LABORATORIUM LOS ANGELES

Marx heeft afgedaan, maar de maakbare samenleving is springlevend. Los Angeles is het laboratorium. De spelende mens vindt het geluk in de eeuwige jeugd, ongegeneerd materialisme en de onbegrensde technologische uitbreiding van zijn fysieke mogelijkheden. Zijn maatschappelijke betrokkenheid is opgeslokt door een kapitalisme dat de consument inpakt met service, entertainment en aandelen.

Angelyne is de mascotte van Los Angeles. Al weken lang zie ik haar bevallig in haar rose bikini liggen op een reusachtig billboard op Hollywood Boulevard. Onder haar staan haar telefoonnummer en de naam van haar web-site. De pornoster heeft blond haar, een gave huid, een prachtig gevormd lijf en is nog maar zeventig jaar oud.

Angelyne is een bespotting van de natuur, want zij veroudert niet. Ieder spoor van verval wordt onmiddellijk 'gecorrigeerd' door plastisch chirurgen, haar conditie blijft op peil dankzij fitnesstraining en natuurvoeding, en haar geest vindt kracht door meditatieve sessies in het Selfrealisation Center. Angelyne is selfrealisation ten top: een mens die zichzelf schept. Op haar bijt de dood zijn tanden stuk.

Trouwens, wie praat er in Los Angeles nu over de dood. Dood, de échte, glamourloze dood, is boring, zoals alles wat op de harde realiteit wijst in de filmstad geldt als dodelijk saai. Wat voor zin heeft het, zo is de algemene sfeer, om je daarmee bezig te houden als er overal om je heen zoveel opwindends wordt geboden? 'Wij leven', zegt filmregisseur en producent Randal Kleiser tegen mij tijdens een informeel diner, 'misschien wel in de spannendste aller tijden juist omdat we niet meer vastzitten aan het idee van werkelijkheid. Of iets werkelijkheid is of niet, doet er niet meer toe nu we virtueel op een zeer realistische manier seks kunnen hebben, hartoperaties kunnen uitvoeren of in een ruimteschip door het heelal razen. Je ervaart die sensaties als echt, en dus z¡jn ze echt.'

Het ideaal van de Nieuwe Mens

Kleiser, die zijn carrière als regisseur begon met Grease, een succesfilm met de jonge John Travolta, is mijn buurman. Net als mijn gastvrouw Lyn woont hij hoog in de Hollywood Hills, met paarden, een geit en een schitterend uitzicht over de stad. Op een heldere avond als deze lijkt de lage zee van flonkerende lichten de horizon honderden kilometers voor zich uit te duwen. Tot San Diego, zegt Lyn. Ze overdrijft, maar alleen door te overdrijven kun je overbrengen dat dit golvende tapijt van tientallen miljoenen lichten een stad is die zijn grenzen dagelijks verder schuift. Een stad bovendien die geen limiet kent op het terrein van de verbeelding en waar feiten even slecht wortelen als de planten in de omringende woestijn. In Los Angeles is het verschil tussen feit en fictie, werkelijkheid en onwerkelijkheid gesneuveld in filmbeelden die als bigger than reality over de wereld gaan.

Die beelden hebben het perfecte klimaat geschapen voor een oud idee dat door de technologische ontwikkelingen nieuw leven is ingeblazen en dat nu over de westerse en westers georiënteerde wereld uitwaaiert: het idee dat de werkelijkheid maakbaar is, niet in de sociaal-politieke zin van de jaren zeventig, maar als mentaal proces.

Architecten, wetenschappers en economen menen tegenwoordig dat de werkelijkheid dankzij nieuwe technieken en materialen kan worden omgevormd tot een experience, een bijzondere belevenis. Die belevenissen moeten de mensen plezieren, uitdagen en als het aan eigentijdse utopisten als de organisatiedeskundige Joseph Pine of de architect Jon Jerde ligt, ook nog transformeren in intelligentere wezens. Wie weet komen we dan iets dichter bij het ideaal dat in de 20ste eeuw zo jammerlijk schipbreuk heeft geleden: het ideaal van de Nieuwe Mens die leeft in een door hemzelf geschapen en gecontroleerde Nieuwe Realiteit.

Liefde tussen meisje en machine

Een zo opwindend toekomstperspectief prikkelt natuurlijk de verbeelding en Hollywood heeft zich dan ook en masse op science fiction gestort. Kleiser doet mee. Zijn nieuwste film, vertelt hij het kleine gezelschap van schrijvers en kunstenaars, is een futuristisch Romeo en Julia-verhaal: een meisje wordt verliefd op een robot, haar omgeving tolereert dat niet en de jacht op het vluchtende paar wordt ingezet.

