NIEUWE AANWIJZING DAT MENS VIA FEROMONEN KAN COMMUNICEREN

Feromonen zijn vluchtige stoffen die een rol spelen in de communicatie tussen individuen van één soort. In het dierenrijk zijn er talloze voorbeelden van, maar of er feromooncontact tussen mensen bestaat is niet duidelijk. Onderzoekers van de Rockefeller University in New York, onder leiding van de Belg Peter Mombaerts, hebben in het menselijk genoom acht genen ontdekt die overeenkomst vertonen met een gen dat bij knaagdieren codeert voor een feromoonreceptor. Mogelijk spelen feromonen dan toch een rol in ons leven.

Dieren gebruiken feromonen om partners voor de paring te lokken, een territorium te markeren of alarm te slaan. Voor een rol bij de mens bestaan redelijk sterke aanwijzingen, maar een sluitend bewijs ontbreekt. Zo is bekend dat vrouwen die in een studentenhuis, klooster of gevangenis bij elkaar wonen, na verloop van tijd vrijwel tegelijk menstrueren. Daarbij speelt een geurstof in het okselzweet een rol, maar onbekend is welke.

Feromoonboodschappen komen alleen over als de ontvanger er een zintuig voor heeft. Bij knaagdieren is dat het vomeronasale orgaan dat bij het neustussenschot ligt. De cellen daarvan zijn bezet met feromoonreceptoren, eiwitten die feromonen kunnen binden. De genen voor twee vomeronasale receptoren van knaagdieren zijn bekend onder de namen V1r en V2r.

Mombaerts en de zijnen zochten naar menselijke genen met een basenvolgorde die overeenkomsten vertoont met die van V1r. Ze vonden er acht, waarvan er slechts één codeert voor een eiwit. De andere bevatten allerlei ongerechtigheden, waardoor zij niet meer af te lezen zijn (Nature Genetics, 1 sept). Het coderende gen bleek vooral in het neusslijmvlies actief te zijn. Dat wil zeggen dat de receptor alleen daar wordt aangemaakt bij gebrek aan een vomeronasaal orgaan. De vondst van een menselijk gen dat overeenkomt met een feromoonreceptorgen van knaagdieren, is een nieuwe aanwijzing dat ook mensen via deze vluchtige stoffen kunnen communiceren. Nog intrigerender is de vondst van zeven niet-functionele genen. Deze door de tand des tijds aangetaste restanten van in onbruik geraakte feromoonreceptoren laten zien dat feromonen voor onze evolutionaire voorouders waarschijnlijk veel belangrijker waren dan voor ons.