Column

Stilte

Je herkent het volk aan zijn ambulances. Als er in Nederland een kantjeboord-hartinfarct naar het ziekenhuis vervoerd wordt, dan kan er hooguit een schamel zwaailichtje af, maar hier in Italië raast de ziekenwagen met loeiende sirenes door de stad, terwijl hij alleen maar onderweg is om te tanken. Heerlijk land, prettig lawaaivolk. Werken van acht tot één, dan lunchen en slapen tot een uur of half vijf, daarna nog een paar uurtjes aan de slag en vervolgens om een uur of half tien aan tafel. En goed aan tafel. Minstens negen smaakexplosies per maaltijd. En onderhand uitzicht op beeldschone vrouwen. Het verschil tussen Perugia en Alphen aan den Rijn is niet alleen de architectuur. Vier weken lang was het constant 35 graden. Op twee regenbuien na en die waren dusdanig heftig dat meteen het hele huis blank stond. Daar hou ik van. Niks mals buitje. Donder wil ik. Donder, bliksem en hectoliters water tegelijk. Het deed me deugd dat het in Nederland continu hondenweer was, daar we hier een behoorlijke huur betaalden. Nu hadden we daar wat aan. Niets is frustrerender dan veel geld betalen voor iets dat je thuis ook hebt. De plek waar ik zit hou ik angstvallig geheim. Waarom? Omdat het er toeristenloos is en wat mij betreft blijft dat zo. Geen Toscane dus. Mijn ouders toeterden vroeger in het buitenland als ze een andere Nederlandse auto zagen. Als dat nu nog de gewoonte was had ik afgelopen vier weken vijf keer moeten toeteren. Dat vind ik een mooi gemiddelde. In Zuid-Frankrijk zie je zoveel landgenoten dat je een lucifer tussen je claxon kunt doen. Via Zuid-Frankrijk zijn we hier naartoe gereden en ik heb op de strandjes aan de Côte d'Azur goed gekeken. Vooral om de ruimte die iedereen heeft, moest ik erg lachen. Dus je staat in Nederland dagelijks een uur in de file te stinken en dan ga je tijdens je vakantie bedje aan bedje op een kiezelig strandje Nederlands liggen praten. Het enige wat ontbreekt is een man met een barbecuetang, die je om het uur komt draaien. En je kunt er met je zoon geen balletje trappen. Vorige week belde een vriend en hij vertelde mij dat hij in zijn Zuid-Franse badplaatsje 40 bekenden was tegengekomen. Veertig! Hij vond dat heel vervelend en gaat volgend jaar weer. Die 40 anderen trouwens ook. Het is hier stil, doodstil. En mooi, bloedmooi. Mocht je behoefte hebben aan mensen, dan rijd je binnen een uur naar Rome. Wij waren zo slim om dit op een van de drukste dagen te doen. Ik zou als ex-katholiek de kinderen even de Sint Pieter laten zien. Samen met 2,5 miljoen jubeljongeren werden we door de kerk geperst. En allemaal waren ze blij. Huilend van geluk gingen ze liggen bidden. Mijn zoon en dochter keken hun kinderogen uit. Of die katholieken altijd zo raar deden? Of ik dat vroeger ook gedaan had? Een week later zijn we terug gegaan om de kerk écht te bekijken. Lang hebben we naar de biechtstoelen staan loeren. Eerst mocht ik uitleggen hoe het werkt, vervolgens werd er getimed hoe lang iemand binnen was, en daarna hoe lang hij moest bidden. We zagen een echtpaar. Hij was in twee minuten klaar en bad een weesgegroetje of drie. Zijn vrouw bleef een kwartier binnen en moest daarna nog een half uur op de knietjes. Mijn fantasie bedacht de zonde. Het was een saaie man en ik gaf haar gelijk. Ondertussen blijft het een heerlijk geloof. Je rotzooit je een slag in de rondte en na vijf onzevaders ben je weer helemaal schoon!

Waarom willen mensen graag in een massa? Ik bedoel de jubeljongeren, het Lowlands-festival, de Sail-kudde en het Uitmarkt-legioen. Iedereen weet hoe druk het er wordt, gaat er vervolgens heen om na afloop te klagen hoe druk het was. Ook volgend jaar gaat iedereen weer naar Zuid-Frankrijk. Ik hoef deze plek dus helemaal niet geheim te houden. Niemand wil hier namelijk heen. En daarom is het hier zo stil. Als iedereen van de stilte hield, was het hier stampvol geweest.