Boven mijn pasta met gember en knoflook moet ik denken aan sf-films als Blade Runner en Robocop waarbij menselijke robots meer sympathie opwekken dan mensen van vlees en bloed. En aan Total Recall, ExistenZ en The Matrix die een toekomst schetsen waarin wij onze geestelijke en lichamelijke vermogens enorm hebben uitgebreid door machines diep op ons brein te laten inwerken. Kleisers variant op onze beroemdste liefdesgeschiedenis bewijst dat Hollywood ons emotioneel rijp acht om ons op te winden over het verbod op de liefde tussen een meisje en een machine. Zo wennen we alvast aan het idee dat de Nieuwe Mens wel eens een cyborg zou kunnen zijn.

Zappa gelooft in magie

Voor Ahmet Zappa, de vijfentwintigjarige zoon van de overleden componist en popster Frank Zappa, is de machine-mens een heel gewoon denkbeeld. Hij is opgegroeid met science fiction, zegt hij, terwijl hij in zijn woonkeuken pannenkoeken met banaan voor me bakt. Zijn moeder, die een paar huizen verderop woont en de muzikale nalatenschap van haar man beheert, heeft zelfs een hele sf-bibliotheek. Computers zijn voor hem verlengstukken van hemzelf, waardoor hij op brede schaal kan communiceren en allerlei aspecten van zijn persoonlijkheid kan exploreren. Zijn werk als gastheer van de Web Riot Show past dan ook goed bij hem. Bij dit door mtv opgezette interactieve spelprogramma verschijnen vragen in beeld die door internetters worden gesteld en waar je online op kunt reageren. Het spel, waaraan grote prijzen zijn verbonden, gaat 24 uur per dag door.

Zappa is een groot liefhebber van spelletjes. Overal in zijn huis, een intieme villa in een lommerrijk deel van de Hollywood Hills, staan Macintosh-computers met stapels videospelletjes ernaast.

De nieuwe technologie brengt je ertoe verschillende capaciteiten in jezelf aan te spreken die je anders niet zou benutten, licht hij toe. Je leert sneller en reageert directer, doordat je brein op een onbewust niveau wordt geprikkeld en geactiveerd.

In dat onbewuste schuilt ook een gevaar, zeg ik, mensen kunnen gemanipuleerd worden zonder dat ze het zich bewust zijn. Maar zoveel scepsis gaat Zappa te ver. Ieder is voor zichzelf verantwoordelijk, vindt hij. De technologische media maken de wereld magisch, en hoe meer mensen in die magie geloven, hoe interessanter het leven wordt.

Ik bedenk dat ik ook voor een magische wereld ben, maar niet als ik er kritiekloos in moet geloven.

Porno is hip en alternatief

Zappa's vriendin, Claire Stansfield, komt thuis met een paar vrienden: mooie, relaxte jongens van een jaar of vijfentwintig, met hippe horloges en geavanceerde mobiele telefoons. Ze bespreken de plotselinge val van de technologiefondsen en de paar duizend dollar winst die Zappa eruit heeft gesleept. Geld windt hen op, merk ik, vooral het idee dat je, als je in deze tijd slim en creatief bent, véél geld kunt verdienen. Schaterend reageren ze op mijn uit de Los Angeles Times geplukte verhaal over de 48-jarige popster Joeye Ramone en zijn adoratie van Maria Bartisomo, een tv-presentatrice die de aandelenkoersen becommentarieert. Ramone staat iedere morgen om zes uur op om haar op tv te zien en heeft zelfs een song voor haar geschreven. 'Maria Bartisomo', zingt hij, 'what's happening with my stocks? I wanna know, I watch her every day and night, Maria Bartisomo.'

Vooralsnog zijn ze in Villa Zappa nog in het stadium van plannen maken om kapitaal in de wacht te slepen. Een van de mooie jongens houdt daarbij zijn blik op de filmindustrie gericht. Hij wil, zoals zovelen in deze stad, acteur worden, maar de slaapkoppen hebben hem nog niet ontdekt. Tot zo lang voorziet hij in zijn onderhoud met optredens in pornofilms voor internet.

Hij zegt het zonder enige gêne, en uit de bijval van de anderen maak ik op dat de porno-industrie op internet voor hen als hip en alternatief geldt. Stansfield prijst zelfs de porno-industrie, omdat deze voor alle andere heeft ontdekt dat drukbezochte sites een geweldige markt bieden voor de verkoop van artikelen. Seksartikelen in dit geval, maar het zouden ook best andere producten kunnen zijn. Een grote maatschappij als Pepsi heeft dit principe inmiddels goed begrepen, zegt ze. Die brengt haar reclameboodschappen onder bij sites die bij een bepaald alternatief publiek populair zijn en krijgt daarmee een vooruitstrevend imago. Daar betaalt het bedrijf natuurlijk fors voor. Vandaar dat tal van jonge filmers en kunstenaars in Los Angeles nu hun creativiteit op de schepping van zo'n site richten.

