Koningen van Meppe

Als er problemen zijn in Mepe, dan moet de koning die oplossen. En problemen zijn er in het Ghanese plaatsje: armoede, werkloosheid, vervuiling. `Ik kan Mepe niet verlaten omdat ik hier de leiding heb.'

Hoe voelde Kwami Sai de Derde zich toen hij werd uitgeroepen tot koning van de Sevie-clan? ,,Verdrietig'', zegt hij. ,,Maar je hebt geen keuze.'' De Raad van Ouderen had beslist dat hij het meest gekwalificeerd was om deze rol op zich te nemen. Kwami Sai de Derde is initiatiefrijk, humaan, tolerant, coöperatief, sympathiek, betrouwbaar, geduldig en vooraanstaand. Bovendien ondersteunden de goden en de geesten van de voorvaderen deze keuze. Als koning moet Kwami Sai zich aan allerlei regels houden. Hij mag bijvoorbeeld geen overspel meer plegen.

Kwami Sai is koning van de Sevieclan. In het plaatsje Mepe en 38 omliggende dorpen aan de Voltarivier in Zuidoost-Ghana wonen de Sevie en vier andere clans vreedzaam naast elkaar: de Dzagbaku, de Adzigo, de Akorvie en de Gbanvie. Als er problemen zijn in een clan, dan is de koning de aangewezen persoon om ze op te lossen. Hij regeert het volk en is hun geestelijk leider. Hierbij krijgt hij hulp van zijn subchiefs of onderkoningen en de Raad van Ouderen. Functioneert een koning niet naar tevredenheid of vertoont hij tiranniek gedrag, dan kan hij worden afgezet.

Een stamhoofd die een `goede' dood sterft en een succesvol leven leidt, is een potentiële voorvader. Dat betekent dat hij niet mag overlijden door bijvoorbeeld een ziekte zoals lepra, een slangenbeet, een aanval van een wild beest, verdrinking, bliksem of vallende bomen. Zelfmoord is schandelijk en besmet.

Om de kans op een vroegtijdige dood te verkleinen moet een koning een aantal gedragsregels in acht nemen: hij mag dus geen overspel plegen, niet zwemmen in de rivier, niet zonder begeleiding over straat, als hij valt moet hij een schaap kopen en slachten om de kwade geesten die zijn val hebben veroorzaakt te temperen, geen mensen bedriegen en niet op blote voeten lopen.

De koning, zijn Raad van Ouderen en zijn onderkoningen zijn niet de enige belangrijke personen binnen de clan. Er is ook nog een queenmother, of koningin. Zij is de `spirituele' moeder van de koning en behandelt alle zaken die betrekking hebben op vrouwen. De koningin wordt net als de koning aangewezen door de Raad van Ouderen. Boven de koningen, onderkoningen en koninginnen van de verschillende clans staat de paramountchief, de opperkoning. Hij heeft de definitieve macht en is het administratieve hoofd van een bepaald gebied.

De Dzagbaku, de Adzigo, de Sevie en de Gbanvie geloven dat hun voorouders rond 1650 moesten vluchten voor een wrede koning uit het Groot Ewerijk van Nortsi (in het huidige Togo en Benin). Onderweg vochten ze verschillende oorlogen uit, waarna ze uiteindelijk aankwamen in Mepe. De Dzagbaku beweren dat ze de eersten waren die zich daar hebben gevestigd. De Akorvie claimen dat ze tot het Ashantivolk behoren. Zij kwamen, ook op de vlucht geslagen voor een oorlog, ruim tweehonderd jaar geleden naar dit gebied.

Mepe is de laatste 35 jaar veranderd van een welvarend vissersplaatsje in een stadje waar nauwelijks werk is. Door de bouw van een kolossale stuwdam is de vloedstroom verdwenen, de bodem van het stilstaande water vervuild en de rivier overwoekerd door onkruid. De visvangst is minimaal, daarom zijn veel mensen weggetrokken. Nu staan in Mepe de meeste huizen er vervallen bij, terwijl savannegras de omgeving overwoekert.

Koningin Awo Etseku de Derde, de koningin van de Adzigo-clan, is de spirituele moeder van koning Korbla Dzraku.

