Vrouwen botsen op werkvloer

Moeders dienen net als alle andere werknemers inzicht te krijgen in hun functioneren. Als dit nodig is, moeten ze dus ook op hun werkend moederschap aangesproken kunnen worden. Wanneer dat niet gebeurt, maak je moeders tot ongelijkwaardige partners, achter wier rug wordt gekonkeld. Dit betekent natuurlijk ook dat moeders de consequenties van hun arbeidsgedrag zullen moeten aanvaarden en, bijvoorbeeld, potentiële carrièremogelijkheden eventueel moeten durven uitstellen. Hier ligt de wortel van het probleem alsmede de potentiële bron van wederzijdse `jaloezie' tussen werknemers met en zonder kinderen.

Uitstellen van je carrière, en durven kiezen voor de zorg voor kinderen, vraagt om het loslaten van een dominant maatschappelijk principe: het principe van instrumentaliteit, effectiviteit en prestatiegerichtheid. Het is gekoppeld aan de wereld van arbeid, carrière en macht. Daarnaast bestaat een andere ideologie die – hoewel niet uitsluitend – gekoppeld is aan het instituut moederschap: het principe van zorg en relationele betrokkenheid. De twee principes van maatschappelijke waardering hebben lang keurig naast elkaar gestaan: de effectieve houding hoorde thuis in de wereld van vader, de zorg in de wereld van moeder. Nu het private en het publieke leven zich niet meer van elkaar laten scheiden, worden ze heftiger met elkaar geconfronteerd.

De klacht van de werkende kinderloze hoogleraar gynaecologie (NRC Handelsblad, 21 augustus) `dat anderen altijd voor het extra werk opdraaien' dat moederende collega's laten liggen, kan met enige fantasie ook gezien worden als een verlangen het principe van zorg en relationele betrokkenheid meer in haar eigen leven te integreren. Ook zij zou de werkplek wel eens op tijd willen verlaten. Maar zonder geldig alibi mist zij de legitimatie onder het `instrumentele principe' uit te komen. Zij heeft één wapen: haar standpunt dat vrouwen die om half vijf `het pand uitrennen' verminderde kans hebben om carrière te maken.

De situatie van de werkende vrouw met kinderen die haar carrière wil behouden, laat een omgekeerde logica zien. Zij wordt dikwijls gemotiveerd door het verlangen deel te hebben aan het instrumentele principe, en wel uit angst uit de maatschappelijke boot te vallen, nu zij de zorg voor haar kinderen voorrang verleent. Haar wapen is de uitspraak dat `de vrouw zonder kinderen niet weet waar zij over praat en niet solidair is'. Zij is tenslotte de vrouw met kinderen, een ingewijde, die het `zorgprincipe' verwoordt.

Zo sluiten beide partijen elkaar buiten, ieder met hun eigen wapen. Waar aanvankelijk vooral mannen de klappen uitdeelden naar vrouwen, doen vrouwen dat nu zelf.

Is er een ideale oplossing? Nee. Eenieder die redeneert vanuit een bepaalde invalshoek en die steeds logisch blijft volgen, behoudt haar automatische gelijk. Werk is het belangrijkst, zorg is het belangrijkst.

Waar moet die oplossing dan gezocht worden? Het expliciete besef dat door alle partijen gedacht wordt vanuit twee principes, die beide noodzakelijk zijn, maar niet optimaal te combineren, kan het begin zijn van een zinvolle dialoog, en wellicht zelfs van een leefbaar compromis. Voorwaarde daarvoor is dat beide partijen verlies durven te erkennen; verlies van de droom dat alles wat van waarde is, optimaal zou moeten samengaan.

Carine Ex doet promotieonderzoek naar `moederbeelden' en is werkzaam bij de sectie Onderwijs en Educatie van de Katholieke Universiteit Nijmegen.