We kijken op de nieuwste, supersnelle Macintosh naar de Jesus and Monkey Shows, filmpjes die Stansfield zelf heeft gefabriceerd en die op haar website de gouden bergen moeten binnenbrengen. Ze maakt ze, zoals past bij de nieuwe professionele filmer, gewoon thuis, met een digitale camera, de computer en een groepje vrienden als acteurs. Het zijn goed gemaakte, originele en geestige filmpjes waarin de pret van het maken doorklinkt. Slap van het lachen zien we hoe Jezus tijdens zijn stichtelijke praatjes voortdurend wordt onderbroken door een jennerige Monkey, ofwel Ahmet Zappa in apenpak. Jezus houdt van iedereen en Monkey maar van één ding: cocaïne.

Service, entertainment en aandelen

Ik betrap me op een jaren-zeventig-gevoel. Net als toen lijken er nu geen grenzen aan de mogelijkheden te zijn, kan de wereld magisch worden en komt het ideaal van de spelende mens als realiseerbaar over. Maar nu zonder Marx, want dit zijn de kinderen van de alternatieven. Hun maatschappelijke betrokkenheid, voor zover je daarvan al kunt spreken, heeft geen ideologisch kader meer.

Dat kader is opgeslokt door een kapitalisme dat de consument inpakt met service, entertainment en aandelen, en dat tegenwoordig zelfs zonder veel protest van de culturele elite het ideële en commerciële in elkaar weet te schuiven.

Wie had in de jaren zeventig kunnen denken dat een hoog-cultureel instituut als het Guggenheim Museum ooit een dependance zou laten bouwen aan een casino in Las Vegas? Door een architect die toentertijd in Nederland de alternatieve mentaliteit vertegenwoordigde door seksfilmpjes te maken: Rem Koolhaas?

Alternatief zijn is tegenwoordig trouwens een helse klus, nu mode en reclame juist op de marge gefocust zijn. Bovendien, iedereen kan op internet die mensen en voorkeuren vinden die bij hem passen. Dat geeft een idee van mondigheid. Dat weten kleine kinderen al. Die wenden zich massaal van de tv af, omdat internet hun veel meer te bieden heeft. Ouders die hen daar om welke reden dan ook van willen afhouden, schaden hun ontwikkeling. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat spelprogramma's, vooral als ze interactief zijn, een gunstige uitwerking hebben op het leervermogen, de reflexen en het geheugen, zelfs van bejaarden.

De psychologische effecten van de machinale uitbreiding van onszelf zijn buiten de film nauwelijks nog in kaart gebracht.

Zelf merk ik iets van die effecten als ik even later in Zappa's kleine muziekstudio-aan-huis zit en geweldige ritmes en roffels weet te ontlokken aan een elektronisch drumstel vol technische snufjes.

Mijn ego zwelt: nooit eerder heb ik een drumstick vastgehouden, maar nu drum ik bijna de kalk van de muren. Niemand buiten mij die het hoort, want alles speelt zich in mijn koptelefoon af. Met een dunne draad aan de tovenaarsmachine gekoppeld zweef ik als een kosmonaut door een schitterend universum van geluid. Alleen. Ik zie hoe Zappa kijkt naar mij, de geluidloze drummachine, en ik voel hetzelfde bijna extatische isolement van mijn eerste joint.

Alles wordt theater

Kort na deze overrompelende ervaring lees ik in de New York Times iets wat Nederlanders moet verbijsteren:in New York worden gordijnen en andere raambedekkingen afgeschaft! 'Op die manier', schrijft de krant, 'worden onze ramen opwindende televisieprogramma's. Wij hebben niets meer voor elkaar te verbergen.'

Dat laatste is waar, en dat geeft meteen het verschil aan met de open-gordijncultuur van de Nederlanders. Die komt voort uit sociale controle: door te laten zien hoe netjes we erbij zitten, willen we de indruk wekken een onberispelijk leven te leiden. Het is in de grond een cultuur van het verbergen. Maar bij de nieuwste rage in New York wil iedereen juist het meest verborgene van zichzelf tonen: hoe hij eet, baadt, vrijt, ruziemaakt.

De rage komt niet uit de lucht vallen. Hij past in de Big Brother-sfeer die al lang op internet bestond voordat een Nederlands tv-programma er de gemoederen internationaal mee in beroering bracht. Je kon toen al op diverse sites mensen 24 uur per dag volgen in hun dagelijkse doen en laten. Je kon ook zien dat het besef dat ze bekeken werden twee effecten op ze had: het verhevigde hun isolement én het maakte hun leven intenser. Nu hoef je in New York dus maar over straat te lopen en je ziet mensen in hun huizen zichzelf acteren, in splendid isolation.