,,Twaalf jaar geleden werd ik koningin. Sindsdien ben ik populairder geworden. We hebben een regionale associatie van koninginnen van wie ik het hoofd ben. Ik geef hier en daar advies en om Mepe te vertegenwoordigen reis ik vaak naar andere gebieden. Ik vind dat heel leuk, maar er zijn ook koninginnen jaloers op mijn positie en dat is pijnlijk. Ze hebben geen onderwijs gehad en ik wel. Ik kan mij zelfs uitdrukken in het Engels.

,,Hier in Mepe dring ik er bij inwoners op aan dat ze hun kinderen en vooral ook de meisjes naar school te sturen. Vroeger zeiden ze dat vrouwen alleen in de keuken thuishoorden, maar tijden veranderen. Tegenwoordig kan een man niet meer tegen zijn vrouw zeggen wat ze moet doen. Hij kan zelf toch ook leren koken? Langzamerhand beginnen mannen eraan, maar vaak hebben ze het te druk met andere dingen.

,,Mannen en vrouwen komen naar mij voor raad als ze willen scheiden. Ik zoek dan naar de oorzaak. Soms is het dronkenschap of heeft een man verscheidene vrouwen. Ik probeer het huwelijk in eerste instantie altijd te redden maar dat lukt niet altijd.

,,Met de jeugd hebben we behoorlijk wat problemen. Veel ouders zijn elders gaan werken. Ze sturen hun kinderen hier wel naar school, maar het onderwijs is slecht omdat de onderwijzers ook ergens anders werk hebben. Dikwijls geven ze hier alleen 's ochtends van negen tot tien uur les. En kinderen zonder ouders kun je niet alleen laten. Sommige van onze tieners zijn zwanger waardoor ze sowieso onderwijs moeten missen. Maar er zijn ook kinderen die door de armoede helemaal niet naar school kunnen, omdat ze het schoolgeld, de boeken of het uniform niet kunnen betalen.''

Anderhalve kilometer buiten Mepe houdt Mange Gah consult in zijn slaapkamer. Hij is de traditionele priester van de Adzigo-clan. Hij raadpleegt de goden en de geesten van de voorvaderen als er een nieuw stamhoofd moet worden aangewezen. Ook helpt hij de inwoners van Mepe te genezen.

Er liggen kruiden in zijn kamer en attributen waarmee hij met de geesten en de voorvaderen communiceert: alcoholische dranken om ze gunstig te stemmen, een touw met een blokje en cowries, witte porseleinen schelpjes die hij voor zich uit op de vloer gooit en waaruit hij hun boodschap afleest.

,,In mijn bed, achter het muskietengaas, ligt een bijbel. Die lees ik regelmatig, want er staat veel in over het gebruik van kruiden. De christelijke kerk zie ik dan ook niet als vijand, maar als iets dat er gewoon is. Er komen ook christenen bij mij op consult. Zelfs priesters, al komen die vaak als het donker is.''

Koning Kwami Sai de Derde van de Sevie-clan is leraar op de lagere school en sinds vijf jaar chief.

,,Als je deze functie toebedeeld krijgt, voel je je ook verdrietig. Maar je hebt geen keuze. Als de Raad van Ouderen tot de conclusie komt dat jij het meest gekwalificeerd bent en de orakels van goden bevestigen dat, dan is er geen manier om onder het koningschap uit te komen. Ook al heb je het gevoel dat je het niet kan. Je moet!

,,Als je geen koning bent, kun je gaan en staan waar je wilt. Ik vond het fijn om in de Volta-rivier te baden, maar dat kan niet meer. Jaren geleden was dit erg moeilijk voor mij. Ik hield ook van het jungleleven, maar het is onmogelijk om weer alleen op pad te gaan. Steeds krijg ik te horen: `Don't do this, don't do that'.

,,Ik ben een vredestichter. Toen ik nog geen koning was maakte ik een ruzie mee tussen twee mannen van wie de een de ander met een geweer bedreigde. Sommige mensen probeerden het geweer af te pakken, maar dat lukte niet. Ik ging er ook naar toe en vroeg de man mij het geweer te geven. Dat deed hij zomaar.''

In Mepe kwam het onderwijs niet op tijd. En toen het kwam, was mijn familie te arm. Ik heb dus minimaal onderwijs gehad.'' Koning Asidi Maklalo de Derde (rechts), chief van de Dzagbaku-clan, verontschuldigt zich.

