Wij gaan dood, wij gaan dood, wij gaan dood

Twee Chinezen overleefden de dodenrit naar Dover, waar in juni 58 lijken werden ontdekt in een Nederlandse vrachtwagen. Het volledige verslag van hun verhoren vertelt minutieus hoe de tocht verliep. Tomaten waren vermoedelijk hun redding.

De 21-jarige zag veel. Te veel, beaamt hij één keer tegen de Britse politie. Maar hij zag het. En hij kan het, anders dan de tweede overlevende van de dodenrit naar Dover, tot in kleine details navertellen. Zoals over de landgenoot die al na een uur tijdens de overtocht zuurstof tekortkwam, en op zijn voeten stierf.

,,Een dikke man voorin stond op, en begon op het raam te dreunen. Iemand zei: `Als je het voorin niet meer kunt verdragen kom je maar naar achteren'. De man kwam naar waar ik was, en zei: Ik ga dood. Ik ga dood. Toen ging hij over mijn voeten liggen, met zijn hoofd in de richting van de achterdeur, en zowel [de andere overlevende] als ik stelden hem gerust, en zeiden dat hij rustig moest ademen, en niet in paniek raken omdat er achterin frisse lucht was. Er was geen frisse lucht achterin. Wij zeiden dat alleen om hem op te beuren.''

De twee overlevenden – genoemde 21-jarige en een 19-jarige dorpsgenoot uit Ba Hu, in de provincie Fujian – geven de Britse politie hun lezing van hun tocht naar West-Europa vrijwel onmiddellijk nadat ze 18 juni in Dover zijn gevonden, tussen 58 overleden landgenoten. De Chinezen, illegalen, zijn aangetroffen in een Nederlandse vrachtwagen, met een Nederlandse koelcontainer en een Nederlandse chauffeur.

De eerste verhoren van de overlevenden neemt de Britse politie af in het ziekenhuis van Canterbury. Soms zijn hun lezingen gespeend van consistentie, leert de volledige tekst van hun verklaringen. De schok van de dodenrit is te groot, zeggen betrokkenen bij het onderzoek. Angst voor represailles speelt eveneens (publicatie van hun namen kan volgens de onderzoekers hun leven in gevaar brengen). Maar uit verificatie blijkt, zeggen de onderzoekers, dat de inhoud van hun verhaal in grote lijnen klopt.

De overlevenden zijn in mei in contact gekomen met landgenoten die voor geld hun trip naar Engeland willen regelen. Bij vertrek uit het dorp op 7 juni (per bus naar de hoofdstad van Fujian, Chang Le) beschikken ze al over valse paspoorten; de 21-jarige heeft er zelfs drie. De 19-jarige wil weg omdat hij wordt ,,mishandeld'' en ,,beledigd'' door de lokale bevolking. De ander noemt de politie geen motief.

Vanuit Chang Le vliegen ze dezelfde dag naar Beijing. ,,We werden geïnstrueerd hoe we deze vlucht moesten nemen door twee `runners' van `de organisatie''', aldus de 21-jarige. In Beijing worden ze geleid naar een bedrijf, China Travel Transport Company, waar de baas, Lu, ,,enige paspoorten op zijn bureau [heeft] liggen''.

Ze krijgen een code mee. De een heeft `1474', de ander `1433'. Zonder die code zullen ze het Verenigd Koninkrijk nooit bereiken. Telkens als ze op hun tocht door Europa een volgende grens passeren, en zich nieuwe Chinese `verzorgers' melden, is de code het betaalmiddel. Noem de code en de `verzorgers' zullen de vervolgroute regelen, is het consigne. Ze betalen all in ,,230.000 yuan'' voor de code, circa 110.000 gulden, vertelt de 21-jarige.

's Anderendaags, 8 juni, na verblijf in een Beijings motel, worden ze naar het vliegveld gebracht. Daar volgt, met een half uur vertraging, aldus de 19-jarige, de vlucht naar Belgrado. In het toestel, schat de 21-jarige, zitten ,,vijf à zes mensen die uiteindelijk met mij in de vrachtwagen [naar Dover] zaten''.

In de Servische hoofdstad worden ze opgewacht door een Chinees die ze leren kennen als Ah Ming. De groep illegalen bestaat dan uit circa twintig mensen. Gezamenlijk eten ze in een `China Hongkong restaurant'. 's Avonds na tienen vertrekken ze in groepjes naar een huis, waar de groep uitgroeit tot dertig Chinezen. Op de eerste verdieping verblijven ze twee tot drie dagen ,,in een grote kamer'' met ,,twintig mensen'', aldus de 21-jarige.

Op 10 of 11 juni, dat weet de 21-jarige niet precies, het is 's avonds zeven uur, worden ze opnieuw in groepjes opgehaald. Taxi's in, Serviërs aan het stuur. Ze rijden naar de grens met Hongarije. Daar worden ze in geblindeerde busjes – twintig man per bus – gestopt. Bij de grensovergang moeten ze blanke mannen, vermoedelijk Hongaarse douaniers, twintig dollar per persoon betalen. In Hongarije worden ze gestald in een fabriek van een Chinese zakenman, Zhongh Ge, ,,een lid van de organisatie'', aldus de 21-jarige. Hij heeft de fabriek voor ,,drie miljoen dollar'' gekocht, vertelt Zhongh de reizigers.