Wijlen Christopher Lasch, ooit aanbeden en verguisd als 'de historicus van de linkse intelligentsia', schreef het in 1979 al in zijn beroemde boek De cultuur van het narcisme: 'Ook bij gewone mannen en vrouwen is een spiraal van zelfbewustheid ontstaan - men ervaart zijn ik alsof het optreedt voor de kritische blikken van vrienden en onbekenden.' Lasch wees erop dat deze vorm van over-bewustheid voortkomt uit onzekerheid over de vraag of iets werkelijkheid is of niet en dat die fundamentele twijfel een theatrale benadering van het leven aanmoedigt. De werkelijkheid, schreef hij, doet zich voor als een ondoordringbaar netwerk van menselijke relaties, een rollenspel waarin wij ons alleen kunnen handhaven door van onszelf ook een theaterstuk te maken. Alles wordt theater, luidde zijn voorspelling, en wij allemaal, acteurs én toeschouwers, zullen het gevoel hebben te leven te midden van spiegels, in een schijncultuur. Het zal ons emotioneel blokkeren en bang maken voor intimiteit, ouderdom en dood.

Het kind in de mens

Ik weet niet of Lasch de City Walk nog heeft gezien, het shoppingcentre van het reusachtige filmstudiocomplex van Universal Pictures. Hij zou daarin zijn gelijk bevestigd hebben gezien, want de Walk, een van de zeldzame voetgangerszones in Los Angeles, is de schijncultuur ten top. Hier staan winkels, restaurants, bars, theaters en nachtclubs die onderling zeer verschillend van bouw zijn, maar één ding gemeen hebben: ze zien eruit als decorstukken. De onregelmatig verspringende, kleurige puien, de trapsgewijze terrassen, de reuzenbillboards in de vorm van gitaren, beren en honkballers en het allervriendelijkste personeel laten er geen twijfel over bestaan wat er van ons verwacht wordt: meespelen. This is paradise!

Hier past geen onvertogen woord, geen stinkende dakloze, geen wankelende dronkelap. Hier komt het kind in de mens aan bod, en het spendeert zijn geld aan ijsjes, speelgoed, T-shirts en petjes.

Ik stap, aangelokt door een pui waaraan twee op ware grootte nagemaakte auto's hangen, een donkere hal binnen en kies een race-auto uit de autocabines waarin je virtuele dodenritten kunt maken. Handen aan het stuur, voet op het pedaal, ogen op het scherm en wég ben ik: 'Racing so real you can feel it!'

De architect van City Walk, Jon Jerde, is het met cultuurpessimisten als Lasch faliekant oneens. Jerde heeft miljoenen bezoekers trekkende shoppingcentra in San Diego, Las Vegas en Fukuoka op zijn naam staan waarvoor hij de term Urban Entertain'ent Centers heeft bedacht. Hij is ook mede-ontwerper van de Beurstraverse in Rotterdam, in de volksmond ook wel aangeduid als 'de Koopgoot'. Voor Jerde is 'het leven als theater' een artistiek principe. Het biedt de mensheid een geweldige kans. Wij zullen er gevoeliger, bewuster en socialer door worden.

Shopping-belevenis

Ik spreek Jerde, een zestigjarige man met een gegroefd gezicht en een intense uitstraling, in zijn kantoor in Venice/Los Angeles. Niet meer dan een smalle boulevard met hippie-achtige winkeltjes scheidt het gebouw van een breed, wit strand, waarachter de Grote Oceaan fonkelt. Maar de architect lijkt geen band te hebben met de omgeving, want de ramen van zijn met comfortabele banken ingerichte kamer zijn geblindeerd.

'Wij ontwerpen experiences, bijzondere belevenissen, of beter: theatrale omgevingen waarin die experiences plaats kunnen vinden', zegt Jerde. 'Wij willen dat de mensen in onze ”theaters” het gevoel hebben dat hun iets

bijzonders overkomt. Ze moeten de ervaring hebben die kunstenaars kennen: de sensatie dat hun gevoeligheid en perceptie zijn verhevigd.'

Ik vraag hem waarom hij daarbij een sfeer van entertainment creëert. Architectuur alleen kan dat toch ook opwekken?

Jerde: 'Ik ben er nooit op uit geweest om 's werelds eerste entertainment shoppingcentre te maken. Entertainment op zich interesseert mij niet. Maar City Walk hoort bij een entertainmentbedrijf, dus vonden wij het logisch dat hun winkelstraat die karakteristiek zou hebben. Het succes ervan was zo groot, dat men van retail entertainment ging spreken. Het werd het nieuwe modewoord en nu komen zelfs projectontwikkelaars uit Singapore, Hamburg en Utrecht naar me toe.'

De communale ervaring

Ze komen, zeg ik, omdat mensen in uw entertainment-centra doen wat ze verondersteld worden te doen: shoppen. Wat voor waarde hecht u aan die 'shopping-belevenis'?

