Zigeunerbende drukt vals geld in Nederland

Een criminele groepering van Sinti- en Roma-zigeuners beschikt in Nederland over professionele apparatuur waarmee de afgelopen drie jaar voor vele miljoenen guldens valse honderdmarkbiljetten en briefjes van duizend gulden zijn vervaardigd.

Dit staat in rechtshulpverzoeken van het openbaar ministerie in Hamburg. Ondanks langdurige infiltratiepogingen via een samenwerkingsproject van de Nederlandse en Duitse politie slaagt justitie er niet in de drukkerij van het vals geld te lokaliseren. Er is inmiddels wel een aantal Joegoslavische en Nederlandse zigeuners aangehouden die aan undercover-agenten grote partijen vals geld hebben verkocht.

Op verzoek van de Duitse justitie heeft het landelijk parket van het OM in Rotterdam in 1998 toestemming gekregen ,,een Duitse politie-infiltrant en een Duitse niet-criminele burgerinfiltrant in te zetten'' om op Nederlands grondgebied van de verdachten vals geld te kopen. Tot de inzet van het vergaande opsporingsmiddel infiltratie is overgegaan omdat ,,door zowel de Duitse als De Nederlandsche Bank uitdrukkelijk is verzocht de zaak aan te pakken'', aldus een vertrouwelijk stuk van de Centrale Toetsingscommissie van het OM.

Volgens woordvoerder W. de Bruin van het landelijk parket is de totale omzet van deze valsemunterij niet bekend. Het onderzoek heeft evenwel hoge prioriteit omdat deze misdaad ,,al snel kan leiden tot ontwrichting van het economisch verkeer'', aldus De Bruin. Ondanks verscheidene huiszoekingen in Nederland is volgens de woordvoerder nog steeds geen spoor gevonden van de apparatuur waarmee het valse geld wordt vervaardigd. Technisch onderzoek heeft uitgewezen dat de valse marken en biljetten van duizend gulden van goede kwaliteit zijn. De geldbriefjes bevatten geen watermerk ,,maar middels opdruk is wel een watermerk geïmiteerd''. De zigeuners verkopen het valse geld voor vijftien procent van de opdrukwaarde.

Het onderzoek naar de valsemunters begon drie jaar geleden onder leiding van hoofdcommissaris B. Meiswinkel van het Bundeskriminalamt (BKA) in Wiesbaden. In het begin richtte het onderzoek zich op een gesloten netwerk van ,,Joegoslavische zigeuners in de omgeving van Hamburg''. De drukkerij bevindt zich volgens het BKA in Nederland. [Vervolg Vals geld:pagina 2)

Handelaren voor rechter, drukkerij nog niet gevonden

[Vervolg van pagina 1] Volgens de Nederlandse politie had de groep zigeuners rond Hamburg ,,contacten met afnemers door heel Europa en ook contact met een aantal zigeuners in Nederland''. Op Duits verzoek kreeg de Duitse politie toestemming in Nederland vals geld te kopen omdat het volgens justitie gaat ,,om grootschalige vervalsing en verspreiding van vals geld in diverse valuta''.

De Duitse politie kreeg uiteindelijk assistentie van drie agenten van het speciale Landelijk Infiltratieteam van de Nederlandse politie. De Nederlandse politie gaf vorig jaar in totaal 53.000 gulden uit om 3.278 valse biljetten van honderd mark aan te kopen.

De infiltratie moest vorig jaar november worden beëindigd omdat ,,in de kring van verdachten en personen waar het traject op was gericht een sfeer van collectief wantrouwen was ontstaan jegens de ingezette politiële infiltranten'', aldus een proces-verbaal van inspecteur A. Versluis van het Landelijk Infiltratieteam.

De in Nederland aangehouden verkopers van het vals geld - die tot nu toe in politieverhoren niets hebben willen verklaren over de vervaardiging van de valuta - staan aanstaande vrijdag terecht in Rotterdam. Er kan nog niet worden overgegaan tot een inhoudelijke behandeling van de strafzaak omdat de advocaten van de verdachten eerst de ingezette infiltranten willen horen.

Advocate I. Weski zegt vraagtekens te plaatsen bij ,,de rechtmatigheid van de gebruikte opsporingsmethoden. Justitie neemt de zaak kennelijk hoog op aangezien men erg ver is gegaan met infiltreren''. Haar collega P. Bovens zegt niet te begrijpen waarom Duitse agenten op Nederlands grondgebied mochten opereren.

Over het horen van de Duitse infiltranten is overigens onenigheid ontstaan tussen de Nederlandse en Duitse justitie. Duitsland accepteert niet dat de infiltranten voor een Nederlandse rechter-commissaris kunnen worden gehoord omdat de verdachten dan het recht hebben het verhoor bij te wonen. De Duitse justitie is bang dat de identiteit van de infiltranten zo bekend wordt.

Duitsland heeft nu voorgesteld dat de infiltranten in Duitsland alleen door advocaten kunnen worden ondervraagd. Maar in de brief waarin de Centrale Toetsingscommissie van het Nederlandse OM in 1998 toestemming gaf voor de inzet van Duitse infiltranten in Nederland staat als voorwaarde ,,de politie-infiltrant bereid moet zijn te worden gehoord door een Nederlandse rechter''. Als de infiltranten niet kunnen worden gehoord, is de kans groot dat de Nederlandse rechter de gebruikte onderzoeksmethode niet accepteert.