,,Nu werk ik aan het welzijn van onze kinderen. We willen goed onderwijs. We bouwen nieuwe scholen en verzamelen meubelen en materialen. Met docenten bespreek ik de onderwerpen die ze op school behandelen. Ik houd mij ook bezig met gezondheidsvraagstukken. Omdat de rivier na de bouw van de Akosombo-dam is vervuild, zoeken we naar een manier om goed drinkwater te krijgen. Ook hebben we plannen voor de aanleg van latrines, want de meeste huizen hebben geen toilet. Het hoeft niet allemaal ineens te gebeuren, maar stap voor stap. We houden inzamelingsacties, want zonder geld kunnen we niets doen.

,,Sinds de dam in de Volta-rivier is gebouwd, zijn hier veel moeilijkheden gekomen. De stad is enorm verarmd. Zelfs de koningen kunnen nauwelijks ondersteund worden door de bevolking.

,,Toen ik nog geen hoofd was en gewoon mijn werk had, stond ik er beter voor dan nu. Maar ik heb veel aan de goden. Ik vereer ze en daarom helpen ze mij wanneer ik in moeilijkheden zit. Stel je bent aan het reizen ver van huis, dan kun je onderweg mensen tegenkomen die je willen aanvallen en misschien zelfs doden. Als je op dat moment de goden oproept, beschermen ze je. Ze voeren je weg van vijanden en brengen je naar een bekende veilige plek.''

Koningin Awusi Sreku de Derde van de Adzigo-clan is de spirituele moeder van de opperkoning. Dit jaar, is haar verteld, zit ze 45 jaar op de troon. Zelf weet ze het niet exact. Ze herinnert zich alleen dat ze drie kinderen had gebaard op het moment dat ze gekroond werd. Ze moet toen een jaar of 25 zijn geweest.

,,De vrouwen in Mepe volgen mijn initiatieven voor de economische ontwikkeling van dit gebied. Voor 1963, voordat de enorme Akosombo-dam werd gebouwd, was de Volta-rivier de belangrijkste bron van bestaan. Alle vrouwen pikten er van 's ochtends zeven uur tot 's middags vier uur oesters. Daarna maakten ze een deel van de schelpdieren klaar voor eigen consumptie en de rest zonden ze naar Accra voor verkoop. Vrouwen verdienden er veel geld mee. Maar na de bouw van de dam vroegen jonge vrouwen toestemming om elders hun brood te verdienen. Zelf kan ik Mepe niet verlaten omdat ik hier de leiding heb. Als ik vertrek zou dat de vernietiging van dit gebied betekenen. In armoede leef ik hier. Ik heb geen werk en ben afhankelijk van giften. Ik ben al blij als iemand mij iets brengt.

,,Tien jaar geleden kwam ik in conflict met de koningen van Mepe. Er was gezegd dat ik tijdens processies gedragen mocht worden in een draagstoel, zoals de meesten van hen. Ik had de stoel laten maken, maar op het moment dat ik erin ging zitten, verboden ze het mij ineens. Ze wilden niet dat ik gelijk zou worden aan hen. Dat was erg pijnlijk en nog steeds zit het mij dwars.''

Koning Kodzo Darku de Tweede van de Akorvie-clan is de oudste van alle koningen. ,,Toen ik 47 jaar geleden gekroond werd, waren er geen wegen naar andere plaatsen. Ik was jong en energiek en wilde Mepe uit zijn isolement halen. Met het opperhoofd besprak ik mijn ideeën en hij gaf mij toestemming om aan de slag te gaan.

,,Ik maakte een plan om paden aan te leggen rondom en in de stad, zodat alles beter bereikbaar zou worden. Ik wilde ook een verbinding met de weg naar Accra. Zestien kilometer weg moesten we aanleggen. We hadden geen moderne gereedschappen, dus gebruikten we paarden en vee. Ik verdeelde de lengte in vijf gelijke stukken en verdeelde die weer over de vijf clans die hier in Mepe wonen. Elke stam werkte aan zijn eigen deel. Heel veel bomen moesten we kappen. Na een paar jaar was de weg klaar en konden we de oogst van het land en de vis uit de rivier naar de markten elders brengen.