'Dat ze winkelen is wat mij betreft van ondergeschikt belang', zegt Jerde. 'Waar het mij om gaat is dat ze in een omgeving terechtkomen die als een soort perceptuele machine op hen inwerkt. En dat ze in gezelschap zijn van andere mensen. De communale ervaring is belangrijk. Die ontbreekt in de moderne stad, vooral in Amerika. Daar jakkert iedereen elkaar in auto's voorbij. Shopping biedt een kans om daar iets aan te doen, omdat shopping een verslaving is waar velen aan lijden. Dat maakt het een perfect middel om mensen bij elkaar te brengen. En waar mensen samen zijn, kunnen bijzondere dingen gebeuren.'

Jerde's uitspraak over de communale ervaring echoot nog in mij na als ik over een van de vijfbaans freeways van Los Angeles terugrijd naar Hollywood Hills. Omdat ik in deze stad al tientallen malen ben verdwaald, weet ik dat zich achter elke afslag uitgestrekte woongebieden bevinden met zeer verschillende populaties en culturen, die maar één ding gemeenschappelijk hebben: ze missen een kern. Ik rijd er langs kleine winkels met schreeuwerige uithangborden die als goedkope hoeren mijn aandacht proberen te trekken, doorkruis lange straten vol losstaande, lage huizen met smalle tuinen, en ik luister naar het suizen in mijn hoofd van wat waarschijnlijk een tekst uit een popsong is: 'Where to walk and where to ride in our shiny new clothes and our bouncing new cars?'

De stad is overal om mij heen, maar waar is hij?

Wonen aan de golfbaan

De Sherwood Country Club is een gated community. Gated communities zijn streng bewaakte, ommuurde woonparken die volgens een masterplan zijn ontworpen. Los Angeles telt er tientallen en hoewel de prijsklassen verschillen, is het doel bij allemaal gelijk: een buffer vormen tegen de gevaarlijke, chaotische stad. Wie een huis koopt in zo'n exclusieve community, verwerft zich dan ook tegelijk een plaats in een communaal stelsel met een deels democratisch gekozen bestuur (de projectontwikkelaar blijft medezeggenschap houden). Dit bestuur streeft ernaar om voor de gemeenschap een eigen jurisdictie en belastingsysteem in de wacht te slepen, los dus van de gemeente Los Angeles. Zo hoeft niet meebetaald te worden aan de problemen van anderen.

De Sherwood Country Club ligt in de vallei van de Santa Monica Mountains, niet ver van de stranden van het rijke Malibu. Wanneer de fotograaf en ik onze bezoekerspas aan de geuniformeerde bewakingsdienst hebben getoond en onze gehuurde nieuwe Chevrolet door het hoge hek naar binnen rijden, zien we al snel wat hier het gemeenschapsgevoel substantie geeft: een schitterende, achttien holes tellende golf course. De course, rijk geaccidenteerd, bomen, riviertjes, vormt het hart van het woonpark. Er omheen liggen landhuizen in neokoloniale stijl op ordelijke percelen van wisselende grootte, sommige met een fenomenaal uitzicht over de vallei en het aangrenzende meer, Lake Sherwood.

We rijden onder een brandende zon over onberispelijke, met geschoren gras en onkruidvrije bloemperken afgebiesde paden en zien niemand bewegen, behalve dan de overal rondscharrelende Mexicaanse tuinlieden. Alleen op de course is het druk. Witte elektrische karretjes met blanke mannen in golfkleren spoeden zich voort over het heuvelachtige terrein. Wanneer we stilhouden bij een palazzo in aanbouw, komt uit het aangrenzende, sprookjesachtige landhuis een blonde vrouw naar buiten, gekleed in T-shirt en spijkerbroek. Ze knikt als ik groet en blijkt tot onze verrassing bereid tot een praatje.

Mary Tessoro, aardig gezicht, geen facelift, is de vrouw van een effectenmakelaar en net als de meeste mensen die hier wonen een babyboomer. Ze woont hier met man en kinderen al een paar jaar en het bevalt haar best. Je moet een plan voor je huis en tuin voorleggen als je hier komt wonen, zegt ze, en de boel goed onderhouden, maar verder ben je vrij. Ze gaat regelmatig naar het clubhuis, waar de bewoners 'in een ontspannen sfeer' cocktails kunnen drinken of dineren. Ze vindt het prettig dat op de course, de tennisbanen en bij de fitness een scheiding wordt aan-gehouden tussen mannen en vrouwen. Die regel is ingesteld, omdat huwelijken in dit soort kunstmatige omgevingen vaak nogal broos blijken te zijn. En echtscheidingen, heeft het bestuur geconstateerd, zijn slecht voor de community.

