OLYMPISCH ZWEET

Hockeykeepers zijn niet te benijden. Oog in oog staan ze met spelers die de bal met duizelingwekkende snelheden op het `hok' afvuren. Daar kan Clarinda Sinnige over meepraten. Om haar reflexen te perfectioneren staat de keepster van het Nederlands elftal tijdens trainingen regelmatig tegenover het ballenkanon van trainer Carel van der Staak. Het apparaat spuwt de witte projectielen uit met een snelheid van negentig à honderd kilometer per uur. Om die te keren is niet eenvoudig, als men bedenkt dat haar gezichtsvermogen beperkt is door de ijzeren spijltjes van het masker. Maar dat went. Het is als het dragen van een bril: op een gegeven moment `verdwijnen' de randen. Bang is de Amsterdam-keepster niet. Al gebeurt het regelmatig dat de spitsen hun schotvaardigheid willen testen en het doel van zeer nabij bestoken. Vooral de kanonskogels van Mijntje Donners kan ze missen als kiespijn. Temeer omdat zij, in tegenstelling tot veel van haar buitenlandse collega's, niet als `een Michelin-mannetje' in het doel staat. Haar armen en bovenbenen zijn bewust minder goed afgedekt, zodat ze meer bewegingsvrijheid heeft en dus sneller kan reageren. Maar ook dat heeft een prijs, want na een uitputtende training komt Sinnige soms bont en blauw van het veld. Ook dat went. Bovendien is het een prijs die Sinnige bereid is te te betalen voor `Sydney'.

Aflevering negen van een serie over Nederlandse sporters op weg naar de Olympische Spelen in Sydney.