Lachen maar

Zou Louis een mediatraining hebben gevolgd? Ik herken hem niet meer. Al een week lang zie ik hem glunderen, dag na dag. Kijken naar Van Gaal wordt bijna een vertroostende ervaring. Ik zou hem zo als fetisj willen inhuren voor mijn onbestemde levensavond. Straks ga ik nog denken dat hij in een droom tot mij is gekomen.

Hoe geregisseerd kan een metamorfose zijn? Toen Louis van Gaal aantrad als coach van het Nederlands elftal heeft hij zijn broodheren plechtig moeten beloven nooit meer te keer te gaan als een vlammenwerper. Hij moest leren praten met het timbre van de avondmens, in milde conversaties. Zelfs met journalisten. Geen geschreeuw meer op het Museumplein, geen oorlogshitserij in de kranten, geen vileine lesjes aan minderbegaafden, geen karatesprong. Dat was de prijs voor het hoge ambt van bondscoach.

Helemaal verrassend is het dus niet dat de geboren querulant uit Avenhorn zich nu presenteert als een meneertje uit Hoenderloo. Afspraken zijn afspraken. Maar bij Van Gaal verwacht je toch altijd dat hij niet alle banderilla's onder controle heeft. Vroeger was het ook zo: een verkeerd woord en hij kon ontploffen. Edoch, de bondscoach blijft een en al charme en elegantie. De opgeblazen wangen van opborrelende woede zijn helemaal weg. Van Gaal glimlacht als een prelaat de vervelendste vragen tegemoet. Als hij niet uitkijkt wordt Louis nog de meest vrolijke en minzame na-oorlogse bondscoach die Nederland heeft gekend.

Er is geen enkele reden waarom een voetbaltrainer niet vrolijk en lief zou kunnen zijn, maar de traditie is omgekeerd. De stereotiepen willen dat er harken in de dug-out plaatsnemen, dat gezichten van succesvolle coaches nors en gesloten als een kolenschop zijn. Nou ja, in een vorig leven kon Louis de aarde doen beven. Hij was het podium waar beul en guillotine samenvielen. Hij kon als geen ander een machtige duisternis over ondergeschikten en tegenstanders werpen.

Negen spelers zijn door blessures en ander leed niet oproepbaar voor de kwalificatiewedstrijd tegen Ierland. Maar Louis blijft glimlachen, met de mond en met de ogen. Sterker nog, hij verspiritualiseert de ongemakken. ,,Het geeft me de kans te constateren hoe de staf en de spelers reageren op tegenslagen.'' Louis is dankbaar voor de vele hobbels die hij in de voorbereiding op zijn eerste interland kent. Ellende als magie, die ontsporing. Vroeger zou hij gevloekt en getierd hebben, nu wordt hij in de afvalrace van de Oranje's steeds vrolijker.

Als het zo verder gaat, wordt de bondscoach op den duur nog wereldvreemd. Louis van Gaal de zonderling die van binnen verlicht is, dat beeld moet ons, sportliefhebbers voor wie geen dood bestaat, bespaard blijven. Daarom Louis, zet je schrap, blaf als vanouds, schop om je heen en drink de drank die je woedend maakt. Laat je niet kisten in het graf van de communicatieve souplesse die in Zeist wordt voorgeschreven. We worden allemaal een dagje ouder en vergevingsgezindheid is dan een tweede huid, maar laat in godsnaam Linda de Mol broeden op het hemelse waas van vrijheid/blijheid en doorbreek die coma met verachting.

Het klinkt als een gebed en dat is het ook. Maar zullen we de oude Van Gaal ooit nog terugzien? Ik vrees dat ook hij dobbert op de weeë golven van de tijdgeest. En dat hij slalommend van glimlach naar glimlach de vrede, de pecunia en de volksgunst verheft boven genot en principes. Hij is niet de enige. Ook Ronald de Boer juichte zich deze week het graf in. De dertigjarige international verhuist van Barcelona naar Glasgow Rangers. Op zijn eerste persconferentie straalde hij van geluk.

Glasgow.

Donkerder kan een woord niet zijn. Denkend aan Glasgow voel ik de kettingen van mist en regen om me heen knellen. Glasgow is het stenen orgasme van de duisternis. Waar je ook loopt, overal kom je mannen zonder tanden tegen, vrouwen zonder swing in de heupen en met haren op de benen. Je kan er niet eens een garnaalkroketje eten. Het is zo'n godvergeten gat dat je niet meer weet of je van voren of van achteren leeft. Het doet er ook niet toe.

En dan zegt een man die uit Barcelona komt, de stad waar alle licht van de wereld samenvalt, dat hij zich verheugt op zijn positie bij de Rangers. Kom op, zeg. Na zijn eerste bezoek aan het Ibrox-stadion stak Ronald de Boer de duim omhoog en lachte de toekomst tegemoet.

Ik word een beetje bang van al die blije mensen.