In Libanon valt er wel wat te kiezen

De Libanezen geven luidkeels af op hun parlementsverkiezingen. Maar die zijn wel een stuk eerlijker en vrijer dan die elders in de Arabische wereld.

Vraag een willekeurige Libanees van christelijke, islamitische of druzische huize waar hij bij hoort, en grote kans dat het antwoord luidt: ,,Wij zijn in ieder geval geen Arabieren.'' Die taal die we spreken, zal de persoon uitleggen, moet je zien als een soort ongelukje. Libanezen zijn Phoeniciërs, integraal onderdeel van een mediterrane cultuur die millennia teruggaat.

Zou het deze blik op Europa zijn die de Libanezen zo hard doet afgeven op hun parlementsverkiezingen, waarvan afgelopen zondag het eerste en morgen het tweede deel wordt gehouden? Men klaagt over corruptie, over inhoudsloze campagnes, over intimidatie door de veiligheidsdiensten en over de zware hand in samenstellingen in districten en kieslijsten van zowel de eigen als Syrische regering. Dit land speelt met 35.000 soldaten en een netwerk van geheim agenten in Libanon een dominante rol.

Vergeleken met Europa en die paar andere democratische landen in de wereld is de klaagzang van de Libanezen terecht. Het was de afgelopen verkiezingsweek een puinhoop in hun land.

Waar komt het voor dat een arme sloeber uit het stemhokje wandelt en serieus aan omstanders vraagt: ,,Waar kan ik mijn honderd dollar ophalen?'' Zo verliep het immers vier jaar geleden, en de geruchtenmachine ging dat de in de oppositie belande oud-premier en miljardair Rafiq Hariri opnieuw dit soort bedragen uitdeelde.

In hoeveel democratieën gebruikt de minister van Binnenlandse Zaken zijn eigen veiligheids- en propagandadienst om zijn herverkiezing veilig te stellen?

Wat is je stem waard als shi'iet wanneer de twee belangrijkste shi'itische concurrenten van bovenaf een lijstverbinding krijgen opgelegd?

En in welk beschaafd land, vragen de Libanezen, heb je poster-lijfwachten, mannetjes die op straat de hele nacht een wand vol posters van bepaalde, kapitaalkrachtige, kandidaat bewaken?

Niettemin worden de Libanezen in democratisch opzicht wel degelijk benijd. Alleen zit de jaloezie niet in Europa of Amerika, maar in het gebied waar de Libanezen per se niet bij willen horen: de Arabische wereld. Vergeleken met wat in die koninkrijken en dictaturen doorgaat voor verkiezingen, zijn die in Libanon namelijk met afstand de meest levendige, democratische en vrije in de regio.

Als het aan `grote broer' Damascus en de pro-Syrische Libanese president Lahoud had gelegen, was de huidige premier Al-Hoss herkozen en het parlement opnieuw volgezet met ja-knikkers. Na de dood van president Assad is zijn zoon en opvolger Bashar gebaat bij stabiliteit, terwijl Lahoud graag verder wilde met de zwakke en makkelijk te manipuleren Hoss. Maar ondanks alle manipulatie en intimidatie van hun kant, verhinderden zij niet dat Hariri met druzen-veteraan Jumblatt en een aantal christenen een coalitie sloot. Deze oppositie gaat volgens de prognoses morgen een meerderheid in het parlement veroveren. Het ging dus weliswaar tussen een corrupte miljardair en een zetbaas van de Syriërs, maar er viel de afgelopen week wel degelijk iets te kiezen in Libanon. Kom daar maar eens om bij parlementsverkiezingen in, zeg, Irak, Syrië, Egypte of Tunesië.

Goed beschouwd hebben de Libanezen qua politiek bestel een soort mix tussen het Westen en de Arabische wereld, zeggen Westerse waarnemers in Beiroet. Er geldt bijvoorbeeld een ongebreidelde vrijheid van campagnefinanciering waarbij kandidaten niet zijn gehouden aan bestedingsplafonds — en een miljardair als Hariri vrij spel heeft. En dan is er de verzuilde structuur van Libanon, waarbij iedere gezindte een eigen krant, radiostation en televisiezender heeft, en waarbij het kiesstelsel zo in elkaar zit dat van tevoren vaststaat hoeveel zetels elk van de 18 officieel erkende minderheden ontvangt; 27 voor shi'itische moslims, 34 voor maronitische christenen, en zo verder onderverdeeld. De bedoeling is dat wie er ook gaat stemmen op wie, uiteindelijk evenveel christenen als moslims in het parlement komen.

Alle bezweringen van het tegendeel ten spijt, hebben de Libanese verkiezingen naast een aantal geheel eigen kenmerken, natuurlijk wel degelijk typisch Arabische elementen in zich. Zoals het eindeloos luid toeterend door de stad rijden in busjes die met posters van de eigen kandidaat zijn behangen. Of het vullen van een verkiezingsbijeenkomst met klassiek Arabische zang of juist popmuziek – in plaats van inhoudelijke onderwerpen. En ten slotte de typisch Arabische neiging om van politieke bijeenkomsten familiehappenings te maken.

Bij voorbeeld in Ba'albek in de overwegend shi'itische Beka'a-vallei hield voorman Nasrallah van de shi'itisch fundamentalistische beweging Hezbollah gisteren een verkiezingstoespraak. Er stond een prachtig decor met een grote afbeelding van de Aqsa-moskee in Jeruzalem en de luidsprekers klonken koranverzen, patriottische liederen en ingeblikt uitzinnig gejuich. Maar als een derde van de aanwezigen luisterde naar Nasrallahs verhaal was het veel.

De meesten flaneerden rond, troostten hun massaal meegebrachte en huilende kinderen of praatten met elkaar. Nasrallah liet het niet op zich zitten en haalde anderhalf uur lang met hoge tonen hard uit naar Israel, de Verenigde Staten en het vredesproces. Tot ver in het Libanongebergte galmden Nasrallahs woorden na. Dat is nog een punt waarin Libanon verschilt van veel Westerse democratieën: aan gepassioneerde politici geen gebrek.