Haar kinderen beginnen nu surfplanken in een aanhangwagen voor paarden te laden. Ze groeien hier wel heel erg beschermd op, zeg ik. Bent u niet bang dat ze een vertekend beeld van de wereld krijgen? 'Ja', antwoordt ze en opeens kijkt ze zorgelijk, 'we proberen dan ook om ze niet te veel zakgeld te geven.'

De nieuwste code

Het decor staat er, de woonplek is veilig gemaakt, controle ingesteld, de voorwaarden voor grote gemeenschappelijke belevenissen zijn vervuld, alles is klaar voor Happiness, het Grote Geluk. Maar waar is het echte leven? Bestaat er eigenlijk wel zoiets, of noemen wij iets 'echt' of 'waar' als we er een, al dan niet transcendente, betekenis aan kunnen geven? Hier in Los Angeles, de stad zonder kern, dringt zich meer dan elders de gedachte op dat de werkelijkheid een leegte is die met betekenis kan worden gevuld, telkens weer opnieuw en overeenkomstig onze smaak en behoeften. Precies zoals door de ontdekkingen in de medische wetenschap en de biotechnologie het vermoeden in ons begint post te vatten dat ons 'ware zelf' niet meer is dan een tijdelijke constellatie, onderhevig aan biologische, chemische en sociale processen, iets dus waar je maar beter niet te sterk aan kunt hechten. Vandaar misschien dat het verschil tussen persoonlijke identiteit en imago nu zo weinig gewicht heeft. Een imago stelt ons in staat onszelf een duidelijke vorm te geven, een vorm die naar buiten toe functioneert als een code. De modernste belevenis is het gevoel de nieuwste code te zijn.

E-mailen in de tredmolen

Voor de glazen toegangsdeur van het enorme fitnesscentrum staan een stuk of vijf Mexicanen in een rood uniform. Samen vormen ze de valet parking. Tegen betaling parkeren en bewaken ze je auto. Binnen horen we dat auto's hier een grondige wasbeurt kunnen krijgen, zoals ook wij onder handen genomen kunnen worden door kappers, manicures, schoonheidsspecialistes, masseurs, restauranthouders, voedingsspecialisten, fitnesstrainers en yoga- en vechtsport-leraren. Onderwijl kunnen onze kleren worden gestoomd en de kinderen mogen spelen in het met computers uitgeruste kinderverblijf of in het zwembad met zonnedek. Dit alles moet garanderen dat een bezoek aan de grootste en meest luxueuze sportclub van Los Angeles, The Sports Club/LA, iedere keer weer een belevenis is.

We worden rondgeleid door Daniel, de general manager, een beschaafd gespierde dertiger in een designerspak. Lachend zegt hij dat er niets aan ons lichaam is wat hier niet geperfectioneerd kan worden. Hij weet dat zo'n uitspraak iedere bezoeker injecteert met hoop: dus toch een lijf als een filmster! Hij weet ook dat dat hard werken is.

Overal in het enorme, drie verdiepingen tellende gebouw zien we zwetende mensen: aan de nieuwste rek- en strektoestellen, op hightech fietsen voor spiegelwanden, in het zaaltje van de gewichtheffers en de naar de legendarische Magic Johnson vernoemde basketbalzaal (het spel kan op een monitor in de bar gevolgd worden), in persoonlijke workout-ruimtes en op de tredmills, computergestuurde loopmachines die in rijen rondom het vierkante atrium staan.

De tredmills blijken heel populair te zijn, ongetwijfeld omdat ze op een plaats staan die een uitstekend overzicht biedt, maar ook omdat je tijdens het stalen van de spieren met een koptelefoon op Spaans kunt leren of de krant kunt lezen. Binnenkort is het zelfs mogelijk om tijdens de training te e-mailen en te internetten, vertelt de manager, want de club hecht eraan zijn leden te bedienen met de nieuwste machines. Daar wordt jaarlijks een half miljoen dollar voor uitgetrokken.

Slagveld Aarde

's Avonds heb ik een afspraak in de Mondrian, een door Philippe Starck ingericht designhotel op Sunset Boulevard. Hier, in een omgeving die tot in de finesses eigentijds decadent is vormgegeven, komen de werelden samen van de jonge superrijken, de toonaangevende media- en reclamemensen, de beeldschone starlets en de doorgewinterde filmbonzen. Ze troeven elkaar af met hun designerskleding en -attributen in de ruime, met kleurige abstracte sculpturen aangeklede lounge, ze lachen luidruchtig terwijl ze dicht tegen elkaar aangeschoven zitten aan de lange, hoge tafels in de bar en het restaurant en ze bestuderen elkaar kritisch vanuit de met dikke kussens aangeklede zitjes op het terras rondom het zwembad. Samen vormen ze, onder het diffuse licht dat zelfs in de liften en de hotelgangen hangt, een op elkaar in-

gespeeld gezelschap dat per ruimteschip een pleziertocht maakt naar Venus. Battlefield earth, zoals de planeet aarde in een nieuwe sciencefiction film met John Travolta wordt genoemd, is voor de losers.

