jaar geleden op de markt en werd als een revolutie gepresenteerd. In werkelijkheid was het een simpele vervanging van de oude analoge geluidstechniek door digitale techniek, zoals ook cd- en minidiskspelers die aan boord hebben. Verschuure: ,,De fabrikanten suggereerden dat een slechthorende er beter mee kon horen, maar bij wetenschappelijk verantwoorde testen mat je geen verschil.''

Prijsverschil was er wel. Die eerste digitale apparaatjes kostten meer dan 2.000 gulden. Verschuure: ,,Er zijn in de tweede helft van de jaren negentig patiënten geweest die heel veel hebben betaald voor weinig toevoegingen.''

De tweede generatie digitale hoorapparaten en vooral de derde, die nu op het punt staat op de markt te verschijnen, bieden meer waar voor hun geld, vinden De Laat en Verschuure. Verschuure: ,,In de tweede generatie die een paar jaar geleden verscheen was vooral de geluidscompressie beter verzorgd. Compressie houdt in dat het verschil in geluidsvolume dat wij kunnen horen, van een ritselend blaadje tot een huilend optrekkende motorrijder, door een hoorapparaatje wordt teruggebracht tot een veel kleiner volumeverschil. Een slechthorende kan die grote verschillen niet verwerken. In digitale hoorapparaatjes kunnen diverse compressieschakelingen worden ondergebracht.''

De derde generatie zorgt ervoor dat een slechthorende met wat meer plezier op een receptie of feestje verschijnt. Een gesprek voeren met muziek of andere pratende mensen op de achtergrond was voor gebruikers van een hoorapparaat een kwelling. De hersenen van iemand met goede oren scheiden de spreekstem van de gesprekspartner van het achtergrondgeluid. Zit er echter een hoorapparaatje tussen dat stemgeluid en achtergrondgeluid door compressie in elkaar drukt, dan kunnen de hersenen het signaal (de spreker) en het achtergrondgeluid (de ruis) niet meer scheiden.

Bij elke nieuwe generatie gehoorapparaten claimden een paar fabrikanten de oplossing te hebben gevonden voor dat probleem, maar het resultaat stelde steeds teleur. De laatste truc was een gehoorapparaatje dat, `in de receptiestand' gezet, de frequenties waar doorgaans de ruis in klinkt dempt en de belangrijkste spraakfrequenties versterkt. Verschuure: ,,Maar op een receptie werkt dat nauwelijks. Daar bestaat ook de ruis uit spraak.'' De Laat: ,,De komende generatie hoorapparaten kan echter voorgrondspraak en achtergrond van elkaar onderscheiden. De software in het apparaat analyseert de spraakkarakteristieken van de gesprekspartner. Iedere spreker heeft bijvoorbeeld per seconde ongeveer vier typische veranderingen in volume, of frequentieverhoging of -verlaging van het spraakgeluid. Achtergrondgeroezemoes is anders gekarakteriseerd. Na een steeds korter wordende leertijd kan de software vrij goed het signaal van de spreker versterken en de rest onderdrukken.''

Gehoorverlies is bijna nooit over het hele gebied van hoorbare frequenties hetzelfde. Sommige mensen missen alleen de hoge of lage frequenties, anderen hebben middenin het frequentiegebied een duidelijke dip. De Laat: ,,De audiologische centra in Nederland kennen de karakteristieken van de verschillende merken. Ze kunnen de audicien voorschrijven welk merk en type apparaatje het best is, of ze kunnen een suggestie doen.''

De doorwrochte technologie is Europees, maar het wegwerp-hoorapparaatje komt uit Amerika. Het werkt drie weken. Dan is de batterij leeg. Het lijkt erg duur om zo'n hoortoestel dan weg te gooien maar enkele onderdelen van het hoortoestel verouderen snel zoals het passtukje in de gehoorgang. Dit enigszins vervormbare gedeelte verhardt snel, wat onaangenaam en pijnlijk aanvoelt. Met het oog op de korte gebruiksduur zijn goedkopere materialen gebruikt waardoor de toestellen niet veel duurder in gebruik zijn dan apparaten die vijf jaar meegaan. Er zijn een aantal typen, die, na aanpassing aan de individuele gehoorafwijking, geschikt zijn voor 80 tot 85 procent van alle slechthorenden. In een aantal Amerikaanse steden is het een succes. Eén apparaatje kost 40 dollar. Verschuure vindt de apparaatjes vooral nuttig voor mensen met gehoorklachten die eens een hoorapparaatje willen proberen, voor ze tot definitieve aanschaf besluiten.

Het verhaal wil dat nogal wat hoorapparaatjes snel na aanschaf in een la verdwijnen. Onderzoek laat echter zien dat maar vijf procent van de hoortoestellen ongebruikt blijft. Misschien klagen hun eigenaren veel over hun mislukte avontuur. De klachten betreffen vooral ongewenst sterk omgevingslawaai en fluitende geluiden.

Aan de onderdrukking van het omgevingslawaai wordt gewerkt. Het fluiten is het gevolg van rondzingen. Vooral in de kleine apparaatjes die vrijwel onzichtbaar in het oor verdwijnen zitten het microfoontje en het luidsprekertje dicht bij elkaar, zodat de microfoon het geluid van de luidspreker opvangt. Het is de bedoeling dat het apparaatje zelf goed in de gehoorgang past, zodat er geen geluid van luidspreker naar microfoon `lekt'. Goed passen en goed bevestigen moeten de oplossing brengen. Een achter het oor bevestigd apparaatje zingt wat minder gauw rond dan de minuscule apparaatjes voor in de gehoorgang.

Voorlopig blijft voor velen de moeilijkste keus om de hoogte van de eigen bijdrage voor hun gehoorapparaat af te wegen tegen het verwachte hoorgenot. Het ziekenfonds en de standaardpakketpolis van de particuliere verzekering vergoeden doorgaans eens per vijf jaar 1.000 gulden voor een hoorapparaatje. De goedkoopste digitale modellen zakken nu in prijs naar een paar honderd gulden boven dat bedrag. De nieuwste generatie digitale apparaatjes kosten ruim boven de 2.000 gulden. Per oor.

Op zaterdag 28 oktober is de Nationale Hoordag. Informatie bij de Nationale Hoorstichting 071-5234245. Website: www.nvvs.nl/info/gst_index_nhs.htm