Darusman ziet af van generaalsoffer

Procureur-generaal Marzuki Darusman opereert in een mijnenveld. Hij moet rekening houden met binnen- en buitenlandse factoren. En hij is zelf een politicus met ambities.

Procureur-generaal Marzuki Darusman heeft zonder twijfel de zwaarste baan van Indonesië. Hij staat voor de taak om een geschiedenis van 32 jaar machtsmisbruik, corruptie en schendingen van mensenrechten terug te brengen tot hoofdzaken. Hij heeft intussen de strijd aangebonden met oud-president Soeharto, enkele generaals en een handvol machtige conglomeraten. Die beschikken over veel geld, peperdure advocaten en – niet in de laatste plaats – een cliëntele binnen het staatsapparaat. Darusman heeft dan ook meer vijanden dan bondgenoten en moet zich tussen de bedrijven door verweren tegen geruchten dat hijzelf te koop is.

Marzuki Darusman (55) behaalde een graad in de rechten, maar noemde zichzelf ooit `Politicus, met een hoofdletter P'. Hij heeft dat altijd een eerbaar beroep gevonden en zei in 1992 in een interview dat ,,een politicus die zichzelf serieus neemt, streeft naar het hoogste ambt.'' Soeharto was toen nog president en zag hierin een uitdaging aan zijn almacht. Darusman moest zijn zetel in het parlement opgeven – hij was en is lid van Golkar, ooit Soeharto's politieke vehikel – en verdiende daarna zijn sporen als lid van de Nationale commissie voor de rechten van de mens (Komnasham). Na de val van Soeharto, in 1998, werd hij opnieuw omhelsd door Golkar, dat zich poogde te ontdoen van historische ballast en naarstig zocht naar leiders met schone handen.

In oktober benoemde president Wahid hem tot procureur-generaal en kreeg hij een plaats in diens politieke regenboogregering. Vorige maand overleefde Darusman als enige Golkarlid een reorganisatie van de ministersploeg. Die herbenoeming was een duidelijk signaal: Wahid had geen behoefte meer aan politici die het partijbelang vooropstellen, maar wil alleen nog loyalisten. Marzuki had zijn vertrouwen gewonnen en stond bovendien op het punt oud-president Soeharto voor het gerecht te brengen. Die zaak, wist Wahid, werd door de wereld beschouwd als een examen in wetshandhaving. Als de gewezen eerste man terecht zou staan, zou de ban van de angst worden gebroken en zouden diens trawanten en familieleden hun onaanraakbaarheid verliezen. Het lijdt overigens geen twijfel dat Darusman zelf politiek garen denkt te spinnen bij Het Proces.

Hij koos tegenover Soeharto dezelfde aanpak als zijn Amerikaanse collega's in de crisisjaren tegen gangsterkoning Al Capone: bouw een zaak op die bewijsbaar is, ook al is het kruimeldiefstal in verhouding tot de complete kerfstok van verdachte. Capone had bloed aan zijn handen, maar draaide de bak in voor belastingontduiking. Darusman c.s. lieten moeilijk bewijsbare opdrachten tot moord links liggen en beten zich vast in zeven liefdadige stichtingen die Soeharto als president voorzat en die hij misbruikte om publieke middelen door te sluizen naar zijn kinderen en zakenvrienden. De aanklacht luidt corruptie, machtsmisbruik en benadeling van de gemeenschap voor ruim een miljard gulden. Ondanks de roep om haast van studenten die bloed wilden zien, oefende het OM geduld uit. Na verhoor van zo'n 150 getuigen telt het Soehartodossier nu 3.000 vernietigende bladzijden. Toen beklaagde bij de eerste zitting, donderdag, `wegens ziekte' niet kwam opdagen, reageerde Darusman als een politicus: ,,De zaak ligt nu in handen van de rechter''.

Zijn tweede proeve van bekwaamheid geldt de `septemberfurie' in Oost-Timor, vorig jaar. Bewapend en bijgestaan door Indonesische militairen namen milities die hun ziel en zaligheid aan Jakarta hadden verkocht wraak voor de vrijheidskeuze, op 30 augustus, van hun volksgenoten. Balans: ruim 600 doden, 200.000 vluchtelingen en een geblakerd Oost-Timor. Nog in september benoemde Darusman, toen voorzitter van Komnasham, een onderzoekscommissie zonder vervolgingsbevoegdheid. Toen die in januari 33 namen noemde van verantwoordelijken voor de furie, waaronder die van de gewezen chef-staf en onder Wahid superminister van Veiligheid, generaal Wiranto, begon Darusman, inmiddels PG, aan een gerechtelijk onderzoek. Opnieuw was de druk groot, want de VN zouden een internationaal tribunaal voor Oost-Timor instellen als het Indonesische OM in hun ogen tekort zou schieten.

De inmiddels openbaar gemaakte `voorlopige' lijst van verdachten telt geen 33, maar 19 namen en met name Wiranto ontbreekt. Het proces tegen de 19 operateurs te velde is niet onderhandelbaar, maar de `vermiste verdachten' zijn politieke variabelen. Het recht moet zijn loop hebben – dat is in deze tijd van reformasi een politiek gebod – maar aan de joker Wiranto wenste de politicus Darusman zijn handen niet te branden. Of diens naam wordt toegevoegd aan de lijst, is afhankelijk van de politiek. Wiranto's rol is uitgespeeld sinds hij onder druk van het Komnasham-rapport moest aftreden. Voor Wahid lijkt een proces tegen zijn gewezen tegenspeler niet langer opportuun en hij moet het leger, dat ongetwijfeld zal steigeren bij zo'n generaalsoffer, te vriend houden. Deze week hoort de president tijdens de Millenniumconferentie in New York hoe de VN daarover denken en of die opnieuw zullen schermen met een tribunaal. Bij het vervolgingsbeleid geldt het primaat van de politiek en pas als die gesproken heeft, stelt het OM zijn definitieve lijst op.