,,Toen we klaar waren met de weg, bleken mensen in een verderop gelegen plaatsje jaloers op ons. Iemand die ons in zijn voertuig een bezoek wilde komen brengen, verhinderden ze de doorgang. Het werd een serieuze ruzie. Ik benaderde een van hun koningen om de situatie te bespreken. De chauffeur kreeg toestemming om door te rijden naar Mepe als ik 24 liter gin zou aanbieden. Sterke drank gebruiken we om vrede te stichten, maar ook voor heel veel andere dingen. Het is onze traditionele drank en we zijn er gek op. Het is beter om gin te geven dan geld, want drank delen we. Het gaat rond, terwijl geld maar naar een of twee personen gaat. Die zeggen dan wel dat je later je deel krijgt, maar later komt nooit.

,,Nog steeds zijn er soms misverstanden tussen de inwoners van Mepe en de inwoners van andere plaatsen. Die moet ik dan oplossen. Bij het besturen krijg ik steun van de goden. Ik bid tot ze, want dan beschermen ze mij als er gevaar is. Als een zaak voor mij te moeilijk is, stuur ik het door naar de rechtbank. Maar ik gebruik eerst al mijn capaciteiten om het zelf te behandelen, want een rechtbank kost veel geld.''

Als er oorlog is gaat het opperhoofd nooit naar het front, want als hij gevangen wordt genomen, is Mepe verslagen. Daarom gaat Amufa (midden), sinds 1986 onderkoning van de Akorvie-clan. Hij is de warlord, de krijgsheer, de verdediger van het opperhoofd.

,,Als ik iets moet oplossen, bid ik nog wel tot god, maar niet meer zo vaak als vroeger. De moderne tijd heeft dingen veranderd, maar de goden zijn nog steeds aanwezig om te helpen. Gedurende een oorlog zou ik ze vragen mij te beschermen, maar er is nu al in tijden geen oorlog meer geweest.

,,Wel gebeurt het dat een inwoner buiten Mepe sterft of vermoord wordt. Ik krijg dan als eerste de boodschap en heb de plicht de andere koningen bijeen te roepen. Samen bespreken we wat er is gebeurd en welke acties we zullen ondernemen.

,,Om Mepe te ontwikkelen is goed transport van essentieel belang. De weg naar het oosten is slecht, hij is begroeid en zit vol met hobbels. Auto's kunnen er alleen heel langzaam rijden. In de regentijd is het moeilijk om de bomen langs en op de weg te kappen. Pogingen om trucks te krijgen die het werk kunnen verlichten zijn op niets uitgelopen. Een goede doorgang is belangrijk. Als de weg in goede staat is, kunnen goederen vanuit Accra via Mepe worden getransporteerd. Nu gaat onze ontwikkeling traag, omdat geld en kennis ontbreekt. We hebben wel genoeg bronnen die we zouden kunnen aanboren, maar we weten niet hoe.''

Kwao Anipati de Vierde van de Akorvie-clan is sinds 1986 opperkoning. Twee jaar geleden ging hij als docent aan de Universiteit van Ghana met pensioen. Sindsdien zette hij samen met een vriend een particuliere universiteit op en met twee andere vrienden laat hij een tankstation bouwen.

,,Ik vind het soms moeilijk Mepe te regeren, omdat het hier heel lang kan duren voordat ik resultaat bereik. Toch lukken er dingen. In de dertien jaar dat ik opperhoofd ben, hebben we een middelbare school gekregen, waarvan de leraren sinds vier jaar worden betaald omdat het ministerie van Onderwijs de school heeft geadopteerd. Er is een plattelandsbank opgezet die door zijn efficiëntie tot één van de beste van Ghana behoort. Mepe kreeg elektriciteit en een telefoon, de weg die aansluit op de weg naar de hoofdstad Accra is geasfalteerd.

,,Vroeger hadden we hier het trokosi-systeem. Als iemand een misdaad pleegde, moest hij een jong vrouwelijk familielid aan de traditionele priester offeren. Zij werd min of meer zijn vrouw, totdat hij oud was en zij weer vrijgelaten kon worden. In Mepe hebben wij ons gekeerd tegen dit systeem, omdat het meisje geen kans kreeg om naar school te gaan. We zijn met de traditionele priesters overeengekomen de straf te veranderen in geldboetes.

,,Ikzelf ben christen. Er leven hier veel mensen volgens de christelijke leer, onder hen ook andere koningen. We werken hand in hand met de traditionele priesters en nemen alleen de goede dingen van hen over. Ze verwachten niet van mij dat ik iets doe met de priesters, dus maak ik mij geen zorgen meer om hen. Ze respecteren mij en ik respecteer de situatie.''