De volgende dag, 11 of 12 juni, beleven ze hun eerste bijna-dood ervaring. Op weg naar Oostenrijk hebben ze op advies van Zhongh ieder twee liter water meegenomen ,,omdat het erg warm zou zijn'' in de vrachtwagen. Zhong neemt hun paspoorten in, ze vertrekken 's avonds rond tien uur, drie blanke mannen sturen. Na anderhalf uur staan ze stil. Onduidelijk waarom. Ze wachten drie uur.

De 21-jarige: ,,Het werd erg heet achterin en het was moeilijk om adem te krijgen en toen iemand op het raam tikte om de aandacht van de blanke mensen te trekken, negeerden ze ons gewoon. Uiteindelijk verloren drie mensen (-) hun bewustzijn.'' In een van de eerste verhoren (19 juni, 20:08 uur) vraagt een Britse agent of het voelde als tijdens de overtocht naar Dover. Hij zegt: ,,Ja zoiets.'' De dood wordt afgewend door een man wiens oom buiten bewustzijn is geraakt. ,,Hij trapte een achterruit (-) in.'' Een blanke begeleider reageert gelaten hij vraagt de groep ,,de vrachtwagen niet uit te gaan''.

Via enkele tussenstations komen ze in Oostenrijk aan. Nu verblijven in een huis met ,,veertig à vijftig'' Chinezen. Het is er krap, ze blijven drie nachten. Nieuwe Chinese `verzorgers' geven ze een Koreaans paspoort. De rit naar de luchthaven is kort. Ze vliegen naar Parijs, waar ze in de TGV doorgaan naar België, en na een tussenstop een volgende trein nemen.

Het is 23:49 uur, 16 juni, als ze aankomen op Rotterdam CS. Al wat zij zien zijn voetbalsupporters, het Nederlands elftal heeft die avond een EK-wedstrijd gewonnen. Ze worden, opnieuw in groepjes, naar een adres in Rotterdam gebracht en logeren boven een Chinees restaurant.

Ze reizen naar een andere woning, om zondagmiddag 18 juni in een wit vrachtwagentje, met 27 andere mensen, door een Nederlandse chauffeur naar een loods in de Rotterdamse Waalhaven te worden gereden. Daar vertrekken ze, met 33 anderen, in de vrachtwagen op weg naar Dover. Het is 's middags drie uur.

Omstreeks half zeven stopt de vrachtwagen, bestuurd door Perry W.. Op dat moment wordt ,,het raam van buitenaf gesloten'', zeggen de overlevenden. Beide zien alleen een blanke hand. Volgens betrokkenen bij het onderzoek wijst niets erop dat op dat moment iemand anders dan Perry bij de vrachtwagen was.

De wagen rijdt door, bereikt de ferry, omstreeks tien over acht gaat de motor uit – het drama kondigt zich aan. De Nederlandse chauffeur Perry W. gaat dan eten, vertelt hij de Britse politie. Hij is zich, zegt hij, van geen kwaad bewust. In het restaurant van de ferry nuttigt hij een maaltijd van `rijst met lamsvlees' en `garnalensalade'.

Later zal zijn boezemvriend Lammert N. de politie uiteenzetten dat hij, evenals Perry, al geruime tijd Chinezen rijdt voor de smokkelorganisatie. Perry houdt vol niks van mensensmokkel te weten: hij vervoerde, zegt hij, alleen maar tomaten. De 21-jarige: ,,Twintig of dertig minuten [na uitschakeling van de motor] kregen wij het heet en begonnen ons onaangenaam te voelen (-). Tien minuten later stonden enkele mensen voorin op, en begonnen in paniek te raken, en zeiden allemaal: wij gaan dood, wij gaan dood, en: wij kunnen niet wachten. Zij zeiden ook dat wij op de zijkanten moesten slaan om iemands aandacht te trekken.''

Alles wordt gebruikt, zegt de 21-jarige, om tegen de wand te bonken. ,,(-) stukken hout. (-) schoenen. Sommigen gebruikten een schroevendraaier. Het schreeuwen en gillen binnenin was heel luid omdat we allemaal tegelijkertijd schreeuwden. (-) uiteindelijk werd alles stil.''

De twee dorpsgenoten nemen afscheid van elkaar. ,,[Ik] kreeg (-) het gevoel dat ik gauw dood zou gaan en [de 19-jarige] en ikzelf hielden toen elkaars handen vast en bemoedigden elkaar een paar minuten.''

Hun redding zijn vermoedelijk de tomaten, die de smokkelleiders als deklading achterin de container hebben geladen. De 19-jarige stopt al zijn resterende energie in een poging de achterdeur te openen, waarvoor hij de tomatenkistjes weghaalt. De deur wil niet. Hij voelt dat hij `buiten bewustzijn' raakt. In een ,,laatste poging om te ademen'', vertelt hij de politie, ,,draaide ik mijn gezicht in de richting van het rode fruit om lucht te krijgen''.

De 21-jarige laat zich leiden door zijn bijgeloof. ,,[Ik] begon tomaten van de grond te graaien en snel op te eten. De reden hiervoor is dat het een Chinees bijgeloof is dat het beter is met volle maag dan hongerig te sterven. Het werd stil in de vrachtauto en toen verloor ik mijn bewustzijn.''

Dat ze nog leven, wordt de twee, vertellen ze de Britse politie, pas duidelijk als Britse douaniers hun ontsteltenis uiten nadat ze de binnenkant van de container hebben gezien. Ze schreeuwen zo hard, dat de twee wakker schieten.