Zonnedauw en dophei versus knolrus en pitrus

Milieuvervuiling is niet altijd zichtbaar. Natuur en Milieu presenteerde gisteren een doe-het-zelftest voor verzuring.

Wist u dat een uitbundige groei van het plantje pitrus op de hei betekent dat de grond ter plaatse zwaar vermest is? En dat veel knolrus wijst op ernstige verzuring?

Wie het wil weten, kan terecht bij de Stichting Natuur en Milieu. Die presenteerde gisteren tijdens een veldsymposium op de Landschotse Heide in het Brabantse Middelbeers het boek Het milieu van de natuur dat inzicht biedt in het verband tussen milieuverontreiniging en de kwaliteit van de natuur.

Veel mensen, schrijven de auteurs, menen louter uit gebrek aan kennis dat het met de milieuvervuiling best meevalt. ,,Zij wijzen op al die bloemrijke tuinen, lommerrijke stadsparken en weiden met reigers en scholeksters, en op bossen die er toch beter bijstaan dan werd voorspeld in de paniekverhalen van tien jaar geleden.'' Om te zien hoe de natuur er werkelijk aan toe is, moet je beter kijken. ,,Het is niet moeilijk om de verwoestende invloed van een nieuwbouwwijk op een middeleeuws polderlandschap te zien. (-) De meeste effecten van milieuvervuiling zijn echter veel subtieler en de veranderingen in de natuur vinden daardoor veel geleidelijker plaats.''

Een aantal experts trok gisteren in de stromende regen de Landschotse Heide op, om te ontdekken of een recente hersteloperatie van een van de vennen aldaar tot een grotere variatie aan plantaardig leven heeft geleid. Rolf Roos, een van de auteurs van het boek, vertelt onder een paraplu dat op dit Brabantse ven drie keer meer zuur neerslaat dan het ven aankan, zodat het een soort rietmoeras zou zijn geworden als er niet was ingegrepen. Een aantal jaar geleden was het ven helemaal dichtgegroeid met knolrus. Toen kwamen de redders. Ze verwijderden een sliblaag. Ze hebben geplagd. En regelmatig wordt er op dit `zwak gebufferde ven' een hoeveelheid kalkrijk water ingelaten, zodat het de strijd tegen de verzuring beter aankan.

Het herstelplan heeft zijn uitwerking niet gemist. Je struikelt bijna over de vele kleine zonnedauw, een vleesetend plantje dat zich laat zien in tamelijk gezonde, zwak gebufferde vennen. En laat er nu net een klein beestje half verteerd in de gemeen plakkende bladeren zitten. Een groot aantal plantensoorten volgt. Het verwachte dopheide, pijpenstrootje, het beschermde bruine snavelbies, veenbies, veenmos, struikhei, berk, grove den, kruipwilg, gelukkig de veelstengelige waterbies, maar helaas ook weer knolrus en pitrus, de ,,universele winnaar'' van de milieuverontreiniging die zich na iedere vorm van aantasting weet te handhaven. Na lang zoeken weet iemand met hoge laarzen ook oeverkruid onder het water vandaan te trekken, typerend voor redelijk gezonde vennen.

Bij het boek, een uitgebreide versie van een tien jaar geleden verschenen publicatie, hoort een cd-rom waarin je de vochtigheid, de zuurgraad en voedselrijkdom van een gebied kunt meten. Het gaat als volgt: je paalt een stukje grond af en zoekt daarbinnen naar zoveel mogelijk verschillende soorten planten. Je schat in welke mate ze op dat stukje grond voorkomen. Vervolgens voer je die gegevens in in de computer. Die geeft een analyse van de mate van vervuiling. Handig voor liefhebbers en biologiestudenten, maar ook voor boeren die aan natuurbeheer doen of boswachters van Natuurmonumenten of Staatsbosbeheer. Niet alleen om te kijken of er herstelmaatregelen nodig zijn, maar ook om na te gaan of genomen maatregelen het gewenste effect hebben gehad.