Henk Otte is getrouwd met Patience Okoto, een dochter van de Adzigo-clan. De Adzigo's geloven dat hij een reïncarnatie is van de grootvader van zijn vrouw, een voormalige onderkoning. Vier jaar geleden maakten ze Otte daarom subchief van hun stam. Sindsdien wordt hij koning Ferdinand Gakpetor de Tweede genoemd. Twee jaar later riepen ze hem uit tot development chief, koning van ontwikkeling, van Mepe en 38 omliggende dorpen.

,,Vanuit Nederland probeer ik geld in te zamelen om het onderwijs een impuls te geven én een hotel te bouwen. Daarmee kunnen ze toeristen aantrekken en inkomsten genereren.

,,Spirituele veranderingen merk ik niet sinds ik de troon heb aanvaard. Ze zeggen dat ik het mij niet bewust ben, omdat ik niet in die cultuur ben geboren.

,,Af en toe gebeuren er wel rare dingen. In Amsterdam viel er een keer een tuinfakkel, gevuld met olie, vanaf de derde verdieping met zijn punt naar beneden. Toevallig boog ik net voorover omdat ik met een paar jongens een geintje maakte. De fakkel kwam daardoor terecht in de omslag van mijn broek en niet op mijn hoofd.

,,Wij denken dan aan geluk, maar Ghanezen beweren dat het de geest van de voorvader is die mij beschermt. Ik ben wel nuchter maar ik ga ook twijfelen: misschien is het wel waar wat ze zeggen.''

Onderkoning Azagba de Vierde: ,,Ze hadden mij niet van tevoren verteld dat ik gekroond zou worden, bang dat ik weg zou lopen. Vier jaar geleden overvielen ze mij in mijn woonplaats Accra. In een kamer sloten ze mij op. Ik begreep niet goed wat er gebeurde. Geblinddoekt werd ik in een auto geduwd. We reden hard weg en kwamen uiteindelijk hier in Mepe, mijn geboorteplaats, terecht. Toen kreeg ik te horen dat ik de nieuwe subchief van onze Dzagbaku-clan zou worden.

,,Sinds ik gekroond ben, voel ik mij niet anders. Ik ben een mens zoals iedereen, maar ik moet wel een speciale rol spelen. Ik gedraag mij zoals ik mij niet graag wil gedragen. In bepaalde zaken mag ik mij niet mengen, want als ik in problemen kom en op een mysterieuze wijze sterf, komt heel Mepe in gevaar. Maar ik ben ook erg blij om koning te zijn. Er komen veel mensen langs voor raad en dan brengen ze uit waardering iets voor mij mee.

,,Ik maak mij zorgen over het onderwijs, de goede moraal en de vrouwenemancipatie. Vrouwen hoeven niet alleen in de keuken te zitten, vind ik. Ze moeten meer participeren in de samenleving, maar er is niet genoeg werk. Veel mannen zijn vertrokken om elders te werken, ze brengen wel geld, maar de vrouwen zien hun man niet vaak. Sinds hier vijf jaar geleden elektriciteit is aangelegd, zijn er enkele televisies in de stad. Van sommige programma's kan je veel leren, maar andere zijn zeer wild en grof. Onze kinderen zien de beelden, maar ze snappen de achterliggende motieven niet. Ze zien alleen de vechtacties en het vrijen, en dat imiteren ze.

,,Op school krijgen onze kinderen weinig discipline mee. Sommige meisjes zijn op erg jonge leeftijd zwanger en worden drop-outs. Ik maak mij er zorgen over. Ouders zouden hun kinderen meer moeten disciplineren en het onderwijs zou weer moeten zijn als vroeger. We moeten samenwerken voor de vooruitgang van deze streek. Ik zet mij in voor de ontwikkeling van Mepe, de ontwikkeling van ons land en van Afrika.''

Koning Korbla Dzraku is sinds dertien jaar chief van de Adzigo-clan. Hij houdt zich speciaal bezig met de bebouwing van Mepe en omgeving. ,,Veel mensen die weggetrokken zijn, bouwen hier nu met hun verdiende geld huizen. Omdat ze allemaal in de stad willen wonen, hebben we problemen met overbebouwing. Ik probeer ze te overtuigen dat ze buiten de stad gaan wonen, want daar is voldoende ruimte.''