Samen met een vriend uit Nederland die hier is om een documentaire te maken, kijk ik op het ruime, met kaarsen verlichte terras naar de gestroomlijnde en plastisch-chirurgisch gecorrigeerde jonge mannen en vrouwen. Sommigen hebben een plekje gevonden op de vier bij vier meter grote matras die schijnbaar achteloos onder een palmboom bij het zwembad ligt, en benutten de gelegenheid om hun vormen op hun voordeligst uit te laten komen. The Sports Club/LA levert goed werk af, merk ik op, maar mijn vriend is niet tevreden. 'Ik word impotent van al die mooie lijven', klaagt hij, 'ze hebben geen drama.'

Maar wie wil hier drama? Echt drama? Echt drama is ouderdom. En de dood.

Doodsprogramma

Een bericht in de L.A.Times over pet-cloning, het klonen van je lievelingsdier. In 1998 schonk een anoniem paar in Texas 42,5 miljoen dollar aan de Universiteit van Texas. Het geld was bestemd om een kloon te maken van hun lievelingshond, zodat deze na zijn sterven voort zou leven. De onderzoekers worden nu overstroomd met verzoeken van wanhopige mensen om hun gestorven geliefden via klonen weer tot leven te brengen.

Ouderdom en dood behoren tot het onderzoeksgebied van dr. Larry L. Butcher, hoog-leraar in de neurologie en gerontologie aan de Universiteit van Californië (ucla). Butcher, een alerte, goedlachse vijftiger, houdt zich al tien jaar bezig met de vraag waarom cellen sterven. Hij spitst zijn onderzoek toe op de ziekte van Alzheimer.

In een met boeken, papieren en een computer volgestouwd kantoortje van het onmetelijke universiteitscomplex legt hij mij vriendelijk uit dat twee factoren verantwoordelijk kunnen zijn voor de dood van cellen, en dus van ons. De eerste is een traumatische gebeurtenis van buiten, daar valt voor de wetenschap niet veel aan te doen. De tweede is een doodsprogramma in de cel zelf, apoptose genoemd, ofwel celdood. Apoptose zou wel eens het proces kunnen zijn dat ook onze veroudering veroorzaakt.

De professor en zijn onderzoeksteam hebben nu in ons neurale systeem een receptor geïdentificeerd, P75, die reageert op bepaalde in ons lichaam voorkomende chemische stoffen, namelijk die stoffen die ervoor zorgen dat een cel een bepaalde functie vervult, en blijft leven. Wanneer er tussen P75 en deze substanties geen interactie plaatsvindt, gaat een doodsprogramma van start, wat in de hersenen bijvoorbeeld kan leiden tot de ziekte van Alzheimer. Dat proces wordt nu bestudeerd met het doel het uiteindelijk te kunnen manipuleren.

Ik vraag hoe groot de kans is dat de formule voor het eeuwige leven ontdekt zal worden. 'Heel groot', zegt Butcher. 'Ik verwacht zelfs dat dit over niet al te lange tijd zal gebeuren. Vreemd genoeg wordt over de sociale en morele gevolgen daarvan nog amper nagedacht. En dat terwijl zich op dit moment al enorme demografische veranderingen voordoen. Wist u dat aan het begin van de 19de eeuw 4 procent van de bevolking ouder was dan 65, en in 1994 13 procent en in 2050 naar verwachting 22 procent? Nu al zijn er meer 85-jarigen dan ooit en 100-jarigen zijn zelfs de snelst groeiende bevolkingsgroep! We gaan van een jongerencultuur naar een door ouderen gedomineerde cultuur.

Dat roept morele vragen op die vooralsnog onoplosbaar lijken. Ze betreffen de kwaliteit van het leven. Je kunt technisch gezien wel heel oud worden, maar in welke conditie? Wanneer je als bij Alzheimer, een ziekte die ieder van ons vroeg of laat onherroepelijk treft, je geheugen verliest, verlies je je identiteit, je menselijkheid. Je wordt als een vlieg: iedere ervaring is onmiddellijk, en alleen maar dat. Moet de maatschappij of je familie je dan toch in leven laten? Euthanasie wordt dan ook het grootste morele dilemma van de komende tijd. Maar daar zijn jullie in Nederland toch al heel ver mee?'

Moderne Middeleeuwen

In de dagen na ons gesprek blijft vooral Butchers antwoord op mijn laatste vraag in mijn hoofd rondzingen. Als u aan de toekomstige wereld denkt, vroeg ik, wat ziet u dan voor u? 'Een nieuw soort Middeleeuwen', zei hij, vergenoegd in zijn handen wrijvend, 'met dikke muren om de huizen heen. Daarbinnen hebben wij dankzij de technologie alles wat we nodig hebben, terwijl onze bestellingen door helikopters worden bezorgd. Er zijn nu al mensen die zo leven.'

Eerder had regisseur Kleiser zich in exact gelijke bewoordingen uitgelaten, en ook Zappa en Jerde schetsten een leven als in een capsule, de één in particuliere, de andere in gemeenschappelijke zin. Voor Zappa is die capsule in zekere zin al in aanbouw in zijn ommuurde huis. Eigenlijk zou hij daarbinnen, in symbiose met de technologie, een autonoom leven willen leiden, los van maatschappelijke druk. Jerde, verschanst in zijn geblindeerde kantoor, voorziet dat de wereld grofbespikkeld zal worden met sterk geconcentreerde gemeenschappelijke ruimtes, zoals zijn Urban Entertainment Centers of themaparken als Disneyland. Die gemeenschappelijke capsules zullen elkaar op leven en dood beconcurreren om hun 'gasten', zoals Walt Disney zijn klanten noemde, de meest optimale en hoogst denkbare 'belevenis' aan te bieden.

Zo bezien vormt het Urban Entertainment Center d perfecte aanvulling op de gated community, de moderne versie van de Middeleeuwse veste. In de uec's kan de communaal zijn eet-, drink-, sport-, slenter-, speel- en shoppingbelevenis halen zonder zijn droom van een veilige, gelukkige wereld te verstoren. Nu ja, even dan, in de file op de freeway, dat ellendige niemandsland tussen de ene bijzondere 'belevenis' en de andere.

Leven in een capsule

De capsule als model voor de inrichting van de wereld is in 1969 al beschreven door Kisho Kurokawa, een Japanse architect*. 'De capsule is cyborg-architectuur', schreef hij, 'mens, machine en ruimte vormen een nieuwe eenheid die alle confrontatie overstijgt.' En geheel in overeenstemming met de geest van de tijd voegde hij daar een utopisch visioen aan toe: 'De toekomstige maatschappij zou moeten bestaan uit onderling onafhankelijke ruimtes, bepaald door de vrije wil van individuen. Elke ruimte zou een onafhankelijk onderkomen moeten zijn waarin de bewoner zijn individualiteit ten volle kan ontplooien. Zo'n ruimte is de capsule.'

Het klinkt anders dan Butchers 'moderne Middeleeuwen'. En over 'de vrije wil van het individu' wordt nu in andere termen gesproken: wij zullen, of we willen of niet, vooral acteur zijn in de toekomstige maatschappij. Overal om ons heen zullen capsules ronddraaien waarin de setting voor ons theaterstuk is klaargezet.

'Op den duur zal het regisseren van belevenissen net zo'n onderdeel van het zakendoen worden als momenteel product- en procesontwikkeling dat zijn', schrijven B. Joseph Pine en James H. Gilmore in The Experience Economy. 'De aanwijzingen hiervoor zijn overal om ons heen te vinden. In restaurants, winkels, leslokalen en parkeergarages, overal zijn toonaangevende bedrijven bezig alvast het podium in te richten voor wat ons te wachten staat.'

De twee organisatiedeskundigen zijn ervan overtuigd dat bedrijven de klant zullen transformeren. Als zij er, als theatermakers, in slagen de klant-als-acteur een belevenis op maat te bieden, zal de klant nog net niet transformeren in de volmaakte mens. Die ultieme transformatie is, schrijven ze, aan God voorbehouden. Maar beter en slimmer wordt hij er wel van. Of om met Angelyne te spreken: 'Hij verwerkelijkt zichzelf.'

En zo wordt 'Slagveld Aarde' dankzij de commercie het aardse paradijs.

Ik besluit naar Disneyland te gaan, the happiest place on earth. M

*zie het artikel van Lieven De Cauter in Archis 2/2000

Met dank aan Lyn Kienholz en The California/International Arts Foundation.

Anna Tilroe is kunstcriticus van NRC Handelsblad. Haar laatste essaybundel, 'De huid van de kameleon', verscheen in 1996 bij Querido.

Monica Nouwens is freelance fotograaf in Los Angeles. Ze studeerde fotografie aan de Hogeschool voor Beeldende Kunsten en Architectuur in Rotterdam.

[streamliners]

In L.A. is het verschil tussen feit en fictie gesneuveld in filmbeelden die als bigger than reality over de wereld gaan.

Een van de mooie jongens voorziet in zijn onderhoud met optredens in pornofilms voor internet.

Net als in de jaren zeventig kan de wereld magisch worden. Maar nu zonder Marx.

Shopping is een verslaving, een perfect middel om mensen bij elkaar te brengen.

Lachend zegt hij dat er niets aan ons lichaam is wat hier niet geperfectioneerd kan worden.

Wij zullen, of we willen of niet, vooral acteur zijn in de toekomstige maatschappij.